Verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering voor intellectuele beroepen in de bouwsector

Sinds 1 juli 2019 moeten naast architecten ook andere dienstverleners zich verzekeren voor de burgerlijke aansprakelijkheid.

De huidige wettelijke verzekeringsplicht wordt voortaan niet enkel aan de architecten alleen opgelegd maar aan alle intellectuele beroepen in de bouwsector. Het is dus aan de architect, de landmeter-expert, de veiligheids-en gezondheidscoördinator, de ingenieurs, studiebureaus, certificatoren, auditors, projectmanagers, quantity surveyors, interieurarchitecten en anderen om hun burgerlijke beroepsaansprakelijkheid, buiten de tienjarige, te verzekeren wanneer zij intellectuele prestaties leveren in het kader van onroerende werken uitgevoerd in België. Aannemers moeten zich niet verzekeren voor de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid en zijn slechts gehouden hun tienjarige aansprakelijkheid te verzekeren.

Wet Peeters-Borsus

In plenaire zitting van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers van 25 april 2019 werd de tekst van het wetsvoorstel  betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere dienstverleners in de bouwsector voor werken in onroerende staat en tot wijziging van diverse wetsbepalingen betreffende de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid in de bouwsector aanvaard en voor bekrachtiging aan de Koning overgemaakt, waarna de wet van 9 mei op 26 juni in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

Deze wet moet de wet van 31 mei 2017 m.b.t. de tienjarige aansprakelijkheid woningbouw aanvullen, de zogenaamde wet Peeters-Borsus. De wet voorzag de inwerkingtreding ervan voor 1 juli 2019. Een jaar later dus dan de voorheen voorziene gelijktijdige inwerkingtreding met de wet Peeters-Borsus.

Wijzigingen

Het grootste verschil met de verzekeringsplicht voor architecten, voorzien in de wet Laruelle, is dat de tienjarige aansprakelijkheid conform de artikelen 1792 en 2270 van het burgerlijk wetboek niet onder toepassing van de wettelijk verplichte verzekering valt. Enkel de tienjarige aansprakelijkheid in de woningbouw moet, conform de wet van 31 mei 2017, verplicht verzekerd worden.

De huidige wettelijk opgelegde minimumkapitalen zijn identiek als deze voorzien in de wet Laruelle. De minimale dekking mag, per schadegeval, niet lager liggen dan:

  • € 1.500.000 voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels
  • € 500.000 voor het totaal van de materiële en immateriële schade
  • € 10.000 voor de voorwerpen die aan de verzekerde zijn toevertrouwd door de bouwheer.

Deze bedragen zijn gekoppeld aan de index der consumptieprijzen (bedrag voor lichamelijke letsels) dan wel aan de ABEX-index (bedragen voor materiele en immateriële schade en toevertrouwd goed). Ditmaal voorziet de wet wel de mogelijkheid om de waarborg op jaarbasis te beperken tot een totaalbedrag van €5.000.000.

De huidige wet biedt de verzekeraars ook de mogelijkheid om het aantal waarborguitsluitingen uit te breiden. De vorige regelgeving liet slechts 2 uitsluitingen toe (namelijk schade ten gevolge van radioactiviteit en schade ten gevolge van blootstelling aan wettelijk verboden producten) terwijl de huidige wet 11 gevallen van uitsluiting voorziet. 

Een posterioriteitspolis bij stopzetting van het beroep is eveneens wettelijk voorzien. De wet voorziet tevens dat wie geen verzekeraar vindt zich kan wenden tot het tariferingsbureau onder de voorwaarden voorzien in de wet.

Bron: Protect