Raad van Beroep - 04 oktober 2017 - Geen medewerking aan Bureau met betrekking tot een opgelopen tuchtstraf

Jurisdictie: Raad van Beroep met Nederlands als voertaal zetelend te Gent
 

Datum: 04 oktober 2017
 

Beslissing: rechtsprekend op tegenspraak.

Beslissingsnummer: 17/3196

 

In de zaak van:

 

Architect, wonende te (…)

 

en van:

 

DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 19 bus 4,

 

De zaak werd behandeld door deze raad van beroep op de openbare terechtzitting van 6 september 2017 waar gehoord werden: wnd. Voorzitter (…) in het verslag, architect (…) in (…) middelen van verdediging door (…)zelf en de Nationale Raad in zijn middelen bij monde van meester (…), advocaat te (…).

 

                                                           * * *

 

De aanvraag dd. 07-09-2017 van de Nationale Raad tot heropening der debatten werd op 08-09-2017 ter kennis gebracht aan architect (…), die zich tegen deze aanvraag niet verzet (cf. (…) schrijven dd. 18-09-2017). De door deze raad opgelegde tuchtstraf bij beslissing gewezen bij verstek op 20-06-2012 werd inderdaad bij beslissing gewezen op verzet op 19-12-2012 herleid tot een berisping.

 Dit betreft evenwel een vaststaand feit, waarover geen debat moet noch kan gevoerd worden en waarmee deze raad rekening heeft gehouden bij de beoordeling van de zaak, zodat er geen reden bestaat om een nutteloze heropening der debatten te bevelen.

 

* * *

 

Gelet op de beslissing gewezen op 19-12-2016 door de Provinciale Raad (…), die de verbeterde tenlastelegging A,

 

in strijd met art. 69, eerste alinea van het Huishoudelijk Reglement van de Nationale Raad dd. 09/05/2008 te hebben verzuimd om binnen de maand na het in kracht van gewijsde treden van een tuchtstraf van schorsing, aan de Provinciale Raad van de Orde van Architecten voor de Provincie (…) een lijst te laten toekomen van de lopende opdrachten omvattende het opmaken van plans of de controle op de uitvoering van werken waarvoor een bouwvergunning vereist is,

 

de verbeterde tenlastelegging B,

 

in strijd met art. 69, tweede alinea van het Huishoudelijk Reglement van de Nationale Raad dd. 09/05/2008 te hebben verzuimd om alle nodige maatregelen te treffen opdat (…) opdrachtgevers geen nadelige gevolgen zouden ondergaan wegens de onmogelijkheid waarin (…) tijdelijk verkeert om bedoelde opdrachten uit te voeren, niettegenstaande de uitdrukkelijke vraag daartoe namens het bureau van de Provinciale Raad van de Orde van Architecten voor de Provincie (…), in bijzonder:

  • bij brief van 5-07-2016 (ref. …/…)
  • en bij rappel brief dd. 30-08-2016 (ref. …/…)

 

en de tenlastelegging C,

 

in strijd met artikel 29 van het KB dd. 18 april 1985 goedgekeurde reglement van beroepsplichten te hebben verzuimd het bureau van de Provinciale Raad van de Orde van Architecten voor de provincie (…) nuttig te antwoorden op de brief van 05-07-2016 (ref. …/…), niettegenstaande het uitdrukkelijk verzoek per schrijven dd. 30-08-2016 (ref. …/…),

 

bewezen verklaart in hoofde van architect (…) en (…) de tuchtstraf van 12 maanden schorsing oplegt, beslissing betekend op 20-02-2017 aan architect (…) en aan de Nationale Raad.

 

Gelet op de hogere beroepen ingesteld tegen deze beslissing op 23-03-2017 door architect (…) en op 03-04-2017 door de Nationale Raad.

 

Gelet op de beslissing gewezen bij verstek t.a.v. de Nationale Raad op 15-05-2017 door de raad van beroep, die beide hogere beroepen ontvangt en de bestreden beslissing bevestigt, met dien verstande evenwel dat de duur van de opgelegde schorsing herleid wordt tot drie maanden.

 

Gelet op de akte van verzet van de Nationale Raad, betekend bij aangetekend schrijven gepost op 01-06-2017, tegen deze beslissing.

 

Het verzet van de Nationale Raad, regelmatig naar vorm en termijn, is ontvankelijk.

 

Ingevolge de ontvankelijkheid van het verzet wordt de beslissing gewezen bij verstek op 15-05-2017 teniet gedaan, en oordeelt de raad van beroep opnieuw, ditmaal op tegenspraak, over de grond van de zaak.

Beide hogere beroepen zijn regelmatig naar vorm en termijn, rekening houdend met, enerzijds, de omstandigheid dat architect (…) van de bestreden beslissing pas in kennis werd gesteld op 21-02-2017 (art. 26, laatste lid, van de wet van 26-06-1963) en, anderzijds, de nietigheid van de betekening aan de Nationale Raad ingevolge het ontbreken van de vermeldingen bepaald in art. 25, tweede lid, van de wet van 26-06-1963.

 

Terecht heeft de Provinciale Raad de oorspronkelijke tenlasteleggingen A en B verbeterd in die zin dat de tenlastegelegde feiten een inbreuk uitmaken op art. 69 (respectievelijk eerste en tweede alinea) van het Huishoudelijk Reglement van de Nationale Raad dd. 09-05-2008 en niet van het bij KB dd. 18-04-1985 goedgekeurde Reglement van Beroepsplichten.

 

Ingevolge een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de raad van beroep dd. 22-04-2016 werd aan architect (…) een tuchtstraf van 3 maanden schorsing opgelegd, schorsing die inging op 01-09-2016 en een einde nam op 30-11-2016.

 

Hoewel uitdrukkelijk op 05-07-2016 en 30-08-2016 door de Provinciale Raad aangemaand, heeft architect verzuimd een lijst van de lopende opdrachten te laten toekomen, om alle nodige maatregelen te treffen opdat (…) opdrachtgevers geen nadelige gevolgen zouden ondergaan wegens de onmogelijkheid waarin (…) tijdelijk verkeert om bedoelde opdrachten uit te voeren, en het Bureau van de Provinciale Raad nuttig te antwoorden op diens schrijvens dd. 05-07-2016 en 30-08-2016.

 

De redenen vermeld in de akte van beroep van architect (…), de uitleg die (…) ter zittingen  van 03-05-2017 van de raad van beroep heeft verschaft, en de stukken die (…) ter zitting van 03-05-2017 heeft neergelegd, kunnen voormelde tuchtinbreuken onmogelijk verantwoorden.

 

De verbeterde tenlastelegging A, de verbeterde tenlastelegging B en de tenlastelegging C zijn derhalve bewezen gebleven. Hierdoor heeft architect (…) (opnieuw) op ernstige wijze de eer en de waardigheid van het beroep geschonden.

 

In zijn akte van verzet vordert de Nationale Raad in hoofdorde de tuchtstraf van schrapping, in subsidiaire orde de tuchtstraf van 2 jaar schorsing en in uiterst subsidiaire orde de bevestiging van de door de bestreden beslissing opgelegde tuchtstraf van 12 maanden schorsing.

 

De Nationale Raad vordert een verzwaring van de tuchtstraf omwille van het tuchtverleden van architect (…) en van (…). Wat het tuchtverleden betreft dient evenwel te worden opgemerkt dat de op 20-06-2012 bij verstek opgelegde tuchtstraf van één jaar schorsing na verzet vervangen werd door een berisping (cf. beslissing dd. 19-12-2012 van de raad van beroep).

 

Rekening houdend met al deze elementen, en in de hoop dat architect (…) ditmaal het gepaste gevolg zal geven aan de (…) opgelegde tuchtstraf, is de raad van beroep van oordeel dat de tuchtstraf van 6 maanden schorsing de bewezen verklaarde tuchtinbreuken op passende wijze beteugelt.

 

 

OP DIE GRONDEN

                                            DE RAAD VAN BEROEP

 

Gelet op de artikelen 20, 21, 24 t/m 33 van de wet van 26 juni 1963, het K.B. van 31 augustus 1963, art. 9 van de wet van 20 februari 1939, art. 15 van het Reglement dd. 16 december 1983 van de beroepsplichten der architecten, goedgekeurd bij K.B. van 18 april 1985 en artikel 24 van de wet van 15 juni 1935, wetsbepalingen door de voorzitter aangeduid.

 

Rechtsprekend op tegenspraak, met twee derden meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden.

 

Ontvangt het verzet van de Nationale Raad.

 

Doet de beslissing gewezen op 15-05-2017 door deze raad bij verstek teniet, en opnieuw rechtdoend.

 

Ontvangt beide hogere beroepen.

 

Bevestigt de bestreden beslissing, met dien verstande evenwel dat de duur van de opgelegde tuchtstraf van schorsing bepaald wordt op 6 maanden.

 

Aldus gewezen door (…) en na ondertekening door voormelde leden uitgesproken ter gewone en openbare zitting van de Raad van Beroep van de Orde van Architecten met het Nederlands als voertaal, zetelend te Gent, op vier oktober tweeduizend en zeventien door (…)