Raad van Beroep - Schrapping van de Tabel

Jurisdictie: Raad van Beroep met Nederlands als voertaal zetelend te Gent

Datum: (…)

Onderwerp: Schrapping van de Tabel

Beslissing: Rechtsprekende op tegenspraak

 

Beslissingsnummer: (…)

 

In de zaak van:

 

architect, wonende te (…)

 

en van:

 

DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN,

publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 19 bus 4, die in zijn akte hoger beroep woonstkeuze doet te 1000 Brussel, Havenlaan 86c bus 101,

 

Aan architect (…) werd door de Provinciale Raad (…) dd. (…) 2018 een schorsing van (…) maanden opgelegd uit hoofde van de tenlasteleggingen:

 

aantasting van de eer en waardigheid van het beroep van architect (art. 2 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van de Orde van Architecten en art. 1 van het reglement van beroepsplichten goedgekeurd door het K.B. van 18 april 1985) inzonderheid door:

 

  1. Bij (…) aanvraag tot heropname op de tabel geen melding te hebben gemaakt van (…) activiteiten in de vennootschappen (…) (art. 5, 3de lid van het reglement van beroepsplichten)
  2. (…) activiteiten van architect volledig uit te voeren vanuit een aannemingsbedrijf (…) met gebruik van de middelen van (…), zonder ondernemings- of BTW nr. als architect
  3. Het beroep van architect uit te voeren zonder over een inschrijving in de Kruispuntbank der Ondernemingen te beschikken waardoor de architect een daad stelt, strijdig met de eerlijke marktpraktijken en onwaardig met het beroep van architect (art. 2 wet 26 juni 1963 en 1 reglement van beroepsplichten)
  4. Voorafgaand aan (…) inschrijving op de tabel van de Orde ((…) 2014), minstens één plan te hebben opgemaakt zonder gerechtigd te zijn het beroep van architect uit te oefenen ((…),(…) 2014) (art. 5 wet 26 juni 1963)
  5. In strijd met de eerlijke marktpraktijken en met de waardigheid van het beroep van architect in plaats van erelonen als architect te ontvangen mee te spelen in een spel van speculatieve winsten (art. 2 van de wet van 26 juni 1963 en 1 van het reglement van beroepsplichten)
  6. In strijd met de eerlijke marktpraktijken en met de waardigheid van het beroep van architect geen erelonen te ontvangen op een normale manier, (…) verzekeringsmaatschappij te misleiden en bouwprojecten onverzekerd achter te laten (art. 2 wet 26 juni 1963 en 1 van het reglement van beroepsplichten)
  7. In strijd met de art. 4 en 10 van de wet van 20 februari 1939 ter bescherming de titel en van het beroep van architect en in strijd met art. 21 van het reglement van beroepsplichten bewust bouwwerken te laten uitvoeren zonder toezicht van een architect, waarmede ook de overheid wordt misleid
  8. In strijd met de eer en waardigheid van het beroep van architect handtekeningen in naam van een ander te plaatsen, zonder daarvoor een mandaat te hebben (bouwaanvraag project (…)) (art. 2 wet 26 juni 1963 en 1 van het reglement van beroepsplichten)
  9. In strijd met de eer en waardigheid van het beroep van architect de Orde van Architecten te misleiden door bij visumaanvragen bewust een contractdatum in te vullen wetende dat er geen contract is opgemaakt

10. In strijd met de eer en waardigheid van het beroep van architect de Orde van Architecten te misleiden een vals contract op te maken met een bouwonderneming (…) op (…) 16

11. In strijd met art. 29 van het Reglement van beroepsplichten opzettelijk te hebben nagelaten alle inlichtingen en documenten voor te leggen die nodig zijn voor het vervullen van de opdracht van de Orde, bijvoorbeeld door slechts onvolledige informatie door te geven na een vraag van de Orde van Architecten, ondanks het bewijs dat deze stukken bestaan

12. De opvolgingsregels niet te hebben gevolgd inzake een werf aan de (…) te (…), wetende dat er eerder een andere architect was aangesteld (art. 26 van het reglement van beroepsplichten)

13. In strijd met de eerlijke marktpraktijken en met de waardigheid van het beroep van architect, de andere architecten oneerlijk te beconcurreren door (…) opdracht als architect te minimaliseren, (…) werkzaamheden niet of onvoldoende te verzekeren, geen erelonen aan te rekenen en (…) beroep uit te oefenen op kosten van en onder het fiscaal regime van een aannemingsbedrijf (art. 2 wet 26 juni 1963 en 1 van het reglement van beroepsplichten)

 

* * *

 

 

 

 

De zaak werd behandeld door deze Raad van Beroep op de openbare terechtzitting van (…) 2019 waar gehoord werden: wnd. Voorzitter (…) in het verslag, architect (…) in (…) middelen vertegenwoordigd door meester (…), advocaat te (…) en de Nationale Raad in zijn middelen bij monde van meester (…), advocaat te (…).

 

* * *

 

Gelet op de beslissing gewezen op (…) 2018 door de Provinciale Raad van (…), die de 13 tenlasteleggingen bewezen verklaart en architect (…) een tuchtstraf van (…) maanden schorsing oplegt, beslissing betekend op (…) 2018 aan architect (…) en op (…) 2018 aan de Nationale Raad.

 

Gelet op de hogere beroepen ingesteld door architect (…) op (…) 2018 en door de Nationale Raad op (…) 2018.

 

Beide hogere beroepen, regelmatig naar vorm en termijn, zijn ontvankelijk.

 

Architect (…) was ter zitting van (…) 2019 niet aanwezig in persoon, doch werd vertegenwoordigd door (…) raadsman, hetgeen (…) volste recht is. Aan (…) verzuchting om gehoor te worden werd derhalve, weze het via (…) raadsman, voldaan.

 

Architect (…) houdt voor dat (…) rechten van verdediging geschonden zijn om reden dat een aantal tenlasteleggingen zeer vaag en niet geconcretiseerd zouden zijn naar tijd en ruimte of naar feitelijkheden. De tenlasteleggingen, belicht met de stukken van het dossier, zijn voldoende duidelijk, zodat er van enige schending van rechten van verdediging geen sprake is.

 

Wat de eerste tenlastelegging betreft, stelt architect (…) terecht dat (…) reeds uitgetreden was uit de BVBA (…) bij (…) vraag tot heropname op de Tabel, doch ten onrechte dat de betichting zonder voorwerp zou zijn om reden dat de NV (…), aanvankelijk toebehorende aan wijlen (…) echtegno(o)t(e), nadien aan (…) 2 zonen (elk 49 aandelen) en (…)zelf (5 aandelen), een patrimoniumvennootschap zou zijn, waarvan de activiteiten uitsluitend zouden bestaan uit het beheer van eigen vermogen. Bij (…) aanvraag tot wederinschrijving diende architect (…) medling te maken van (…) activiteiten in de NV (…), waarvan (…) niet alleen aandeelhouder maar ook afgevaardigde-bestuurd(st)er was, en die, in tegenstelling tot hetgeen (…) in besluiten voorhoudt, een aannemingsbedrijf is dat wel degelijk als aannemer optrad voor haar eigen bouwprojecten (cf. schrijven dd. (…) 2017 van (…) raadsman Mter (…)). De eerste tenlastelegging is, althans voor wat betreft de NV (…), bewezen gebleven.

 

Wat de tweede tenlastelegging betreft, kan niet worden betwist dat (…) aanvankelijk gehandeld heeft zonder ondernemingsnummer of BTW-nummer als architect. Een latere regularisatie kan geen afbreuk doen aan de gepleegde inbreuk. Ten onrechte stelt architect (…) dat (…) geen activiteiten van bouwpromotie ontwikkelt en dat (…) werkwijze correct zou zijn. Immers de werkwijze van architect (…) bestaat erin een recht van opstal (dit is het recht om gebouwen op te richten op gronden waarvan men gene eigenaar is) te verwerven met het oog om bouwprojecten te realiseren en via makelaars te verkopen. In de voorgelegde overeenkomsten blijkt trouwens dat architect (…) zichzelf als promotor en/of bouwheer omschrijft. De tweede tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de derde tenlastelegging betreft, staat vast dat (…) het beroep van architect heeft uitgeoefend zonder over een inschrijving in de Kruispuntbank der ondernemingen te beschikken. De latere regularisatie doet geen afbreuk aan de aanvankelijk gepleegde inbreuk. De derde tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de vierde tenlastelegging betreft, dient deze te worden aangevuld met de vermelding “(art. 4 van de wet van 20 februari 1939)” zoals gevraagd door de Nationale Raad en waarop architect (…) zich heeft kunnen verdedigen op de openbare terechtzitting van (…) 2019. Tijdens (…) ondervraging door het Bureau op (…) 2017 heeft architect (…) erkend dat hij op (…) 2014 in het dossier (…) een plan heeft opgesteld voorafgaand aan (…) inschrijving op (…) 2014 op de Tabel van de Orde van Architecten. De vierde (aangevulde) tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de vijfde tenlastelegging betreft, wordt aan architect (…) verweten, in strijd met de eerlijke marktpraktijken en met de waardigheid van het beroep van architect, mee te spelen in een spel van speculatieve winsten in plaats van erelonen als architect te ontvangen. Tijdens het onderhoud met het Bureau op (…) 2016 stelt architect (…): “Ik werk niet voor derden, ik werk enkel voor mezelf. Ik koop zelf panden op, dien een bouwaanvraag in, verbouw ze en verkoop die panden weer”. Architect (…) vermengt dus de hoedanigheden van bouwheer, architect en aannemer, en het is duidelijk dat (…) laag ereloon als architect (…) speculatieve winsten als bouwpromotor bevordert. De vijfde tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de zesde tenlastelegging betreft, is reeds vermeld (cf. supra) dat architect (…), om (…) speculatieve winsten als bouwpromotor te vrijwaren, abnormale lage erelonen als architect ontvangt, waardoor (…) zijn verzekeringsmaatschappij misleid door enkel een minimumpremie te betalen zonder opgave van concrete prestaties en waardoor bouwprojecten onverzekerd of onderverzekerd worden achtergelaten. De zesde tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de zevende tenlastelegging betreft, dient deze te worden aangevuld met de vermelding van artikel 6 van de wet van 20 februari 1939 zoals gevraagd door de Nationale Raad en waarop architect (…) zich heeft kunnen verdedigen op de openbare terechtzitting van (…) 2019. Uit het dossier blijkt dat architect (…) een visum heeft aangevraagd voor aannemingswerken uitgevoerd door de NV (…) waarvan (…)zelf afgevaardigde-bestuurd(st)er was. Uit geen enkel stuk blijkt dat (…) als architect enig toezicht zou hebben gehouden op bedoelde bouwwerven uitgevoerd door (…) eigen aannemersbedrijf NV (…). Bovendien heeft (…) hierdoor de overheden van de Orde van Architecten misleid. De zevende tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de achtste tenlastelegging betreft, blijkt uit het stuk 1 van (…) dossier dat architect (…) wel degelijk vanwege de zaakvoerder van de BVBA (…) een mandaat heeft gehad om in zijn naam bedoelde bouwaanvraag te ondertekenen. De achtste tenlastelegging is niet bewezen.

 

Wat de negende tenlastelegging betreft, kan er inderdaad geen contract bestaan tussen (…) als bestuurd (st)er van de NV (…) die als bouwheer een bouwaanvraag hoorde te bekomen en dezelfde (…) als architect van de NV (…) waarvan (…) bestuurd(st)er was. (…) heeft de Orde van Architecten misleid door desalniettemin bij visumaanvragen bewust een contractdatum in te vullen wetende dat er geen contract is opgemaakt. De negende tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de tiende tenlastelegging betreft, blijkt dat het contract opgesteld op (…) 2016 tussen bouwonderneming (…) en architect (…) houdende een volledige opdracht vals is, vermits de overeenkomst van verkoop tussen dezelfde partijen van (…) 2015 impliceerde dat de NV (…), waarvan architect (…) bestuurd(st)er was en als dusdanig optrad, op zich had genomen om de bouwvergunning te bekomen. De tiende tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de elfde tenlastelegging betreft, blijkt dat een bijlage aan een overeenkomst opgevraagd op (…) 2017 pas op (…) 2017 werd ontvangen dan wanneer architect (…) deze aan het Bureau diende mede te delen voor (…) 2017. Aldus is aangetoond dat architect (…) onvolledige documenten heeft overgelegd, hetgeen in strijd ismet artikel 29 van het Reglement van Beroepsplichten. De elfde tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de twaalfde tenlastelegging betreft, staat het vast dat architect (…) zijn confrater (…) heeft opgevolgd m.b.t. de werf aan de (…) te (…). Uit geen enkel stuk blijkt dat architect (…) de opvolgingsregels bepaald in artikel 26 van het Reglement van Beroepsplichten zou hebben gevolgd, inzonderheid de plicht om voorafgaandelijk aan de opvolging deze mede te delen aan (…) Provinciale Raad. De twaalfde tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Wat de dertiende tenlastelegging betreft, wordt aan architect (…) verweten de andere architecten oneerlijk te beconcurreren door (…) opdracht als architect te minimaliseren, (…) werkzaamheden niet of onvoldoende te verzekeren, geen erelonen aan te rekenen en (…) beroep uit te oefenen op kosten van en onder het fiscaal regime van een aannemingsbedrijf. Deze tenlastelegging is in feite een samenvatting van de werkwijze van architect (…) die erop neerkomt (…) opdracht als architect te minimaliseren (met een te laag ereloon en een onvoldoende verzekering tot gevolg) ten einde (…) inkomsten als bouwpromotor via de NV (…) te bevorderen. De dertiende tenlastelegging is bewezen gebleven.

 

Door het plegen van de bewezen verklaarde tenlasteleggingen heeft architect (…) op de meest schromelijke wijze de eer en de waardigheid van het beroep van architect aangetast. Terecht stelt de Nationale Raad dat de door de Provinciale Raad opgelegde sanctie kennelijk onvoldoende is. Immers, architect (…) is in werkelijkheid een bouwpromotor die, in plaats van op een onafhankelijke architect beroep te doen, uit zuiver winstbejag (…) herinschrijving op de Tabel heeft gevraagd ten einde zelf als architect te kunnen optreden voor (…) eigen bouwprojecten. Dergelijke ernstige tuchtinbreuken dienen op passende wijze beteugeld te worden met de zwaarste tuchtstraf, namelijk de schrapping.

 

 

 

 

OP DIE GRONDEN

 

DE RAAD VAN BEROEP

 

 

Gelet op de art. 2, 5, 20, 21, 24 t/m 33 van de wet van 26 juni1963, het K.B. van 31 augustus 1963, artikel 1, 5.3°lid, 21, 26, 29 van het Reglement van Beroepsplichten zoals goedgekeurd bij Koninklijk Besluit dd. 18 april 1985, art. 4, 6 en 10 Wet van 20 februari 1939 ter bescherming van het beroep van architect en art. 24 van de wet van 15 juni 1935.

 

Rechtsprekende op tegenspraak, met een twee derden meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden

 

Ontvangt de hogere beroepen.

 

Doet de bestreden beslissing teniet, en opnieuw rechtdoend.

 

Verklaart de achtste tenlastelegging niet bewezen.

 

Verklaart de eerste (beperkt tot de NV (…)), tweede, derde, vierde (aangevuld), vijfde, zesde, zevende (aangevuld), negende, tiende, elfde, twaalfde en dertiende tenlasteleggingen bewezen, en legt aan architect (…) de tuchtstraf van de schrapping op.

 

Aldus gewezen door (…) en na ondertekening door voormelde leden uitgesproken ter gewone en openbare zitting van de Raad van Beroep van de Orde van Architecten met het Nederlands als voertaal, zetelend te Gent, op (…) tweeduizend en negentien door (…)