Raad van Beroep - geen medewerking aan het Bureau, ten spijts een recente tuchtsanctie

Jurisdictie: Raad van Beroep met Nederlands als voertaal zetelend te Gent

Datum: (…)

Onderwerp: geen medewerking aan het Bureau, ten spijts een recente tuchtsanctie

Beslissing: Rechtsprekende op tegenspraak t.o.v. de Nationale Raad en bij verstek t.a.v. de architect

 

Beslissingsnummer: 18/3217

 

In de zaak van:

 

architect, met kantooradres te (…)

 

en van:

 

DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN,

publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 19 bus 4, die in zijn akte hoger beroep woonstkeuze doet te 1000 Brussel, Havenlaan 86c bus 101,

 

Bij beslissing bij verstek gewezen door de Provinciale Raad van de Provincie (…) dd. (…)2018 werd aan architect (…) een schorsing van negen maanden opgelegd uit hoofde van de bewezen verklaarde tenlasteleggingen:

 

  1. In strijd met artikel 29 van het bij KB van 18 april 1985 goedgekeurde reglement van beroepsplichten:
  • Te hebben geweigerd om aan het Bureau van de Raad van de Orde spontaan te antwoorden op aangetekende en gewone brief dd. (…)2017 (ref. (…)), waarbij in uitvoering van de tuchtbeslissing van (…)2017 gevraagd werd om binnen de maand aan de Raad een lijst te doen toekomen van de lopende opdrachten omvattende het opmaken van plannen of de controle op de uitvoering van werken waarvoor een bouwvergunning vereist is, zodat hiertoe een herhaal en tevens onbeantwoord verzoek werd verstuurd bij:

Een eerste aangetekende en gewone herinneringsbrief dd.  (…)2017 (ref. (…))

Een tweede aangetekende en gewone herinneringsbrief dd. (…)2017 (ref. (…))

 

  • Te hebben geweigerd te verschijnen op de vergadering van het bureau van de Raad van de Orde dd. (…)2017, niettegenstaande een uitnodiging daartoe bij aangetekende en gewone brief van het bureau van de Raad dd. (…)2017 (ref.: (…))

 

  1. In strijd met artikel 69 van het Huishoudelijk Reglement van (…)2008 van de Nationale Raad te hebben nagelaten om binnen de maand aan de Raad een lijst te doen toekomen van de lopende opdrachten omvattende het opmaken van plannen of de controle op de uitvoering van de werken waarvoor een bouwvergunning vereist is.

 

  1. In strijd met artikel 2 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van de Orde van Architecten en in strijd met artikel 1 van het bij KB dd. 18 april 1985 goedgekeurde Reglement van Beroepsplichten, de eer en de waardigheid van het beroep van architect te hebben geschonden:
  • Door zich onbereikbaar te maken voor het bureau van de Provinciale Raad van de Orde van Architecten voor de Provincie (…), namelijk:

Gaf architect (…) geen gevolg aan de aangetekende en gewone brief dd. (…)2017 (ref. (…)) niettegenstaande een eerste aangetekende en gewone herinneringsbrief dd. (…)2017 (ref. (…)) en een tweede aangetekende en gewone herinneringsbrief dd. (…)2017 (ref. (…))

Gaf architect (…) geen gevolg aan de uitnodiging bij aangetekende en gewone brief van het Bureau van de Raad dd. (…)2017 (ref. (…)) voor verhoor op de bureauvergadering dd. (…)2017;

 

  • Door te weigeren in toepassing van artikel 69 van het Huishoudelijk Reglement van 9 mei 2008 van de Nationale Raad, binnen de maand aan de Raad een lijst te doen toekomen van de lopende opdrachten omvattende het opmaken van plannen of de controle op de uitvoering van werken waarvoor een bouwvergunning vereist is, zodat door het Bureau gevraagd in een aangetekende en gewone brief dd. (…)2017 ref. (…)) en zoals herhaald gevraagd in een eerste aangetekende en gewone herinneringsbrief dd. (…)2017 (ref. (…)) en in een tweede aangetekende en gewone herinneringsbrief dd. (…)2017 (ref. (…)).

 

De zaak werd behandeld door deze raad van beroep op de openbare terechtzitting van (…)2018 waar gehoord werden: wnd. Voorzitter (…) in het verslag en de Nationale Raad in zijn middelen bij monde van meester (…), advocaat te (…).

Architect (…) verscheen niet en werd niet vertegenwoordigd.

 

* * *

Hoewel regelmatig opgeroepen is architect (…) niet verschenen ter zitting van (…)2018 van de Raad van Beroep.

 

Gelet op de beslissing gewezen bij verstek op (…)2018 door de Provinciale Raad (…), die de 3 betichtingen bewezen verklaart en architect (…) een schorsing van 9 maanden oplegt, beslissing betekend op (…)2018 (op geldige wijze) aan architect (…) en (op ongeldige wijze) aan de Nationale Raad.

 

Gelet op de hogere beroepen ingesteld tegen deze beslissing door architect (…) op (…)2018 en door de Nationale Raad op (…)2018.

 

Beide hogere beroepen zijn regelmatig naar vorm en termijn, die voor architect (…) slechts is ingegaan bij het verstrijken van de termijn van verzet en voor de Nationale Raad niet is ingegaan ingevolge de nietigheid van de betekening wegens het ontbreken van de vermeldingen bepaald in artikel 25 lid 2 van de wet van 26-06-1963.

 

Het hoger beroep van architect (…) is ingesteld, conform artikel 26 lid 6 van de wet van 26-06-1963, bij aangetekende brief, gepost binnen de vermelde termijn en geadresseerd aan de bevoegde Raad van Beroep. Deze bepaling voorziet niet dat de akte van hoger beroep, op straffe van nietigheid, de uiteenzetting van de grieven dient te vermelden, die dus ook later schriftelijk of mondeling mogen worden uiteengezet. Bovendien zijn de belangen van de Nationale Raad geenszins geschaad, vermits het hoger beroep van de architect impliciet een betwisting van de bewezen verklaarde betichtingen en/of opgelegde tuchtstraf inhoudt, en de Nationale Raad zijn eigen grieven in besluiten heeft kunnen uiteenzetten, in weerwil van zijn akte van hoger beroep die enkel tot de bevestiging van de bestreden beslissing strekte.

 

De hogere beroepen van zowel architect (…) als de Nationale Raad worden dan ook ontvankelijk verklaard, zodat de voorwaardelijke afstand van hoger beroep van de Nationale Raad niet wordt gedecreteerd.

 

Terecht stelt de Nationale Raad dat uit de bundel niet kan worden opgemaakt of de samenstelling van de Provinciale Raad die de zaak op (…)2018 heeft behandeld dezelfde is als deze die op (…)2018 uitspraak heeft gedaan, zodat de bestreden beslissing nietig wordt verklaard en de Raad van Beroep zelf de zaak beoordeelt.

 

Krachtens artikel 29 van het Reglement van Beroepsplichten deelt de architect in zaken die hem betreffen, op eenvoudige vraag van zijn Provinciale Raad, alle inlichtingen en documenten mee welke nodig zijn bij het vervullen van de opdracht van de Raad van de Orde. De inlichtingen en documenten, die de Provinciale Raad op (…)2018, (…)2018 en (…)2018 aan architect (…) heeft gevraagd, werden door (…) niet medegedeeld. De eerste betichting is dan ook bewezen.

 

Hoewel uitgenodigd bij schrijvens dd. (…)2018, (…)2018 en (…)2018, heeft architect (…), in strijd met artikel 69  van het Huishoudelijk Reglement van 09-05-2008 van de Nationale Raad, nagelaten om binnen de maand aan de Raad een lijst te doen toekomen van de lopende opdrachten omvattende het opmaken van plannen of de controle op de uitvoering van de werken waarvoor een bouwvergunning vereist is. De tweede betichting is derhalve eveneens bewezen.

 

De feiten omschreven onder de derde betichting zijn dezelfde als deze reeds omschreven onder de eerste en tweede bewezen verklaarde betichtingen, zodat de overtollige derde betichting niet wordt weerhouden.

 

Door het plegen van de feiten omschreven onder de eerste en tweede betichtingen heeft architect (…), spijts een zeer recente tuchtbeslissing uitgesproken op (…)2017, opnieuw op grove wijze de eer en de waardigheid van het beroep van architect geschonden. Dergelijke feiten dienen dan ook op passende wijze beteugeld te worden door het opleggen van de hierna bepaalde tuchtsanctie.

 

 

 

OP DIE GRONDEN

 

DE RAAD VAN BEROEP

 

 

Gelet op de art. 20,21, 24 t/m 33 van de wet van 26 juni 1963, het K.B. van 31 augustus 1963, art. 9 van de wet van 20 februari 1939, art. 29 van het Reglement dd. 16 december 1983 van de beroepsplichten der architecten, goedgekeurd bij K.B. van 18 april 1985, art. 69 van het Huishoudelijk Reglement van de Orde van Architecten en art. 24 van de wet van 15 juni 1935,

 

 

Rechtsprekend met twee derden meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden, bij verstek t.o.v. architect (…) en op tegenspraak t.a.v. de Nationale Raad.

 

Ontvangt de hogere beroepen.

 

Doet de bestreden beslissing teniet, en opnieuw rechtdoend.

 

Verklaart de eerste en tweede betichtingen bewezen en legt aan architect (…) de tuchtstraf van 9 maanden schorsing op.

 

Aldus gewezen door (…) en na ondertekening door voormelde leden uitgesproken ter gewone en openbare zitting van de Raad van Beroep van de Orde van Architecten met het Nederlands als voertaal, zetelend te Gent, op (…) tweeduizend en achttien door (…)