Raad van Beroep - Verzekering – Naamlening - Werfcontrole

Jurisdictie: Raad van Beroep met Nederlands als voertaal zetelend te Gent

Datum: (…)

Onderwerp: Verzekering – Naamlening - Werfcontrole

Beslissing: Rechtsprekende op tegenspraak

 

Beslissingsnummer: (…)

 

In de zaak van:

 

architect, wonende te (…)

 

en van:

 

DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE VAN ARCHITECTEN,

publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Kartuizersstraat 19 bus 4, die in zijn akte hoger beroep woonstkeuze doet te 1000 Brussel, Havenlaan 86c bus 101,

 

Architect (…) werd door de Provinciale Raad (…) vervolgd voor de tenlastelggingen:

 

  1. een gebrek aan verzekering – onderverzekering: het is duidelijk dat architect (…) bijna systematisch zijn opdracht onderverzekerd. Op de vraag waarom er zoveel minder verzekeringsaangiften zijn als visumaanvragen is bovendien ook geen enkel verklarend antwoord gegeven door architect (…).
  2. te lage erelonen: een greep uit de onderzochte dossiers leert dat architect (…) aan zeer lage tarieven werkt, niet geheel onverwacht in dossiers die (…) behandelt voor sleutel op de deur opdrachten
  3. naamlening: uit de dossiers die architect behandelde voor (…) NV blijkt dat (…) niet meer was dan de slaafse uitvoerder van de instructies van de aannemer-bouwheer. De plannen zijn zelfs niet gemaakt onder vignet van architect (…).
  4. Werfopvolging: uit de meeste dossiers hierboven beschreven is duidelijk gebleken dat architect (…) niet of amper zijn werven effectief heeft opgevolgd of daar verslagen van opmaakte.
  5. Opvolging: ook de regels inzake opvolging werden door architect (…) niet gerespecteerd.
  6. Schending art. 29: systematisch en telkens niet of onvoldoende beantwoorden van de brieven van het Bureau.

 

Bij beslissing dd. (…) 2018 werden de tenlasteleggingen A, B, C, D en F bewezen verklaard en werd aan architect (…) een schorsing van (…) maanden opgelegd. Voor de tenlastelegging E werd (…) vrijgesproken.

 

* * *

 

De zaak werd behandeld door deze Raad van Beroep op de openbare terechtzitting van (…) 2019 waar gehoord werden: wnd. Voorzitter (…) in het verslag, architect (…) in (…) middelen van verdediging bijgestaan door meester (…) en meester (…), advocaten te (…) en de Nationale Raad in zijn middelen bij monde van meester (…), advocaat te (…).

 

* * *

 

Gelet op de beslissing gewezen op (…) 2018 door de Provinciale Raad (…), die architect (…) vrijspreekt voor de tenlastelegging E en (…) voor de bewezen verklaarde tenlasteleggingen A, B, C, D en F de tuchtstraf van (…) maanden schorsing oplegt, beslissing betekend op (…) 2018 aan architect (…) en waarvan geen betekening aan de Nationale Raad wordt voorgelegd.

 

Gelet op de hogere beroepen ingesteld tegen deze beslissing door architect (…) op (…) 2018 en door de Nationale Raad op (…) 2018.

 

Beide hogere beroepen, regelmatig naar vorm en termijn, zijn ontvankelijk.

 

Wat de eerste tenlastelegging A (gebrek aan verzekering en onderverzekering) betreft, staat het vast dat architect (…) niet verzekerd was voor het jaar 2009, zelfs indien nadien deze niet-verzekering geregulariseerd werd. Bovendien heeft het Bureau terecht vastgesteld dat er een grote discrepantie was tussen het aantal visumaanvragen en de aangiftes bij de verzekeringsmaatschappij, vermits blijkt uit nazicht van de verzekeringsaangiften dat er elk jaar veel minder dossiers worden aangegeven aan de verzekering en dit voor een heel beperkt ereloon per jaar dan er bouwaanvragen worden ingediend. Dergelijke handelswijze leidt, in weerwil van de voorgelegd attesten van verzekeraars en verzekeringsmakelaars die geen inzage hebben in de boekhouding van de architect en geen kennis hebben van de stand van de uitvoering van de werken, wel degelijk tot een niet-verzekering van bepaalde bouwdossiers of minstens tot een onderverzekering. De eerste tenlastelegging A werd dus terecht bewezen verklaard.

 

Wat de tweede tenlastelegging B (te lage erelonen) betreft, komt het weliswaar voor dat architect (…) in veel dossiers aan een heel beperkt ereloon werkte, doch uit de bundel blijkt niet dat het gevraagde ereloon (…) niet in staat stelde (…) beroep in eer en waardigheid uit te oefenen. De tweede tenlastelegging B is dus niet bewezen.

 

Wat de derde tenlastelegging C (naamlening) betreft, blijkt uit de dossiers die architect (…) behandelde voor (…) NV dat, in weerwil van (…) bewering volgens dewelke (…) de nodige onafhankelijkheid t.a.v. de promotor zou hebben gehad, (…) niet meer was dan de slaafse uitvoerder van de instructies van de aannemer-bouwheer. Immers, uit deze dossiers blijkt dat de bouwaanvragen ingediend werden met plannen niet gemaakt onder het standaardvignet van architect (…), dat door de (…) NV zelf werd bepaald welk bedrag van ereloon architect (…) mocht aanrekenen, en dat de werf- en opleveringsverslagen voorbereid werden door de (…) NV zelf. De omstandigheid dat geen enkele bouwheer enige klacht heeft geformuleerd lastens architect (…) doet geen afbreuk aan het feit dat (…)(…) naam heeft geleend aan (…) NV die alle touwtjes in handen hield. De derde tenlastelegging C is bewezen gebleven.

 

Wat de vierde tenlastelegging D (werfopvolging) betreft, beweert architect (…) dat (…) steeds regelmatig alle werven heeft opgevolgd, maar dat (…) doorgaans geen foto’s van werven heeft genomen en geen werfverslagen heeft gemaakt, zodat (…) bewering weinig geloofwaardig overkomt. Uit de meeste dossiers die aan het Bureau werden voorgelegd blijkt duidelijk dat architect (…) niet of amper (…) werven effectief heeft opgevolgd of daar verslagen van heeft opgemaakt. Ook hier doet de omstandigheid dat geen enkele bouwheer enige klacht heeft geformuleerd tegen architect (…) of geweigerd heeft (…) ereloonfactuur te betalen, geen afbreuk aan het feit dat (…)(…) wettelijke verplichting tot controle op de uitvoering van de werken niet of minstens onvoldoende heeft nageleefd. De vierde tenlastelegging D is ook bewezen gebleven.

 

Wat de vijfde tenlastelegging E (opvolging) betreft, dient de architect die een confrater opvolgt de regels bepaald in artikel 26 van het Reglement van Beroepsplichten na te leven, hetgeen architect (…) niet heeft gedaan in de dossiers waarin (…) confraters (…) en (…) heeft “opgevolgd”. Doch in beide gevallen betrof het niet het verderzetten van een lopend project, maar werd er een volledig nieuw dossier ingediend met een nieuw op te starten project. In dergelijke omstandigheden is de Raad van Beroep, zoals de Provinciale Raad, van oordeel dat de vijfde tenlastelegging E niet bewezen is.

 

Wat de zesde tenlastelegging F (inbreuk op artikel 29 van het Reglement van Beroepsplichten) betreft, blijkt weliswaar dat architect (…) niet altijd onmiddellijk alle stukken en informatie heeft medegedeeld. Doch hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de duur en de omvang van het onderzoek, en de Raad van Beroep is van oordeel dat architect (…) in dit zeer omvangrijk en langdurig onderzoek steeds, weliswaar soms na een rappel, aan zijn Provinciale Raad alle inlichtingen en documenten heeft medegedeeld welke nodig zijn bij het vervullen van de opdracht van de raad van de Orde. De zesde tenlastelegging F is dan ook niet bewezen.

 

Door het plegen van de feiten omschreven onder de tenlasteleggingen A, C en D heeft architect (…) op bijzonder ernstige wijze (…) beroepsplichten niet nageleefd en de eer en de waardigheid van het beroep in het gedrang gebracht. Dergelijke grove tuchtinbreuken vereisen in beginsel een zware sanctie, docht er dient ook rekening te worden gehouden met het vlekkeloos verleden van architect (…) en met de overschrijding van de redelijke termijn voortspruitende uit de uitzonderlijke lange duur van het onderzoek, die hoofdzakelijk niet te wijten is aan de houding van architect (…). In dergelijke omstandigheden is de Raad van Beroep van oordeel dat de hierna bepaalde sanctie volstaat om de bewezen verklaarde tuchtinbreuken, spijts hun ernst, op passende wijze te beteugelen.

 

 

OP DIE GRONDEN

 

DE RAAD VAN BEROEP

 

 

Gelet op de art. 20, 21, 24 t/m 33 van de wet van 26 juni1963, het K.B. van 31 augustus 1963 en art. 24 van de wet van 15 juni 1935.

 

Rechtsprekende op tegenspraak, met een twee derden meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden

 

Ontvangt de hogere beroepen.

 

De bestreden beslissing deels hervormend.

 

Spreekt architect (…) vrij voor de tenlasteleggingen B, E en F.

 

Verklaart de tenlasteleggingen A, C en D bewezen en legt aan architect (…) de tuchtstraf op van een schorsing van (…).

 

Aldus gewezen door (…) en na ondertekening door voormelde leden uitgesproken ter gewone en openbare zitting van de Raad van Beroep van de Orde van Architecten met het Nederlands als voertaal, zetelend te Gent, op (…) tweeduizend en negentien door (…)