Beroep uitoefenen in een vennootschap of door een rechtspersoon

Wat is een rechtspersoon?

Een rechtspersoon is een juridische entiteit die net als een natuurlijke persoon zelfstandig kan optreden in het rechtsverkeer.  

Op die manier heeft een rechtspersoon een eigen vermogen, heeft ze eigen rechten en verplichtingen en kan ze zelfstandig optreden in rechte. 

Er bestaan twee soorten rechtspersonen:

  • de volkomen rechtspersoon;
  • de onvolkomen rechtspersoon.

Bij de volkomen rechtspersoon is het vennootschapsvermogen volledig afgescheiden van het privévermogen van de vennoten. Dit heeft tot gevolg dat het privévermogen van de vennoten in beginsel niet kan aangesproken worden. Bij de onvolkomen rechtspersonen is er slechts een beperkte afscheiding tussen het vennootschapsvermogen en het privévermogen van de vennoten. Dit houdt in dat de vennootschapsschuldeisers in subsidiaire orde nog aanspraak kunnen maken op het privévermogen van de vennoten. In dit laatste geval blijven de vennoten persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk.

 

De uitoefening van het beroep van architect ofwel in een vennootschap ofwel door een rechtspersoon

 

Oorspronkelijk konden enkel natuurlijke personen het beroep van architect uitoefenen. Een natuurlijke persoon is een persoon van vlees en bloed die het beroep van architect uitoefent. Aangezien zijn professioneel vermogen niet gescheiden is van zijn privévermogen, is de architect-natuurlijke persoon persoonlijk en onbeperkt aansprakelijk voor de fouten die hij begaat tijdens de uitoefening van zijn beroep.

Net zoals andere vrije beroepen wensten architecten hun beroepsactiviteit uit te oefenen in een professionele of multiprofessionele vennootschap.

De erkenning van de mogelijkheid voor architecten om samen te werken werd in de deontologie stapsgewijs ingevoerd. Terwijl onder toepassing van het eerste Reglement van beroepsplichten het enkel mogelijk was voor architecten om een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid op te richten werd deze mogelijkheid in 1978 uitgebreid met de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid. Het sluitstuk hiervan was de goedkeuring van de aanbeveling inzake de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een vennootschap of associatie door de Nationale Raad van de Orde van architecten in de zitting van 28 november 1997.

Voor de wijziging van de Wet van 20 februari 1939 door de Wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon (ook gemeenzaam “wet Laruelle” genoemd naar de gelijknamige minister) was het dus reeds door artikel 5, 2e lid van het Reglement van beroepsplichten goedgekeurd door het K.B. van 18 april 1985 toegelaten om het beroep van architect in een vennootschap uit te oefenen.

Onder deze regeling kon (en kan nog steeds) een architect, na goedkeuring door de bevoegde provinciale raad van de Orde van Architecten van de statuten, zijn beroepsactiviteit in een vennootschap uitoefenen.

De vennootschap die niet is ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van Architecten is niet gerechtigd om het beroep van architect uit te oefenen. Het zijn dan de architecten-vennoten die in eigen naam maar voor rekening van deze vennootschap hun beroep uitoefenen.

Met de Wet van 15 februari 2006 werd een nieuwe (bijkomende) vennootschapsrechtelijke vorm van samenwerking tussen architecten mogelijk gemaakt m.n. de ‘architect-rechtspersoon’ waarbij het beroep van architect wordt uitgeoefend door een rechtspersoon.

Met “door” wordt bedoeld dat de rechtspersoon zelf gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen m.a.w. als architect wordt beschouwd.

De Wet van 15 februari 2006 laat evenwel de (oude) mogelijkheid om het beroep van architect uit te oefenen in het kader van een vennootschap of vereniging.

Zulke vennootschappen blijven dus eveneens tot de mogelijkheden behoren.

Er bestaan dus twee soorten architectenvennootschappen:

1. de gewone architectenvennootschap waarbij de architectenvennootschap niet gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen maar de architect-vennoot of de architecten-vennoten in eigen naam maar voor rekening van deze vennootschap hun beroep uitoefenen;

2. de architect-rechtspersoon ingeschreven op een van de tabellen van de Orde van architecten die wel gerechtigd is om het beroep van architect uit te oefenen.

Het onderscheid tussen beide is van groot belang voornamelijk op het vlak van de aansprakelijkheidsbeperking waarover hieronder een korte toelichting:

(1)  De uitoefening van het beroep van architect in een vennootschap

Een architect die zijn beroep uitoefent in een vennootschap blijft zowel contractueel als extra-contractueel persoonlijk gehouden.

Dit is gegrond op artikel 1 van de voormelde Wet van 20 februari 1939 krachtens dewelke in België alleen:

  • hetzij natuurlijke personen (artikel 1§1 van de wet);
  • hetzij rechtspersonen die voldoen aan de in de wet voorziene voorwaarden (artikel 2§2 van de wet);

die het beroep van architect mogen uitoefenen en de door artikel 4 van de Wet van 20 februari 1939 verplichte bouwbijstand mogen leveren.

Hieruit volgt dat de natuurlijke persoon die het beroep van architect uitoefent en die de facto de architecturale taken uitvoert zoals omschreven in de architectenovereenkomst zich steeds persoonlijk verbindt ten aanzien van de bouwheer, zowel in het geval de architectenovereenkomst werd gesloten met een architectenvennootschap (die geen rechtspersoonlijkheid heeft) als in het geval de architectenovereenkomst werd gesloten met een architectenvennootschap die onder een vennootschapsvorm met beperkte aansprakelijkheid opereert en rechtspersoonlijkheid heeft, zoals een BV.

In geval van een vereniging kan enkel de architect de contractuele rechten die voortvloeien uit contracten met de derden (bv. de bouwheer) uitoefenen en blijft hij met zijn gehele persoonlijk vermogen gehouden voor eventuele schade voortvloeiende uit zijn contractuele of extra-contractuele aansprakelijkheid.

In geval van een architectenvennootschap met rechtspersoonlijkheid is het weliswaar (uitsluitend) de vennootschap die de contractuele rechten die voortvloeien uit contracten met derden (bv. de bouwheer) kan uitoefenen, doch zowel de contractuele als extra-contractuele aansprakelijkheid blijven ook gelden voor de architect persoonlijk. Een architect kan dus nooit de gevolgen van zijn persoon­lijke aansprakelijkheid beperken tot de inbreng die hij heeft gedaan in deze vennootschap. Met andere woorden kan de architect zich niet beroepen op de beperkte aansprakelijkheid (beperkt tot zijn inbreng) van de door hem opgerichte professionele of multiprofessionele architectenvennootschap.

De architect staat aldus steeds met zijn gehele persoonlijke vermogen in voor de vergoeding van de schade die de bouwheer of een derde lijdt ten gevolge van de fouten die deze architect begaat bij de uitvoering van taken die aan een architect zijn voorbehouden, zelfs indien hij deze beroepsactiviteiten uitoefent in de schoot van een dergelijke vennootschap.

Benadeelden kunnen derhalve op grond van een contractuele fout zowel de vennootschap op grond van het contract als de handelende architect op grond van zijn wettelijke opdracht aanspreken en kan het naast elkaar bestaan van de respectieve verbintenissen van de architect en de architectenvennootschap aldus leiden tot een “in solidum”- veroordeling van de architect en de vennootschap.

(2)  De uitoefening van het beroep van architect door een rechtspersoon

Een architect-rechtspersoon heeft krachtens artikel 2§2 van de Wet van 20 februari 1939 de hoedanigheid van architect en oefent dus zelf het beroep van architect uit (voor zover aan de andere voorwaarden van deze wetsbepaling is voldaan).

De architect-vennoten handelen steeds in naam en voor rekening van de rechtspersoon. 

De architect-rechtspersoon wordt ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten.

De keuze voor een architect-rechtspersoon wordt veelal ingegeven door de nood aan beperking van de aansprakelijkheid van de vennoten. Bij de keuze van een vennootschapsvorm met volkomen rechtspersoonlijkheid wordt het vennootschapsvermogen van een architect-rechtspersoon afgescheiden van de privévermogens van de vennoten/aandeelhouders. De aansprakelijkheid van de vennoten/aandeelhouders wordt dan in beginsel beperkt tot hun inbreng in de vennootschap.

Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid zijn de BV, de CV of de NV.

Bij een architect-rechtspersoon onder deze vennootschapsvorm is het ook (uitsluitend) de vennootschap die de contractuele rechten die voortvloeien uit contracten met derden (bv. de bouwheer) kan uitoefenen, doch geldt er in beginsel geen contractuele of extra-contractuele aansprakelijkheid voor de architect persoonlijk en kan de architect dus wel de gevolgen van zijn persoon­lijke aansprakelijkheid beperken tot de inbreng die hij heeft gedaan in zijn vennootschap

In ruil voor de beperking van aansprakelijkheid dient de architect-rechtspersoon zich wel te verzekeren.

De statuten van een architect-rechtspersoon dienen te voldoen aan de Wet van 20 februari 1939. De modelstatuten kunnen worden gehanteerd als leidraad bij de opmaak van de statuten.

Nuttige links

De Wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect

Oprichting van een architect-rechtspersoon

Modelstatuten architect-rechtspersoon