bullet Created with Sketch. Clock icon Created with Sketch. Shape Created with Sketch. iconmonstr-linkedin-2 Created with Sketch. iconmonstr-twitter-2 (1) Created with Sketch.

Atradius Market Monitor bouw België 2019 - Focus op de bouwsector, prestaties en vooruitzichten

De bouwsector blijft een cyclische sector. De resultaten van de bouwbedrijven hangen sterk samen met de economische groei van een land, de stemming onder investeerders en het vertrouwen van ondernemers en consumenten. Het is dan ook niet verrassend dat de bouwactiviteit heel sterk varieert van land tot land.

Funderingen blijven wankel

Maar zelfs op markten waar de bouwsector de afgelopen jaren een stevige groei heeft doorgemaakt, blijft de concurrentie hoog en de winstmarge laag, betalen overheden doorgaans te laat en ligt het aantal faillissementen er verhoudingsgewijs hoger dan in de meeste andere sectoren. Allemaal problemen waarmee de bouwsector blijft worstelen, ongeacht de resultaten.

Ondanks het cyclische karakter en de ‘traditionele’ knelpunten tekenen zich wereldwijd enkele nieuwe trends en ontwikkelingen af. Technologische doorbraken hebben steeds meer impact op de bouwsector, waarbij in de hele sector belangrijke veranderingen worden verwacht, van bij het ontwerp tot het einde van een project. 3D-printen, Building Information Modelling (BIM), drones, robots en gps-tracking zijn enkele nieuwigheden die nu al in de sector worden ingezet. In vooraanstaande economieën wint prefab en modulair bouwen aan populariteit, omdat deze manier van bouwen zorgt voor meer efficiëntie (tijd- en kostenbesparend), minder afhankelijkheid van (slechte) weersomstandigheden en een betere duurzaamheid door recycling en het voorkomen van vervuiling.

De algemene schuldgraad van vele Belgische bouwbedrijven blijft hoog, terwijl banken eerder weigerachtig blijven om krediet te verstrekken aan de sector.

  • Voldoende vraag, maar zeer lage marges
  • Meer faillissementen in 2018
  • Bankfinanciering blijft een probleem

In de Belgische bouwsector is er momenteel over het algemeen voldoende vraag, met goed gevulde orderboeken. Ondanks de intense concurrentie op de markt zijn de verkoopprijzen geste­gen, hoewel ze nog niet op het niveau van vóór de crisis liggen. De winstmarges blijven echter erg laag (behalve voor sommige nichemarkten). Dit is ook te wijten aan het feit dat de Belgische bouwsector, in vergelijking met de buurlanden, sterk gefrag­menteerd is. Er is weliswaar een consolidatie aan de gang. 

Om winstgevend te blijven hebben bedrijven voldoende financi­ele middelen nodig om te kunnen investeren in vastgoedontwik­keling of dure aanbestedingen. De behoefte aan werkkapitaal neemt meestal toe, omdat klanten ­ voor lucratievere projecten ­ de volledige verantwoordelijkheid en financiering bij de aanne­mer leggen (ontwerp, bouw, financiering en onderhoud). Tegelij­kertijd blijft het moeilijk om ervaren en geschikt personeel aan te trekken; de arbeidskosten zijn bovendien hoog.

Vertragingen bij het opstarten van projecten komen vaak voor, terwijl aannemers snel moeten reageren als een order wordt ge­plaatst, waardoor er minder tijd is om de werken voor te berei­den. In de privésector hebben klanten de neiging om werken op te splitsen in delen, wat de aanbestedingskosten verhoogt. De eindafrekening van projecten kan ook heel lang duren.  

Hoewel bouwprojecten steeds complexer worden (bijvoorbeeld door strengere regels voor energie­efficiëntie en complexere administratieve procedures), wordt verwacht dat de digitalise­ring (bouwwerkinformatiemodel, 3D­printing) de toekomstige efficiëntie en productiviteit zal verbeteren. Kleinere bedrijven die deze ontwikkelingen niet kunnen volgen, kunnen hierdoor hun concurrentiepositie verliezen ten opzichte van grotere spelers.

Woningbouw en vastgoedontwikkeling worden bevorderd door lage intrestvoeten en stijgende inkomens. De groei wordt ech­ter belemmerd door moeilijkere en tragere procedures voor het oedkeuren van bouwvergunningen, aangezien dit een lokale verantwoordelijkheid is geworden. Tegelijkertijd wordt bouwen duurder door de strengere eisen qua energie­efficiëntie. In som­mige regio’s (bijvoorbeeld Antwerpen) is er een potentieel risi­co van marktoververhitting als gevolg van een overaanbod van nieuwe (te dure) gebouwen.

Uit de huidige bouwactiviteiten blijkt nog steeds een duidelijke voorkeur voor flats en appartementen ten koste van eengezins­woningen. Sinds 2007 is het aantal afgeleverde renovatiever­gunningen hoger dan het aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen. Deze trend is weliswaar veranderd sinds Q2 van 2018. 

In het segment van de bedrijfsbouw zijn de marges laag vanwege een eerder verzadigde markt. Veel bedrijven die in het verleden hoge investeringen hebben gedaan, moeten hun omzet trachten e verhogen om de vaste kosten te dekken, terwijl hun organi­satie hier niet op is afgestemd. Daarnaast heeft de snelle groei van e­commerce een negatieve invloed op bouwinvesteringen in de retailsector.

Bedrijven die zich bezighouden met overheids­projecten voeren op dit moment nog steeds projecten uit die verband houden met verkiezingen (gemeentelijk in 2018 en ge­westelijk in 2019), hoewel het effect minder uitgesproken is dan in voorgaande jaren. Verschillende grote infrastructuurwerken (Oosterweel, de nieuwe sluis in Terneuzen) hebben capaciteit uit de markt gehaald, wat resulteerde in hogere werkvolumes voor de sector als geheel. Capaciteitsproblemen leiden echter soms tot minder efficiëntie en lagere marges; veel bedrijven klagen dat de marges over het algemeen te laag zijn bij openbare aanbeste­dingen.

De investeringen in overheidsprojecten (vooral in infrastructuur­werken) zijn nog steeds laag, in vergelijking met de buurlanden. Hoewel de regering in september 2018 aankondigde om de in­vesteringen in de toekomst te verhogen.  

De algehele schuldenlast van bouwbedrijven en hun afhanke­lijkheid van externe financiering is nog steeds hoog, terwijl ban­ken nog steeds weinig bereid zijn om krediet te verlenen aan de bouwsector. Tegelijkertijd worden veel bouwbedrijven nog steeds geconfronteerd met wanbetalers (hoge DSO­ratio) en kunnen maar weinig Belgische bedrijven voorschotbetalingen verkrijgen. Over het algemeen zijn de betalingstermijnen lang in de sector, zo is bijvoorbeeld “60 dagen einde maand” heel ge­bruikelijk.

De betalingspraktijk is de afgelopen twee jaar slecht geweest. Het aantal niet ­betalingen in de sector was hoog in 2018, en er wordt geen grote verbetering verwacht in 2019. Het aantal fail­lissementen in de bouwsector steeg in 2018 met meer dan 2%, terwijl voor Belgische bedrijven als geheel de trend positief was (een daling van 1%). Verwacht wordt dat het aantal faillissemen­ten in de bouw in 2019 zal stabiliseren.

Vanwege de bovengenoemde problemen is ons huidig accepta­tiebeleid neutraal tot beperkend voor alle subsectoren. Om onze risicobereidheid te handhaven, is het noodzakelijk om de meest getroffen bedrijven en subsectoren te identificeren en om contact op te nemen met kopers voor actuele financiële informatie en rendementsprognoses. We onderzoeken de flexibiliteit van be­drijven (vaste kostenstructuur) en of ze een buffer hebben kun­nen opbouwen in geval van een eventuele economische recessie.

Download Market Monitor Bouwsector 2019 (1.55 MB PDF)

14 augustus 2019