Raad van Beroep - 03 mei 2017 - Onvolledige opdrachten

Jurisdictie: Raad van Beroep met Nederlands als voertaal zetelend te Gent

Datum: 3 mei 2017

Onderwerp: Onvolledige opdrachten

Beslissing: Rechtsprekende op tegenspraak – sanctie van 2 maanden schorsing

 

Beslissingsnummer: 16/3189

 

 

In de zaak van:

 

Architect, wonende te (…)

 

en van:

 

DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 19 bus 4,

 

wordt beslist als volgt:

 

Bij beslissing van de provinciale raad van (…) dd. 22 augustus 2016 werd gezegd dat het gestarte onderzoek lastens architect (…) nietig is met betrekking tot de hierna vermelde tenlasteleggingen:

 

1. In strijd met art. 21 van het bij KB van 18 april 1985 goedgekeurd reglement der beroepsplichten onvoldoende bijstand te hebben verleend aan zijn cliënt-bouwheer, meer bepaald in de onderzochte dossiers van;

 

  • 2. Raming is aan de lage kant: voor een grondige verbouwing van ± 280 m² betekent dit immers 645 €/m²;
  • 5. Het opgenomen budget lijkt niet overeen te stemmen met de ingediende bouwaanvraag. Er werd geen raming opgemaakt;
  • 8. Raming te laag ingeschat: 726 €/m² , indien de dakverdieping niet in oppervlakte meegerekend wordt.

2. In strijd met art. 12 van het KB van 18 april 1985 houdende goedkeuring va het reglement van beroepsplichten erelonen te hebben gehanteerd door misleidende raming van de werken die de architect niet toelaten zijn beroep in eer en waardigheid uit te oefenen ten gevolge ereloon te bepalen op een te lage raming:

 

  • 2. Raming is aan de lage kant: voor een grondige verbouwing van ± 280m² betekent dit immers 645 €/m². He ereloon wordt berekend op deze raming;
  • 5. Het opgenomen budget lijkt niet overeen te stemmen met de ingediende bouwaanvraag. Er werd geen raming opgemaakt, doch wordt het ereloon berekend op deze raming;
  • 8. Raming te laag ingeschat: 726 €/m² , indien de dakverdieping niet inoppervlakte meegerekend wordt. Het ereloon wordt berekend op deze raming.

3. Door in strijd met art. 21 van het door het KB van 18 april 1985 vastgestelde Reglement van Beroepsplichten en in strijd met de in de overeenkomsten vermelde volledigheid van de opdracht de, in het kader van zijn opdracht, te leveren prestaties dermate te hebben beperkt dat het hem mogelijk wordt systematisch te werken aan een ereloon dat te laag is voor het correct vervullen van de aangenomen opdrachten, waardoor niet alleen de eer en de waardigheid van de beroepsuitoefening wordt geschonden (art. 12 eerste lid van het Reglement van Beroepsplichten), en waardoor tevens de collegialiteit wordt geschonden naar collega-architecten die wel elke opdracht ter harte nemen (schending van art. 25 van het Reglement van Beroepsplichten), en waardoor het mogelijk is het aantal en de omvang van de opdrachten aan te nemen dat niet is afgestemd op zijn persoonlijke mogelijkheden tot tussenkomst, aan de middelen die hij kan aanwenden en aan de bijzondere eisen die de belangrijkheid en de plaats van de uitvoering van zijn opdracht meebrengen (schending artikel 4 derde lid van het Reglement der Beroepsplichten) en dit meer bepaald in de dossiers van:

 

  • 2. Raming is aan de lage kant: voor een grondige verbouwing van ±280m² betekent dit immers 645 €/m². Het ereloon wordt berekend op deze raming;
  • 5. Het opgenomen budget lijkt niet overeen te stemmen met de ingediende bouwaanvraag. Er werd geen raming opgemaakt, doch wordt het ereloon berekend op deze raming;
  • 8. Raming te laag ingeschat: 726 €/m2, indien de dakverdieping niet in oppervlakte meegerekend wordt. Het ereloon wordt berekend op deze raming.

4. In strijd met art. 17 van het door het KB van 18 april 1985 vastgestelde Reglement der Beroepsplichten te hebben nagelaten er over te waken dat de wettelijke en reglementaire bepalingen die op haar van toepassing zijn in het kader van de haar toevertrouwde opdracht worden nageleefd (art. 17 van het reglement van beroepsplichten) en dit door te hebben nagelaten een veiligheidscoördinator (art. 4 § 1, 4bis, 4 ter en 4 quater van het KB dd. 28 januari 2001, zoals herhaaldelijk gewijzigd) en/of een EPB verslaggever (artikel van het EPB decreet dd. 22 december 2006) in de volgende dossiers:

 

  • Schending van de wettelijke plicht van de architect om een veiligheidscoördinator aan te stellen voor werven met een oppervlakte minder dan 500 m2 (artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de  bescherming van de titel van architect juncto Koninklijk Besluit 25 januari 2001) in volgende dossiers:
    • 1. Kopie van een "standaard veiligheidsplan" niet geactualiseerd, noch gepersonaliseerd, geen veiligheidsplan;
    • 2. Geen veiligheidscoördinatie;
    • 3. Geen veiligheidscoördinatie - niets aanwezig in het dossier;
    • 4. Kopie van 'standaard veiligheidsplan' niet geactualiseerd, noch gepersonaliseerd, geen veiligheidsplan;
    • 5. Geen veiligheidscoördinatie - niets aanwezig in het dossier;
    • 11. Geen correcte bepalingen inzake veiligheidscoördinatie.
  • Schending van de plicht om te waken over de aanstelling van een EPB-verslaggever door de architect, in volgende dossiers;
    • 1. Geen overeenkomst, geen briefwisseling, enkel kopie startverklaring, geen verdere stavingdocumenten;
    • 2. Niets aanwezig in het dossier: geen verdere stavingdocumenten;
    • 3. Summiere berekening ventilatie afvoeren, geen verdere stavingdocumenten;
    • 5. Niets aanwezig in het dossier: geen verdere stavingdocumenten;
    • 11. Document met adviezen, maar niets concreets, geen verdere stavingdocumenten.

5. In strijd met de art. 22 en 23 van het door het KB van 18 april 1985 vastgestelde Reglement der Beroepsplichten te hebben verzuimd de opdrachtgever bij te staan bij de aanbesteding van de werken, niettegenstaande opgenomen in de overeenkomsten, in de volgende dossiers:

 

  • 1. Geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/of meetstaat);
  • 2. Geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/ofmeetstaat) 
  • geen gegevens over de uitvoeringsplannen, aanbestedings- documenten, medewerking bij aanbesteding en toewijzing);
  • 3. Geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/of meetstaat);
  • 4. Geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/of meetstaat);
  • 5. Geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/of meetstaat);
  • 6. Geen documenten;
  • 7. Geen info;
  • 8. Geen medewerking bij aanbesteding;
  • 9. Geen documenten die aantonen dat er bijstand werd geleverd bij de uitvoering van de werken;
  • 11. Geen concrete documenten aanwezig in dossier (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/of meetstaat.

6. In strijd met art. 21 van het door het KB van 18 april 1985 vastgestelde Reglement der Beroepsplichten al teveel beperkte of geen controle te hebben uitgevoerd op de uitvoering der werken, meer bepaald in de onderzochte dossiers van:

 

  • 1. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 2. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 3. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 4. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 5. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 8. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 9. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle;
  • 11. Geen werfverslagen en/of onvoldoende bewijs van controle.

7. In strijd met de art. 1 en 14 van het door het KB van 18 april 1985 vastgestelde Reglement der Beroepsplichten te hebben verzuimd van het beroep te hebben uitgeoefend met bekwaamheid, doeltreffendheid en met inachtneming van de beroepsethiek alsook zich te onthouden van elke demarche die de waardigheid van het beroep zou kunnen aantasten te respecteren:

 

  • 1. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 2. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag, geen gegevens over uitvoeringsplannen, aanbestedingsplannen, medewerking bij aanbesteding en toewijzing niettegenstaande in overeenkomst opgenomen; uitvoering der werken is beperkt tot 15 werffoto's, geen werfverslagen; geen informatie betreffende nazicht van rekeningen;
  • 3. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 4. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 5. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 6. Geen briefwisseling in dossier, ook niet van eventuele beëindiging;
  • 7. Geen ernstige opvolging dossier;
  • 8. Kostprijs laag ingeschat; slechts werffoto's op moment dat de ruwbouw op dakverdieping staat; geen uitvoeringsontwerp (bouwaanvragen zeer summier), geen bestekken, geen uitslagtekeningen, geen medewerking bij aanbesteding, geen nazicht der rekeningen;
  • 9. Summier dossier van verbouwing; geen voorontwerp, geen raming, geen aanbestedingsdossier, geen werfverslagen, geen documenten die aantonen dat er bijstand werd geleverd bij uitvoering der werken, geen pv's van voorlopige noch van definitieve oplevering, geen nazicht der rekeningen;
  • 11. Geen concrete documenten aanwezig in dossier (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat); geen document aanwezig, noch briefwisseling, noch verslag, enkel foto's van bestaande toestand en omgeving; het dossier is onvolledig; uit de stukken blijkt dat er geen professionele opvolging of controle is.

8. In strijd met art. 21 van het door het KB van 18 april 1985 vastgestelde Reglement der Beroepsplichten te hebben verzuimd om de opdracht te hebben aanvaard, zonder belast te zijn met de controle op de uitvoering van de werken. Dit blijkt uit de uit de volgende dossiers:

 

  • 1. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 2. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag, geen gegeven over uitvoeringsplannen, aanbestedingsplannen, medewerking bi aanbesteding en toewijzing niettegenstaande in overeenkomst opgenomen; uitvoering der werken is beperkt tot 15 werffoto's, geen werfverslagen; geen informatie betreffende nazicht van rekeningen;
  • 3. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 4. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 5. Geen ernstige opvolging dossier; enkel bouwaanvraag;
  • 6. Geen briefwisseling in dossier, ook niet van eventuele beëindiging;
  • 7. Geen ernstige opvolging dossier;
  • 8. Raming laag ingeschat; slechts werffoto's op moment dat de ruwbouw op dakverdieping staat; geen uitvoeringsontwerp (bouwaanvragen zeer summier), geen bestekken, geen uitslagtekeningen, geen medewerking bij aanbesteding, geen nazicht der rekeningen;
  • 9. Summier dossier van verbouwing; geen voorontwerp, geen raming, geen aanbestedingsdossier, geen werfverslagen, geen documenten die aantonen dat er bijstand werd geleverd bij uitvoering der werken, geen pv's van voorlopige noch van definitieve oplevering, geen nazicht der rekeningen;
  • 11. Geen concrete documenten aanwezig in dossier (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat); geen document aanwezig, noch briefwisseling, noch verslag, enkel foto's van bestaande toestand en omgeving; het dossier is onvolledig; uit de stukken blijkt dat er geen professionele opvolging of controle is.

De zaak werd behandeld door deze raad van beroep op de openbare terechtzitting van 19 april 2017 waar gehoord werden: wnd. Voorzitter (…) in het verslag, architect (…) in zijn middelen van verdediging bijgestaan door meester (…) en meester (…), beiden advocaat te (…) en de Nationale Raad in zijn middelen bij monde van meester (…), advocaat te (…).

 

* * *

 

Gelet op de beslissing gewezen op 22-08-2016 door de Provinciale Raad (…), die zegt dat het gestarte onderzoek lastens architect (…) nietig is, beslissing betekend op 22-08-2016 aan architect (…) en aan de Nationale Raad.

 

Gelet op het hoger beroep ingesteld op 06-09-2016 tegen deze beslissing door de Nationale Raad.

Het hoger beroep van de Nationale Raad, regelmatig naar vorm en termijn, is ontvankelijk.

 

Terecht stelt de Nationale Raad dat de bestreden beslissing nietig is om reden dat dezelfde juridische assessor zowel in het Bureau als in de Provinciale Raad heeft gezeteld. De omstandigheid dat in casu aan de architect geen tuchtsanctie werd opgelegd is hierbij onverschillig. De academische betwisting omtrent de nietigheid van de bestreden beslissing is bovendien zonder praktisch belang, vermits de Raad van Beroep hoe dan ook ten gronde uitspraak dient te doen.

 

  1. Wat het onderzoek betreft.

In tegenstelling tot hetgeen architect (…) voorhoudt, kan het Bureau ambtshalve een tuchtonderzoek instellen en de zaak naar de Raad verwijzen (Cass. 12-11-1990, A.C. 1990-91, nr. 141, 299). Krachtens artikel 19 van de wet van 26-06-1963 zorgt de Raad van de Orde voor de naleving van de voorschriften van de plichtenleer, en krachtens artikel 29 van het Reglement van Beroepsplichten deelt de architect, in zaken die hem betreffen, op eenvoudige vraag van zijn Provinciale Raad, alle inlichtingen en documenten mee welke nodig zijn bij het vervullen van deze opdracht van de Raad van de Orde.

 

In casu blijkt dat, naar aanleiding van een toelating tot opvolging in een bouwdossier, de verzekeringslijsten van 2011, 2012 en 2013 opgevraagd werden (stuk 1), vervolgens, na ontvangst van deze lijsten, 10 dossiers bezorgd dienden te worden (stuk 6). Er is dus geen sprake van enige willekeurige "fishing expedition", maar van een regelmatig ambtshalve onderzoek ingesteld door het Bureau. Geen enkele wettekst legt aan het Bureau de verplichting op om de reden van het openen van het tuchtonderzoek te vermelden.

 

De 10 opgevraagde dossiers zullen uiteraard na de rechtspleging aan architect (…) teruggeven worden, zonder dat de Raad van Beroep dit aan de Provinciale Raad dient te bevelen.

 

Er bestaat geen enkel geldige reden om de Bureauvergaderingen dd. 06-10- 2014 en 23-03-2015 en de daarbij horende PV's van verhoor uit de debatten te weren. De voorgehouden dwang blijkt enkel uit de eenzijdige beweringen van architect (…). Het stond hem vrij zich ter zitting van 06-10-2014 te laten bijstand door een raadsman. De omstandigheid dat het PV van verhoor al dan niet ondertekend is door de architect doet geen afbreuk aan de geldigheid ervan. Tenslotte zijn de tenlasteleggingen gestoeld, niet op bedoelde verklaringen van de architect, maar op de inhoud van de 10 opgevraagde dossiers.

 

  1. Wat de tenlasteleggingen betreft.

De eerste drie tenlasteleggingen (onvoldoende bijstand, ereloon bepaald op een te lage raming en systematisch werken aan een te laag ereloon) hebben betrekking op de dossiers 2, 5 en 8. In het dossier 5 (…) werden de werken niet uitgevoerd zodat de afwezigheid van raming geen deontologische inbreuk kan uitmaken. In de dossiers 2 (…) en 8 (…) lijken de ramingen eerder aan de lage kant, doch niet dermate onredelijk dat zij een tuchtrechtelijke inbreuk zouden uitmaken. De tenlasteleggingen 1, 2 en 3 zijn niet bewezen.

 

De vierde tenlastelegging betreft het niet aanstellen van een veiligheidscoördinator en een EPB-verslaggever. De omstandigheid dat het de architect niet verboden is om zelf de veiligheidscoördinatie en EPB-verslaggeving uit te voeren ontslaat hem niet het bewijs ervan te leveren. In het dossier 4 (…) is er geen veiligheidsplan, enkel een niet geactualiseerde noch gepersonaliseerde kopie van een "standaard veiligheidsplan". In het dossier (…) bevinden zich geen stukken m.b.t. een degelijke veiligheidscoördinatie en EPB-verslaggeving die de architect beweerdelijk zelf zou hebben uitgevoerd. De vierde tenlastelegging is dan ook, minstens wat de dossiers 4 en 11 betreft, bewezen.

 

De vijfde tenlastelegging betreft het gebrek aan bijstand in de aanbesteding. In het dossier (…) zijn er geen concrete documenten aanwezig (geen uitvoeringsplannen, details, bestek en/of meetstaat). De omstandigheid dat het dossier dateert van 2010-2011, waarvoor beweerdelijk geen digitale gegevens teruggevonden werden, kan het vastgesteld gebrek aan bijstand in de aanbesteding niet verantwoorden. De vijfde tenlastelegging is dan ook, minstens wat het dossier 11 betreft, bewezen.

 

De zesde tenlastelegging betreft een al teveel beperkte of geen controle op de uitvoering der werken. In het dossier 11 (…) bevinden zich geen werfverslagen noch enig ander bewijs van een degelijke controle door de architect op de uitvoering der werken. De zesde tenlastelegging is dan ook, minstens wat het dossier 11 betreft, bewezen.

 

De zevende en achtste tenlasteleggingen betreffen het gebrek aan opvolging van de dossiers en het gebrek aan bijstand aan de bouwheer. Er bestaat niet het minste bewijs van enig nazicht der rekeningen in de dossiers 2 (…), 8 (…) en 9 (…), en in het dossier 11 (…) bevindt zich geen enkel stuk die een degelijke bijstand in de aanbesteding en in de opvolging en controle in de uitvoering der werken aantoont. De zevende en achtste tenlasteleggingen zijn dan ook, minstens wat de dossiers 2, 8, 9 en 11 betreft, bewezen.

 

De tenlasteleggingen 4, 5, 6, 7 en 8 zijn, in de hierboven bepaalde mate, bewezen. Hierdoor heeft de architect op zeer ernstige wijze zijn beroepsverplichtingen verzuimd en de eer en de waardigheid van de beroepsuitoefening geschonden. Dergelijke grove tuchtinbreuken dienen met een effectieve schorsing te worden beteugeld. Evenwel, rekening houdend met zijn onberispelijk verleden en de afwezigheid van enige klacht vanwege zijn cliënten, mag de duur van de schorsing tot twee maanden beperkt worden.

 

OP DIE GRONDEN

 

DE RAAD VAN BEROEP

 

 

Gelet op de artt. 17, 24 t/m 33 van de wet van 26 juni 1963, het K.B. van 31 augustus 1963, artt. 1, 14, 17, 21, 22 en 23 van het Reglement dd. 16 december 1983 van de beroepsplichten der architecten, goedgekeurd bij K.B. van 18 april 1985 art. 9 van de wet van 20 februari 1939 en artikel 24 van de wet van 15 juni 1935, wetsbepalingen door de voorzitter aangeduid.

 

Rechtsprekende op tegenspraak, met twee derden meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden,

 

Ontvangt het hoger beroep van de Nationale Raad.

 

Verklaart de bestreden beslissing nietig.

 

Verklaart de tuchtvordering ontvankelijk.

 

Verklaart de tenlasteleggingen 4, 5, 6, 7 en 8, in de hierboven vermelde mate, bewezen en legt aan architect (…) de sanctie van 2 maanden schorsing op.

 

Aldus gewezen door (…) en na ondertekening door voormelde leden uitgesproken ter gewone en openbare zitting van de Raad van Beroep van de Orde van Architecten met het Nederlands als voertaal, zetelend te Gent, op 3 mei tweeduizend en zeventien door (…)