Raad van Beroep - Onvoldoende bijstand / beperkte controle – niet aanstellen van veiligheidscoördinator – geen medewerking aan Bureau

Jurisdictie: Raad van Beroep met Nederlands als voertaal zetelend te Gent

Datum: (…)

Onderwerp: Onvoldoende bijstand / beperkte controle – niet aanstellen van een veiligheidscoördinator – geen medewerking aan het Bureau

Beslissing: Rechtsprekende op tegenspraak

Beslissingsnummer: 18/3208

In de zaak van:

architect, wonende te (…)

en van:

DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN,

publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 19 bus 4, die in zijn akte hoger beroep woonstkeuze doet te 1000 Brussel, Havenlaan 86c bus 101,

Architect (…) werd door de Provinciale Raad (…) vervolgd uit hoofde van de tenlasteleggingen:

In strijd met artikel 21 van het bij KB dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van beroepsplichten onvoldoende bijstand te hebben geleverd aan zijn cliënt bouwheer, meer bepaald in de onderzochte dossiers van:

*1: de raming te laag ingeschat: 597 eur/ m2 voor de nieuwbouw van een gezinswoning met een oppervlakte van 164 m2 ;

*2: er werd geen raming gemaakt;

*3: er werd geen raming opgemaakt;

*5: er werd geen raming opgemaakt;

*6: de raming is te laag ingeschat: 960/m2 voor de nieuwbouw van appartementen en commerciële ruimten met een totale oppervlakte van 1.875 m2 ;

*7: er werd geen raming opgemaakt;

*8: er werd geen raming opgemaakt;

*9: de raming te laag ingeschat: 721 eur / m2 voor de verbouwing en uitbreiding va een woning met een oppervlakte van 335 m2;

*10: de raming te laag ingeschat: 751 eur / m2 voor de nieuwbouw van een ééngezinswoning met een oppervlakte van 266 m2.

In strijd met artikel 12 van het bij Koninklijk Besluit dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van beroepsplichten erelonen te hebben gehanteerd welke de architect niet toelaten zijn beroep in eer en waardigheid uit te oefenen, meer bepaald in de onderzochte dossiers van:

*1: een laag forfaitair ereloon van 3.880 eur (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 98.000 EUR voor de nieuwbouw van een gezinswoning met een oppervlakte van 164 m2 (597 eur / m2);

*2: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 51.300 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een oppervlakte van een nieuwbouw (2.239 m2 met garage (1.875 m2);

*3: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 6.500 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een oppervlakte van het te verbouwen pand van 259 m2;

*4: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 15.960 EUR (excl. BTW), op een geschatte raming der werken t.b.v. 600.000 EUR, zijnde 2,4%;

*5: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 2.400 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een oppervlakte van 292 m2 van een tot winkel met twee woongelegenheden te verbouwen pand,

*6: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 80.000 EUR (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 1.800.000 EUR voor de nieuwbouw van appartementen en commerciële ruimten met een totale oppervlakte van 1875 m2 (960 EUR/m2);

*7: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 13.800 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een totale oppervlakte van 2.278 m2 van een nieuwbouw van 18 appartementen;

*8: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 5.000 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een totale oppervlakte van een nieuwbouw woning (213 m2) met loods (1.200 m2);

*9: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 7.000 EUR (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 241.750 EUR voor het verbouwen en uitbreiden van een woning met een totale oppervlakte van 335 m2 (721 EUR/m2);

*10: een laag forfaitair ereloon t.b.v. 5.000 EUR (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 200.000 EUR voor de nieuwbouw van een ééngezinswoning met een totale oppervlakte van 266 m2 (751 EUR/m2).

Door in strijd met art. 21 van het bij KB dd. 18 april 1985 vastgestelde reglement van beroepsverplichtingen en in strijd met de in de overeenkomsten vermelde volledigheid van de opdracht de in het kader van zijn opdracht te leveren prestaties dermate te hebben beperkt dat het hem mogelijk wordt systematisch te werken aan een ereloon dat te laag is voor het correct vervullen van de aangenomen opdrachten, waardoor niet alleen de eer en de waardigheid van de beroepsuitoefening wordt geschonden (schending artikel 12 eerste lid van het reglement van beroepsplichten), maar waardoor tevens de collegialiteit wordt geschonden naar collega-architecten die wel elke opdracht volledig ter harte nemen (schending van art. 25 van het reglement van beroepsplichten), waardoor het ook mogelijk is het aantal en de omvang van de opdrachten aan te nemen dat niet ais afgestemd op zijn persoonlijke mogelijkheden tot tussenkomst, aan de middelen die hij kan aanwenden en aan de bijzondere eisen die de belangrijkheid en de plaats van de uitvoering van zijn opdracht meebrengen (schending van artikel 4 derde lid van het reglement van beroepsverplichtingen) en dit meer bepaald in de dossiers van:

*1: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken met beperkte uitvoering van de opdracht (o.a. werfcontrole beperkt tot 4 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen nazicht van de rekeningen, PV van voorlopige oplevering beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht zonder de technieken) en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag ereloon, namelijk3.880 eur (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 98.000 EUR voor de nieuwbouw van een gezinswoning met een oppervlakte van 164 m2 (597 eur/m2);

*2: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken en hierdoor in staat te zijn te werken aan een te laag ereloon t.b.v. 51.300 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een oppervlakte van een nieuwbouw (2.239 m2 met garage (1.875 m2);

*3: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken en hierdoor in staat te zijn te werken aan een te laag ereloon t.b.v.6.500 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een oppervlakte van het te verbouwen pand van 259 m2;

*4: een beperkte uitvoering van de opdracht (o.a. werfcontrole beperkt tot 3 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes van aannemers, geen nazicht van de rekeningen) en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag forfaitair ereloon t.b.v. 15.960 EUR (excl. BTW), op een geschatte raming der werken t.b.v. 600.000 EUR, zijnde 2,4%;

*5: een beperkte uitvoering van de opdracht (o.a. werfcontrole beperkt tot 4 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen nazicht van de rekeningen) en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag forfaitair ereloon t.b.v. 2.400 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een oppervlakte van 292 m2 van een tot winkel met twee woongelegenheden te verbouwen pand;

*6: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag forfaitair ereloon t.b.v.80.000 EUR (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 1.800.000 EUR voor de nieuwbouw van appartementen en commerciële ruimten met een totale oppervlakte van 1875 m2 (960 EUR/m2);

*7: een beperkte uitvoering van de opdracht (o.a. werfcontrole beperkt tot 6 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes van aannemers, geen nazicht van de rekeningen) en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag forfaitair ereloon t.b.v. 13.800 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een totale oppervlakte van 2.278 m2 van een nieuwbouw van 18 appartementen;

*8: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag ereloon, namelijk 5.000 EUR (excl. BTW), zonder dat er een raming van de werken werd gemaakt, doch gelet op een totale oppervlakte van een nieuwbouwwoning (213 m2) met loods (1.200 m2);

*9: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken en beperkte uitvoering van de opdracht (o.a. werfcontrole beperkt tot 3 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes van aannemers, geen nazicht van de rekeningen) en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag ereloon t.b.v. 7.000 EUR (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 241.750 EUR voor het verbouwen en uitbreiden van een woning met een totale oppervlakte van 335 m2 (721 EUR/m2);

10°: een opdracht contractueel beperkt tot ruwbouw, water- en winddicht en de technieken en beperkte uitvoering van de opdracht (o.a. werfcontrole beperkt tot 5 e-mails, beperkt fotodossier, geen offertes van aannemers, geen nazicht van de rekeningen) en hierdoor in staat te zijn te werken aan een laag ereloon, nl. 5.000 EUR (excl. BTW), terwijl de raming der werken reeds te laag werd ingeschat: 200.000 EUR voor de nieuwbouw van een ééngezinswoning met een totale oppervlakte van 266 m2 (751 EUR/m2).

In strijd met art. 17 van het KB dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van beroepsplichten te hebben nagelaten erover te waken dat de wettelijke en reglementaire bepalingen die op haar van toepassing zijn in het kader van de haar toevertrouwde opdracht worden nageleefd (schending van artikel 17 van het Reglement van beroepsverplichtingen) en dit door te hebben nagelaten over te gaan tot aanstelling van een veiligheidscoördinator (art. 41 § 1, 4bus, 4ter en 4 quater van het KAB dd. 25 januari 2001, zoals herhaaldelijk gewijzigd en / of een EPB verslaggever (artikel van het EPB decreet dd. 22 december 2006) in de volgende dossiers:

* schending van de wettelijke plicht van de architect om een veiligheidscoördinator aan te stellen voor werven met een oppervlakte van minder dan 500 m2 (artikel 4 Wet 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect juncto Koninklijk Besluit van 25 januari 2001), in de dossiers 1,2, 3, 6 en 8: geen veiligheidscoördinatie – niets aanwezig in de dossiers,

* schending van de plicht om te waken over de aanstelling van een EPB-verslaggever door de architect, in de dossiers 1, 2, 3, 6 en 8 niets aanwezig in de dossiers.

In strijd met de artikelen 22 en 23 van het Koninklijk Besluit dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van beroepsplichten te hebben verzuimd om opdrachtgever bij te staan bij de aanbesteding der werken, in de volgende dossiers:

*2: geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat), geen gegevens over de uitvoeringsplannen, aanbestedingsdocumenten, medewerking bij aanbesteding en toewijzing;

*3: geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat), geen gegevens over de uitvoeringsplannen, aanbestedingsdocumenten, medewerking bij aanbesteding en toewijzing;

*4: geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat), geen gegevens over de uitvoeringsplannen, aanbestedingsdocumenten, medewerking bij aanbesteding en toewijzing;

*6: geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat), geen gegevens over de uitvoeringsplannen, aanbestedingsdocumenten, medewerking bij aanbesteding en toewijzing;

*8: geen documenten gekend (geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat), geen gegevens over de uitvoeringsplannen, aanbestedingsdocumenten, medewerking bij aanbesteding en toewijzing;

In strijd met art. 21 van het KB dd. 18 april 1985 goedgekeurde reglement van beroepsplichten al teveel beperkte of geen controle te hebben uitgevoerd op de uitvoering der werken, meer bepaald in de onderzochte dossiers van:

*1: 4 rudimentaire werfverslagen met een beperkt fotodossier,

*4: 3 rudimentaire werfverslagen met een beperkt fotodossier,

*5: 4 rudimentaire werfverslagen met een beperkt fotodossier,

*7: 6 rudimentaire werfverslagen met een beperkt fotodossier,

*9: 3 rudimentaire werfverslagen met een beperkt fotodossier,

*10: werf controle beperkt tot 5 e-mails en een beperkt fotodossier.

In strijd met artikel 1 en 14 van het bij Koninklijk besluit dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van beroepsplichten te hebben verzuimd om het beroep uit te oefenen met bekwaamheid, doeltreffendheid en inachtneming van de beroepsethiek, alsook om zich te onthouden van elke demarche die de waardigheid van het beroep zou kunnen aantasten te respecteren:

*1: geen ernstige opvolging dossier: PV van voorlopige oplevering is beperkt tot de constructie water- winddicht in tegenstelling tot de contractuele opdracht om tevens de technieken op te volgen;

* 2: geen ernstige opvolging dossier: geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat;

* 3: geen ernstige opvolging dossier: geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat;

* 4: geen ernstige opvolging dossier: werfcontrole beperkt tot 3 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes aannemers, geen nazicht van de rekeningen;

* 5: geen ernstige opvolging dossier: werfcontrole beperkt tot 4 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes aannemers, geen nazicht van de rekeningen;

* 6: geen ernstige opvolging dossier: geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat;

* 7: geen ernstige opvolging dossier: werfcontrole beperkt tot 3 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes aannemers, geen nazicht van de rekeningen;

* 8: geen ernstige opvolging dossier: geen uitvoeringsplannen, details, bestek noch meetstaat;

* 9: geen ernstige opvolging dossier: werfcontrole beperkt tot 3 rudimentaire werfverslagen, beperkt fotodossier, geen offertes aannemers, geen nazicht van de rekeningen;

*10: geen ernstige opvolging dossier: werfcontrole beperkt tot 5 e-mails, beperkt fotodossier, geen offertes aannemers, geen nazicht van de rekeningen.

In strijd met artikel 29 van het Koninklijk Besluit dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van beroepsplichten hebben geweigerd het bureau van de Provinciale Raad van de Orde van Architecten van Vlaams-Brabant nuttig gevolg te geven aan de brief van 19 januari 2016 (ref. KAB/16.0100), niettegenstaande het heraahd verzoek per e-mail en gewoon schrijven dd. 15 april 2016 (ref. KAB/16.0211).

Bij beslissing gewezen op 18 december 2017 werden de tenlasteleggingen 1, 4 en 5,6,7 (enkel m.b.t. de dossiers 2,6 en 8) niet bewezen verklaard en werd aan architect (…) uit hoofde van de overige bewezen verklaarde tenlasteleggingen een schorsing van 12 maanden opgelegd.

* * *

zaak werd behandeld door deze Raad van Beroep op de openbare terechtzitting van (…) 2018 waar gehoord werden: wnd. Voorzitter (…) in het verslag, architect (…) in (…) middelen van verdediging bijgestaan door meester (…) en meester (…), beiden advocaten te (…) en de Nationale Raad in zijn middelen bij monde van meester (…), advocaat te (…).

* * *

Gelet op de beslissing gewezen op (…) 2017 door de Provinciale Raad van (…), die architect (…) uit hoofde van de bewezen verklaarde tenlasteleggingen een schorsing van 12 maanden oplegt, beslissing regelmatig betekend op (…)2018 aan architect (…) en aan de Nationale Raad.

Gelet op de hogere beroepen ingesteld tegen deze beslissing op (…) 2018 door architect (…) en op (…) door de Nationale Raad.

Gelet op de beslissing gewezen op (…) 2018 door deze Raad van Beroep, die het verzoekschrift tot bewarende vrijwillige tussenkomst van architect (…) onontvankelijk heeft verklaard.

Gelet op de conclusies neergelegd door architect (…) en door de Nationale Raad.

Beide hogere beroepen, ingesteld conform artikel 26 van de wet van 26-06-1963 bij aangetekende brief, gepost binnen de vermelde termijn en geadresseerd aan de bevoegde Raad van Beroep, zijn ontvankelijk. De wet stelt geen andere vormvereiste voor het instellen van het hoger beroep, en het staat derhalve appellanten vrij om nadien mondeling of schriftelijk al hun middelen en grieven voor te dragen. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door een overtollige en nutteloze vermelding (beroep strekkende tot de bevestiging van de bestreden beslissing) in de beroepsakte van de Nationale Raad.

Terecht stelt de Nationale Raad dat door het gebrek aan zittingsbladen het niet mogelijk is na te gaan of de personen die gezeteld hebben op de zitting waarop de zaak is gehoord en de personen die de uitspraak van de zaak hebben ondertekend dezelfde zijn. In het belang van beide partijen wordt de bestreden beslissing enkel om deze reden nietig verklaard (het is derhalve overbodig andere nietigheidsgronden te onderzoeken) en oordeelt de Raad van Beroep zelf over de grond van de zaak.

Architect (…) houdt voor dat noch het Bureau, noch de Provinciale Raad rechtsgeldig zijn samengesteld ingevolge een beweerde ongeldigheid van de verkiezingen. Echter, geen enkele kiezer (incl. (…) heeft tegen de uitslagen van de stemming beroep ingediend conform artikel 26 van het KB van 31-08-1963, zodat de geldigheid van de verkiezingen niet meer voor betwisting vatbaar is.

In tegenstelling tot hetgeen architect (…) voorhoudt, kan het Bureau, in casu naar aanleiding van diverse opvolgingen, regelmatig ambtshalve (zonder dat een voorafgaande klacht vereist is) een tuchtonderzoek instellen en de zaak naar de Raad verwijzen (Cass. 12-11-1990, A.C. 1990-91, nr. 141, 299). Geen enkele wettelijke bepaling legt aan het Bureau de verplichting op om de reden van het openen van een tuchtonderzoek te melden. Het ambtshalve opgestarte tuchtrechtelijk onderzoek is dan ook met geen enkele nietigheid behept.

De Nationale Raad stelt voor de tenlastelegging 1 als volgt te heromschrijven: “In strijd met artikelen 16,20 en 21 van het KB dd. 18 april 1985 goedgekeurd reglement van Beroepsplichten …”. Geen enkele wettekst legt de Nationale Raad verbod op om een heromschrijving van een tenlastelegging voor te stellen. Deze heromschrijving is overigens geen uitbreiding van het voorwerp van inbeschuldigingstelling, maar enkel de terechte vaststelling dat de tenlaste gelegde feiten (die ongewijzigd blijven) een inbreuk op niet alleen art. 21 doch ook op art 16 en 20 van het Reglement van Beroepsplichten zouden kunnen uitmaken. De Raad van Beroep beslist dan ook de tenlastelegging 1 te heromschrijven zoals voorgesteld door de Nationale Raad. Na onderzoek van de voorgelegde dossiers stelt de Raad van Beroep vast dat in het dossier (…) (dossier 6) de raming te laag is ingeschat voor een gebouw met 9 appartementen en een gelijkhandelsvloer, in het dossier (…) (dossier 8) geen raming werd opgemaakt en in het dossier (…) (dossier 10) geen raming voorhanden is hoewel een volledige opdracht blijkt te zijn gegeven. De tenlastelegging 1 is dan ook in die beperkte mate bewezen.

De tenlasteleggingen 2 en 3 zijn niet bewezen, daar er in de bundel geen gegevens voorhanden zijn waaruit kan afgeleid worden dat de (weliswaar lage) erelonen architect (…) niet toelaten haar beroep in eer en waardigheid uit te oefenen en de aangenomen opdrachten correct te vervullen.

De door de Nationale Raad voorgestelde heromschrijving van de tenlastelegging 4 is beperkt tot de toevoeging van de woorden “thans decreet van 8 mei 2009” aan het oorspronkelijk vermelde EPB decreet dd. 22 december 2006, en wordt uiteraard aanvaard door de Raad van Beroep. Na onderzoek van de voorgelegde dossiers wordt vastgesteld dat in het dossier (…) (dossier 2) niet blijkt dat de bouwdirectie een coördinator-ontwerp heeft aangewezen tijdens de studiefase van het ontwerp, dat in het dossier (…) (dossier 3) architect (…) niet bewijst dat zij de taak van veiligheidscoördinator heeft vervuld en dat in de dossiers (…) (dossier 6) en (…) (dossier 8) geen coördinatorontwerp tijdens de studiefase van het ontwerp van het bouwwerk aangesteld werd. De tenlastelegging 4 is in deze mate bewezen.

Wat de tenlastelegging 5 betreft, blijkt uit het onderzoek van de voorgelegde dossiers dat in de dossiers (…) (dossier 3) en (…) (dossier 4) architect (…) gedeeltelijk verzuimd heeft zijn opdrachtgever bij te staan bij de aanbesteding der werken. De tenlastelegging 5 is dan ook in deze beperkte mate bewezen.

Wat de tenlastelegging 6 betreft, blijkt uit het onderzoek van de dossiers dat in het dossier (…) (dossier 1) de voorgelegde werfverslagen wijzen op een te beperkte controle op de werken, dat in het dossier (…) (dossier 4) de voorgelegde werfverslagen eveneens wijzen op een te beperkte controle op een bouw van 5 appartementen, dat in het dossier (…) (dossier 7) slechts 7 werfverslagen worden voorgelegd voor de bouw van 18 appartementen, en dat in het dossier (…) (dossier 9) slechts 2 werfverslagen worden voorgelegd voor de verbouwing en uitbreiding van een woning met schuur. De tenlastelegging 6 m.b.t. tot de controle op de uitvoering der werken is dan ook in deze mate bewezen.

Wat de tenlastelegging 7 betreft, blijkt uit het onderzoek van de dossiers dat er geen ernstige opvolging is gebeurd in de dossiers (…) (dossier 3) waarin geen voorlopige oplevering aan te treffen is, (…) (dossier 4) waarin eveneens een oplevering ontbreekt voor de bouw van 5 appartementen, (…) (dossier 5) waarin geen uitvoeringsplannen aan te treffen zijn, (…) (dossier 7) waarin geen voorlopige oplevering aan te treffen is voor de bouw van 18 appartementen, (…) (dossier 9) waarin geen opleveringsverslag aan te treffen is, en (…) (dossier 10) waarin geen lastenboek aan te treffen is. De tenlastelegging 7 is dan ook in deze mate bewezen.

Wat tenslotte de tenlastelegging 8 betreft, staat het vast dat architect (…) geweigerd heeft nuttig gevolg te geven aan de brief van (…)2016 van het bureau van de Provinciale Raad (…), niettegenstaande het herhaald verzoek per e-mail en gewoon schrijven van (…)2016. Nochtans had architect (…) de verplichting om op eenvoudige vraag van haar Provinciale Raad, in zaken die haar betreffen, alle inlichtingen en documenten mede te delen welke nodig zij bij het vervullen van de opdracht van de Raad van de Orde. De tenlastelegging 8 is bewezen.

De tenlastelegging 1, 4, 5, 6, 7 en 8 zijn in de hierboven vermelde mate bewezen. Hierdoor is architect (…) aan (…) wettelijke beroepsverplichtingen tekort gekomen en heeft (…) op ernstige wijze de eer en de waardigheid van het beroep als architect geschonden. Dergelijke tuchtrechtelijke inbreuken dienen te worden beteugeld met de tuchtstraf van een schorsing, waarvan de duur rekening houdend met haar vlekkeloos verleden als volgt wordt bepaald.

OP DIE GRONDEN

DE RAAD VAN BEROEP

Gelet op art. 20, 21, 24 t/m 33 van de wet van 26 juni 1963, het K.B. van 31 augustus 1963, art. 1, 14, 16, 17, 20, 21, 22, 23, 29 van het Reglement dd. 16 december 1983 van de beroepsplichten der architecten, goedgekeurd bij K.B. van 18 april 1985 en art. 24 van de wet van 15 juni 1935,

Rechtsprekend op tegenspraak met twee derden meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden.

Ontvangt beide hogere beroepen.

Doet de bestreden beslissing teniet, en opnieuw rechtdoend.

Verklaart de tenlasteleggingen 1, 4, 5, 6, 7 en 8 in de hierboven vermelde mate bewezen en legt uit dien hoofde aan architect (…) de tuchtstraf van een schorsing van 3 maanden op.

Aldus gewezen door (…) en na ondertekening door voormelde leden uitgesproken ter gewone en openbare zitting van de Raad van Beroep van de Orde van Architecten met het Nederlands als voertaal, zetelend te Gent, op (…) tweeduizend en achttien door (…)