(hoe) Mag een architect reclame maken?

Artikel 13 van het Reglement van Beroepsplichten preciseert op welke wijze de architect zijn activiteit aan het publiek bekend mag maken. Het Reglement bepaalt dat deze bekendmaking dient te gebeuren op onafhankelijke en discrete wijze (art. 13), rekening houdende met de waardigheid van het beroep (art. 14) en zonder zijn confraters in hun beroepssituatie te schaden (art. 25).

Toelichting bij art. 13 van het Reglement van Beroepsplichten

Bij de boodschap door de architect aan het publiek gericht, kunnen drie stadia worden onderscheiden:

A) Eerste stadium: de informatie De architect kan, bij de uitoefening van zijn beroep, het publiek informeren. Deze informatie is intellectueel van aard en heeft een objectief karakter (d.w.z. correct en passend binnen het kader van zowel de deontologie als de wettelijke context terzake). karakter. Zij behoort tot de beroepsdaden die de architect van oudsher zijn toegestaan. In sommige gevallen is de informatie zelfs een verplichting, bijvoorbeeld bij de naamaanduiding op de werf.

B) Tweede stadium: de geoorloofde publiciteit De architect die het publiek wenst te informeren kan daarenboven gebruik maken van publiciteitsmiddelen. Onder geoorloofde publiciteit verstaat de Orde een objectieve informatie, voorgesteld in een aantrekkelijke vorm, maar steeds met mate en omzichtigheid.

Zij zal beantwoorden aan de bepalingen van artikel 13, eerste en tweede alinea van het Reglement van Beroepsplichten, alsmede aan de algemeen aanvaarde regels inzake publiciteitsethiek, met name het weren van elke vorm van misleidende, vergelijkende of verwarring stichtende publiciteit. Ze is bedoeld om bij te dragen tot de naambekendheid van de architect en de belangstelling van potentiële cliënten te vestigen op zijn werk. Onder deze vorm is de publiciteit voor de architect een begrip dat als een geoorloofd middel wordt aangemerkt in de bepalingen van art. 13, eerste en tweede lid van het Reglement van Beroepsplichten.

C) Derde stadium: de ongeoorloofde publiciteit De architect mag bij de uitoefening van zijn beroep geen publiciteit voeren die strijdig is met de voorschriften van het Reglement van Beroepsplichten. Dit is met name het geval indien de publiciteit zou indruisen tegen de eer en de waardigheid van het beroep, of van die aard zou zijn dat ze de onafhankelijkheid van de architect in het gedrang kan brengen, of de consument wil misleiden. In die zin dient dan ook elke vorm van opdringerige of overdreven publiciteit als ongeoorloofd beschouwd te worden. Vanzelfsprekend is dit eveneens het geval voor elke vorm van misleidende, vergelijkende of verwarring-stichtende publiciteit.

3. Besluit

Ofschoon de publiciteit een maatschappelijk gegeven is, dient men dit middel met de nodige omzichtigheid aan te wenden. Het is een onmogelijke zaak elk specifiek geval te voorzien; het komt de provinciale raden dan ook toe over elk geval afzonderlijk te oordelen. De architect die twijfelt omtrent wat in deze materie al dan niet geoorloofd is, dient voorzichtigheidshalve, het voorafgaandelijk advies van zijn provinciale raad in te winnen. Hij mag niet vergeten dat de plichtenleer, welke gebaseerd is op neergeschreven regels, ook geïnterpreteerd wordt in functie van een geheel van feiten en omstandigheden én bovenal de bedoeling heeft het beroep van architect een correct werkbare juridische, sociaal-maatschappelijke, economische en culturele omkadering te geven.

Deze aanbeveling is, evenals alle regels inzake de plichtenleer, toepasselijk op iedere persoon of vennootschap welke het beroep van architect uitoefent in België, en dit onverminderd zijn/haar nationaliteit.