Aanbeveling van 24 april 2009 betreffende de verplichte verzekering

Goedgekeurd door de Nationale Raad in de zitting van 24 april 2009.

1. Terminologie

1.1
Wet van 20 februari 1939: wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, zoals gewijzigd door de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon en artikel 169 en 170 van de programmawet (I) van 20 juli 2006;

1.2
Koninklijk Besluit van 25 april 2007: koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect;

1.3
Wet op de landverzekeringsovereenkomst: wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;

1.4
Reglement van beroepsplichten: het reglement van beroepsplichten goedgekeurd bij het in ministerraad overlegd koninklijk besluit van 18 april 1985;

1.5
Architect-natuurlijke persoon: elke natuurlijke persoon, die beantwoordt aan artikel 2, § 1 van de wet van 20 februari 1939 én die in België ingeschreven is op één van de tabellen of op de lijst van stagiairs van een Raad van de Orde van Architecten;

1.6
Architect-rechtspersoon: elke rechtspersoon, die over rechtspersoonlijkheid beschikt én die beantwoordt aan de vereisten om het beroep van architect te mogen uitoefenen, zoals gesteld in artikel 2, § 2 en § 3 van de wet van 20 februari 1939;

1.7
Architect architect-natuurlijke persoon of architectrechtspersoon;

1.8
Verzekeringsovereenkomst verzekeringsovereenkomst voorzien door de wet van 20 februari 1939;

1.9
Verzekerde: degene wiens aansprakelijkheid door een verzekeringsovereenkomst is gedekt;

1.10
Verzekeringnemer de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de verzekeringsovereenkomst onderschrijft als medecontractant van de verzekeringsonderneming;

1.11
Benadeelde: degene aan wie schade is toegebracht waarvoor de verzekerde aansprakelijk is;

1.12
Aangestelde: alle personeelsleden, de stagiairs en medewerkers van de architect voor wiens handelingen deze architect aansprakelijk kan worden gesteld zoals bedoeld in artikel 9 van de wet van 20 februari 1939;

1.13
Personeelslid: elke werknemer van de architect waardoor de burgerlijke aansprakelijkheid van de architect voortvloeiend uit de activiteit van architect in het gedrang kan komen;

1.14
Stagiair: elke architect-natuurlijke persoon ingeschreven op de lijst der stagiairs;

1.15
Medewerker: elke architect of andere zelfstandige interne of externe medewerker die aan een architect medewerking verleent bij het stellen van handelingen die behoren tot de activiteit van architect;

1.16
Uitsluiting risico dat buiten de dekking van de verzekeringsovereenkomst valt;

1.17
Verval van recht: verlies van het voordeel van de dekking voor een schadegeval dat in beginsel binnen de dekking van de verzekeringsovereenkomst valt, omdat de verzekerde een uit de verzekeringsovereenkomst voortkomende verplichting niet is nagekomen;

1.18 Architect-zelfstandige: de persoon die het beroep van architect uitoefent onder het statuut van zelfstandige zoals omschreven in artikel 5 van het reglement van beroepsplichten;

1.19
Architect-ambtenaar: de persoon die het beroep van architect uitoefent onder het statuut van ambtenaar zoals omschreven in artikel 6 van het reglement van beroepsplichten;

1.20 Architect-bezoldigde: de persoon die het beroep van architect uitoefent onder het statuut van bezoldigde zoals omschreven in artikel 7 van het reglement van beroepsplichten.

2. Algemene bepalingen

2.1
De dekking van de beroepsaansprakelijkheid door een verzekering, die beantwoordt aan de vereisten van artikel 9 van de wet van 20 februari 1939 en het koninklijk besluit van 25 april 2007, is één van de wettelijke voorwaarden vereist om het beroep van architect te mogen uitoefenen in België. Zij geldt zowel voor de architect-zelfstandige, de architect-bezoldigde als de architectrechtspersoon. De verzekeringsverplichting geldt eveneens voor de architect-ambtenaren, behalve voor hen die het beroep van architect als ambtenaar uitoefenen bij de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen of de Regie der Gebouwen (artikel 32 van de programmawet van 22 december 2008). De architect-ambtenaren die het beroep van architect uitoefenen bij de provincies, steden en gemeenten of andere openbare besturen blijven derhalve aan de verzekeringsverplichting onderworpen.

2.2
De wettelijke verzekeringsplicht doet geen afbreuk aan de deontologische verzekeringsplicht krachtens artikel 15 van het reglement van beroepsplichten. Onderhavige aanbeveling bepaalt deze verzekeringverplichting nader in toepassing van artikel 3, 2° lid van het reglement van beroepsplichten.

2.3
Elke verzekeringsovereenkomst in de zin van deze aanbeveling bevat waarborgen die ten minste in overeenstemming zijn met de minimumvoorwaarden zoals bepaald door de wet van 20 februari 1939 en het koninklijk besluit van 25 april 2007. De architect zal erover waken dat zijn verzekeringovereenkomst uitdrukkelijk vermeldt dat ze aan deze wetgeving voldoet.

2.4
Overeenkomstig artikel 7 § 2 van het koninklijk besluit van 25 april 2007 vermeldt de architectenovereenkomst de naam van de verzekeringsonderneming van de architect, diens polisnummer evenals de coördinaten van de Raad van de Orde van de Architecten die kan worden geraadpleegd met het oog op de naleving van de verzekeringsplicht.

3. Verzekerden

3.1
Worden beschouwd als verzekerden, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ertoe gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen en die in de verzekeringsovereenkomst vermeld staat, alsook zijn aangestelden.

3.2
De verzekeringsovereenkomst van de architect verleent diens aangestelde minstens dekking voor de handelingen die de aangestelde stelt voor rekening van de architect. De handelingen die de aangestelde evenwel in eigen naam en voor eigen rekening stelt, moeten gedekt zijn door een specifieke verzekeringsovereenkomst.

3.3
De verplichting als bedoeld in artikel 3.2 geldt evenzeer voor de architect-bezoldigde die voorafgaandelijk, overeenkomstig artikel 8 van het reglement van beroepsplichten, van de Raad van de Orde machtiging moet verkregen hebben om het beroep als zelfstandige uit te oefenen.

3.4
De stagemeester is tegenover zijn stagiairs verplicht:
- de handelingen die de stagiair voor rekening van de stagemeester stelt in uitvoering van zijn stageovereenkomst te laten dekken door een verzekeringsovereenkomst;
- de uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende verbintenissen zoals premiebetaling, aangifte van risico en aangifte van eventuele schadegevallen, stipt na te leven;
- hen in te lichten over de draagwijdte van artikel 3.2 van deze aanbeveling.
Daartoe zal de stagemeester de naam van de verzekeringsonderneming en het polisnummer aan zijn stagiair meedelen in het stagecontract. Ook latere wijzigingen, die betrekking hebben op de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst, zullen door de stagemeester onverwijld aan zijn stagiair meegedeeld worden

3.5
De architect is tegenover zijn medewerkers en personeelsleden verplicht:
- de handelingen die ze stellen voor zijn rekening te laten dekken door een verzekeringsovereenkomst;
- de uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende verbintenissen zoals premiebetaling, aangifte van risico en aangifte van eventuele schadegevallen, stipt na te leven;
- hen in te lichten over de draagwijdte van artikel 3.2 van deze aanbeveling. Daartoe zal de architect de naam van de verzekeringsonderneming en het polisnummer aan zijn medewerkers en zijn personeelsleden meedelen. Ook latere wijzigingen, die betrekking hebben op de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst, zullen door de architect onverwijld aan zijn medewerkers en zijn personeelsleden meegedeeld worden.

3.6
In het geval van een architect-rechtspersoon zijn eveneens verzekerd de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité en alle andere organen van de architectrechtspersoon die belast zijn met het beheer of het bestuur van de architect-rechtspersoon, welke benaming ze ook hanteren, wanneer zij handelen voor rekening van de rechtspersoon in het kader van de uitoefening van het beroep van architect.

3.7
Wanneer een bestuurder, een zaakvoerder, een lid van het directiecomité of een ander orgaan van de architect-rechtspersoon, voor eigen rekening handelingen stelt die behoren tot de uitoefening van het beroep van architect dient hij eveneens voor deze handelingen gedekt te zijn door een verzekeringsovereenkomst in de zin van artikel 2.3.

3.8
Bij deelname aan een tijdelijke vereniging moet elke architect-natuurlijke persoon en elke architect-rechtspersoon die aan de tijdelijke vereniging deelneemt, in de geest van collegialiteit, loyauteit en samenwerking zoals omschreven in artikel 25 en 27 van het reglement van beroepsplichten, ervoor instaan dat de aansprakelijkheid voor de handelingen die hij beroepshalve als architect stelt in het kader van de tijdelijke vereniging eveneens gedekt is.
Aldus wordt vermeden dat bij in-solidum veroordeling van de deelnemende architecten, één of meer onder hen dienen in te staan voor meer dan zijn/hun eigen aandeel in de totale schadevergoeding indien hij/zij voor het geheel wordt aangesproken door de benadeelde.

3.9
Indien één van de deelnemende architecten aan de tijdelijke vereniging de dekking van zijn verzekeringsovereenkomst uitbreidt tot de handelingen gesteld door de andere deelnemende architecten aan de tijdelijke vereniging, verbindt de verzekeringsnemer zich schriftelijk tot de stipte naleving van de uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende verbintenissen zoals premiebetaling, aangifte van risico en aangifte van eventuele schadegevallen.

4. Voorwerp van de waarborg

4.1
De verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteit van architect.

4.2
Onder de activiteit van de architect wordt verstaan: elke handeling die een architect beroepshalve stelt en die een werkzaamheid betreft op het gebied van de architectuur, zelfs al behoort zij niet tot de werkzaamheden waarvoor krachtens artikel 4, eerste lid van de wet van 20 februari 1939 verplicht beroep moet worden gedaan op de medewerking van een architect en zelfs al worden deze werkzaamheden niet exclusief aan het beroep van architect voorbehouden.

4.3
De activiteiten die een architect stelt in zijn hoedanigheid van veiligheidscoördinator dienen evenwel niet gedekt te zijn door een verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939, maar door een afzonderlijke waarborg of verzekeringsovereenkomst die de risico's van deze activiteiten dekt en die beantwoordt aan de wettelijke of reglementaire vereisten terzake, in het bijzonder aan het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.

4.4
Onder de burgerlijke aansprakelijkheid wordt verstaan: elke vorm van contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid wegens handelingen die architecten of hun aangestelden beroepshalve stellen, zowel vóór als ná de aanvaarding van de werken, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid en de gemeenrechtelijke contractuele aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken ná aanvaarding van de werken.

4.5
De verzekeringsovereenkomst dient ook de burgerlijke gevolgen van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid te dekken wegens handelingen die architecten of hun aangestelden beroepshalve stellen.

4.6
De strafrechtelijke gevolgen van deze verantwoordelijkheid, zoals strafrechtelijke boeten en verbeurdverklaringen, mogen evenwel van de dekking worden uitgesloten.

5. Minimumgrens van de waarborg

De dekking in geval van burgerlijke aansprakelijkheid die in de verzekeringsovereenkomst voorzien is, mag per schadegeval niet lager zijn dan:
1°) 1.500.000 euro voor schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
2°) 500.000 euro voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
3°) 10.000 euro voor de voorwerpen die aan de verzekerde zijn toevertrouwd. Het bedrag in punt 1° is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindex deze van toepassing in de maand april 2007 (basis 2004 =100). De bedragen in de punten 2° en 3° zijn gekoppeld aan de ABEX-index, met als basisindex deze van toepassing in de maand april 2007.

6. Uitsluiting, verval van recht, aangifteplicht en meldingsplicht

6.1
De verzekeringsovereenkomst mag krachtens het koninklijk besluit van 25 april 2007 van de dekking alleen uitsluiten:
- de schade ingevolge radioactiviteit;
- de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels ingevolge de blootstelling aan wettelijk verboden producten.

6.2
In het bijzonder vestigt de Orde van Architecten de aandacht van haar leden op het feit dat, overeenkomstig de wet op de landverzekeringsovereenkomst, een verzekeringsovereenkomst naast bepaalde uitsluitingsgronden (zie 1.16) tevens gronden tot verval van recht (zie 1.17) kan voorzien.
In geval van verval van recht heeft de verzekeringsonderneming de mogelijkheid om na uitbetaling aan de benadeelde zich te verhalen op de verzekerden voor een deel of het geheel van de aldus betaalde schadevergoeding.

6.3
Conform artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 april 2007 waakt de architect erover dat de risico's die betrekking hebben op de in België uitgevoerde werken en geleverde prestaties tijdig en volledig zijn aangegeven aan de verzekeringsonderneming teneinde de dekking niet in het gedrang te brengen. Dit geldt ook bij wijziging van het risico.

6.4
De architect waakt erover dat elk schadegeval tijdig en volledig wordt gemeld aan de verzekeringsonderneming teneinde een eventueel verval van recht te vermijden.

7. Omvang van de waarborg in de tijd

7.1
De verzekeringswaarborg geldt voor de vorderingen die tijdens de geldigheidsduur van de verzekeringsovereenkomst, schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeringsonderneming op basis van een in deze overeenkomst gewaarborgde aansprakelijkheid en die betrekking hebben op schade die tijdens dezelfde duur is voorgevallen.

7.2
De Orde van Architecten vestigt de aandacht van haar leden op het feit dat overeenkomstig artikel 78, § 2 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst ook in aanmerking worden genomen, op voorwaarde dat ze schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeringsonderneming binnen zesendertig maanden te rekenen van het einde van de verzekeringsovereenkomst, de vorderingen tot vergoeding die betrekking hebben op:
- schade die zich tijdens de duur van deze overeenkomst heeft voorgedaan indien bij het einde van deze overeenkomst het risico niet door een andere verzekeringsonderneming is gedekt;
- daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn voorgevallen en aan de verzekeringsonderneming zijn aangegeven.
In geval van verandering van verzekeringsonderneming zal de architect er voor zorgen dat zijn aansprakelijkheid gedekt blijft tot haar verjaring, in het bijzonder vanaf de zevenendertigste maand na het beëindigen van de verzekeringsovereenkomst, hetzij door de nieuwe verzekeringsonderneming (anterioriteit), hetzij door de vorige (posterioriteit).

7.3
Onverminderd het voorgaande strekt de waarborg zich in elk geval uit tot de vorderingen die worden ingesteld binnen een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de dag dat de architect niet meer is ingeschreven op de tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs. De Orde vestigt er de aandacht op dat in geval van weglating van de tabel in de loop van een opdracht, de aansprakelijkheid van de architect kan ingeroepen worden voor de niet-aanvaarde werken binnen een termijn die langer kan zijn dan tien jaar. Het is dus raadzaam om na te gaan of dit risico wel degelijk gedekt is.

7.4
De verplichting om gedekt te zijn door een verzekeringsovereenkomst geldt vanaf het ogenblik waarop de eerste handeling wordt gesteld behorende tot de activiteit van architect zoals omschreven door artikel 4.2, eerste lid van onderhavige aanbeveling.

7.5
De architect kan, conform artikel 7 § 1 van het koninklijk besluit, de verzekeringsovereenkomst niet opzeggen zonder hiervan zijn provinciale raad per aangetekende brief of gelijkwaardige elektronische wijze te verwittigen, ten laatste 15 dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt.

9. Omvang van de waarborg in de ruimte

9.1
De territoriale omvang van de waarborg van de verzekeringsovereenkomst mag worden beperkt tot de in België geleverde prestaties en uitgevoerde werken.

9.2
De prestaties die een architect in het buitenland levert voor werken die in België worden uitgevoerd, moeten evenwel steeds gedekt zijn door een verzekeringsovereenkomst in de zin van artikel 2.3.

9.3
De architect die in België prestaties levert voor werken die in het buitenland worden uitgevoerd, is gehouden de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteit van architect te laten dekken door een verzekering die minimaal in overeenstemming is met de wetten en de reglementering van het land waar de werken worden uitgevoerd.

10. Buitenlandse architecten met occasionele opdrachten

De verplichting om de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteit van architect te laten dekken door een verzekeringsovereenkomst, geldt tevens voor de buitenlandse architecten die hun beroep bij gelegenheid in België uitoefenen in toepassing van artikel 8, tweede alinea (de architect, die geen onderdaan is van een Lid-Staat de Europese Unie, die werd gemachtigd) en artikel 8, derde alinea (de architect-titularis van een dienstverrichting, die onderdaan is van een Lid-Staat de Europese Unie,) van de wet van 26 juni 1963.

11. Slotbepaling

Onderhavige aanbeveling vervangt de aanbeveling betreffende de inwerkingtreding van artikel 15 van het reglement van beroepsplichten (verplichte verzekering) die door de Nationale Raad in zijn zitting van 26 maart 1993 werd goedgekeurd, en heft ze op.