Wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect (B.S., 25 maart 1939)

officiële Duitse vertaling: K.B. 3 juni 1998 (B.S., 15 oktober 1998).

Kamer van volksvertegenwoordigers

Zitting 1936/1937, document 236.
Zitting 1937/1938, document 73. 
Zitting 1938/1939, document 77.

 

Senaat

Zitting 1936/1937, document 275.
Zitting 1937/1938, document 211.

 

Art. 1

[§ 1.]¹ Niemand mag de titel voeren van architect, [...]4 indien hij niet in het bezit is van een diploma, waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de examenproeven heeft afgelegd, welke vereist zijn voor het bekomen van het diploma. 

[§ 2. Onverminderd de §§ 1 en 4 en de artikelen 7 en 12 van deze wet, mogen de onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie alsook de andere staten waarop richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, laatst gewijzigd bij richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013, van toepassing is, hierna “de lidstaten” genoemd, in België de titel van architect voeren als zij in het bezit zijn van een diploma, een certificaat of een andere titel zoals bedoeld in bijlage 1b bij deze wet, zoals bijgewerkt in de gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het nemen van een gedelegeerde handeling wordt vermeld op de website business.belgium.be en de website van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.

[§ 2/1. De Belgische bevoegde autoriteit erkent de in bijlage 2, a, bedoelde opleidingstitels van architect die door de andere lidstaten zijn afgegeven ter afsluiting van een opleiding waarmee uiterlijk gedurende het in de genoemde bijlage opgenomen referentieacademiejaar is begonnen, ook al voldoen deze titels niet aan de in bijlage 1 a, bedoelde minimumeisen. De Belgische bevoegde autoriteit kent aan deze titels hetzelfde rechtsgevolg toe met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van architect op zijn grondgebied als aan de door hemzelf afgegeven opleidingstitels van architect. De verklaringen van de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland als bewijs van de respectieve gelijkwaardigheid van de na 8 mei 1945 door de bevoegde autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek afgegeven opleidingstitels aan de in bijlage 2 a opgenomen titels, worden onder deze voorwaarden erkend. 
Het eerste lid is eveneens van toepassing op de in bijlage 1b opgesomde opleidingstitels van architect indien de opleiding is aangevangen vóór 18 januari 2016.

§ 2/2. Onverminderd paragraaf 2/1, zijn de verklaringen die aan onderdanen van de lidstaten zijn afgegeven door lidstaten die op de volgende tijdstippen een regeling kennen voor de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van architect, erkend:
1° 1 januari 1995 voor Oostenrijk, Finland en Zweden;
2° 1 mei 2004 voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije;
3° 1 januari 2007 voor Bulgarije en Roemenië;
4° 5 augustus 1987 voor de overige lidstaten.
De in het eerste lid bedoelde verklaringen bevestigen dat de houder ervan uiterlijk op deze datum toestemming heeft gekregen om de titel van architect te voeren, en dat hij in het kader van deze regeling de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van die verklaringen voorafgaan, gedurende tenminste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk heeft uitgeoefend.]5

§ 2/3. De Belgische bevoegde autoriteit verbindt aan de volgende opleidingstitel wat de toegang tot en uitoefening van de betrokken beroepswerkzaamheden betreft, dezelfde gevolgen als aan de opleidingstitels die zij aflevert : opleidingstitel na afsluiting van de driejarige opleiding aan de “Fachhochschulen” van de Bondsrepubliek Duitsland die sinds 5 augustus 1985 bestaat en niet later dan 17 januari 2014 is aangevangen, die voldoet aan de eisen van bijlage 1a, § 2, en in die lidstaat toegang geeft tot de werkzaamheden die onder de beroepstitel van architect vallen, voor zover deze opleiding wordt aangevuld met een periode van beroepservaring van vier jaar in de Bondsrepubliek Duitsland, waarvan het bewijs wordt geleverd door een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit waarbij de architect die voor de bepalingen van deze richtlijn in aanmerking wil komen, op de ledenlijst is ingeschreven.

[§ 3. Is opgeheven.

[§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit onderzoekt de diploma’s, certificaten en andere titels met betrekking tot het onder de voornoemde richtlijn 2005/36/EG vallende gebied die werden verworven in een derde land, als die diploma’s, certificaten of andere titels in één van de lidstaten werden erkend, alsook de in één van de lidstaten verworven opleiding en/of beroepservaring.

[§ 5. De artikelen 5/9 en 13 tot en met 16 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties, zijn van toepassing op:
1° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel maar die niet voldoet aan de eisen inzake daadwerkelijke en wettige beroepsuitoefening, zoals bedoeld in de paragrafen 2/1 tot en met 2/3;
2° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel die niet is opgenomen in bijlage 1, b;
3° de aanvrager die houder is van een opleidingstitel van specialist die volgt op de opleiding leidend tot het bezit van een titel genoemd in bijlage 1, b, en alleen ten behoeve van de erkenning van het specialisme in kwestie, en onverminderd § 2 en onverminderd het in bijlage 2, b, bepaalde ten aanzien van de opleidingstitels afgeleverd door het voormalige Tsjechoslovakije, de Tsjechische republiek, Slowakije, de voormalige Sovjet-Unie, Estland, Letland, Litouwen, het voormalige Joegoslavië en Slovenië;
4° de aanvrager die voldoet aan de eisen van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, waar met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke in een derde land afgegeven opleidingstitel, wanneer de houder ervan in het beroep van architect een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de betrokken opleidingstitel heeft erkend en indien die lidstaat deze beroepservaring bevestigt.

[§ 6. De architecten, begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties, hebben het recht gebruik te maken van academische titels die hun verleend zijn in de lidstaat van oorsprong, en eventueel van de afkorting daarvan, in de taal van de lidstaat van herkomst. Deze titel wordt gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend. Wanneer een academische titel van de lidstaat van oorsprong kan worden verward met een titel waarvoor een aanvullende opleiding is vereist die de begunstigde niet heeft gevolgd, kan de Orde van Architecten voorschrijven dat de begunstigde een academische titel van de lidstaat van oorsprong voert in een passende vorm.]5

§ 7. De bepalingen betreffende het waarschuwingsmechanisme en elektronische procedures bedoeld in de artikelen 27/1 en 27/2 van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties zijn van toepassing.


Wetshistoriek
§ 1 genummerd bij art. 1 K.B. 6 juli 1990 (B.S., 28 juli 1990) en gewijzigd bij art. 2, 1° W. 15 februari 2006 (B.S., 25 april 2006 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juli 2007 (art. 8 K.B. 25 april 2007 (B.S., 23 mei 2007)).
§ 2 ingevoegd bij art. 1 K.B. 6 juli 1990 (B.S., 28 juli 1990), vervangen bij art. 1, a) K.B. 8 oktober 2003 (B.S., 27 oktober 2003), gewijzigd bij art. 2, 2° W. 15 februari 2006 (B.S., 25 april 2006 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juli 2007 (art. 8 K.B. 25 april 2007 (B.S., 23 mei 2007)) en bij art. 2, 1° Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).
§§ 2/1 en 2/2 ingevoegd bij art. 2, 2° en 3° Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).
§ 3 ingevoegd bij art. 1 K.B. 6 juli 1990 (B.S., 28 juli 1990) en gewijzigd bij K.B. 29 maart 1995 (B.S., 26 juli 1995).
§ 4 ingevoegd bij art. 1, b) K.B. 8 oktober 2003 (B.S., 27 oktober 2003) en gewijzigd bij art. 2, 4° Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).
§§ 5 en 6 ingevoegd bij art. 2, 5° en 6° Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).
Voorgeschiedenis
§ 2 vervangen bij art. 1, 10 K.B. 29 maart 1995 (B.S., 26 juli 1995). Verwerping van beroep Het Arbitragehof verwerpt het beroep tot vernietiging van art. 1, § 2 (Arbitragehof nr. 10/92, 13 februari 1992 (B.S., 14 maart 1992)).

Art. 2.1

§ 1. Mogen het beroep van architect uitoefenen :
1° de personen die ertoe worden gemachtigd de titel van architect overeenkomstig artikel 1 te voeren;
2° de ingenieurs die gediplomeerd werden overeenkomstig de wetten op het toekennen der academische graden;
3° de ingenieurs, die hun diploma bekomen hebben aan een Belgische universiteit, zoals zij bepaald werd bij de genoemde wetten, of in een daarmede gelijkgestelde instelling;
4° de officieren der genie of der artillerie die uit de applicatieschool komen.
§ 2. De rechtspersonen die over rechtspersoonlijkheid beschikken mogen het beroep van architect uitoefenen indien zij aan volgende voorwaarden beantwoorden :
1° alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité en meer algemeen alle zelfstandige mandatarissen die optreden in naam en voor rekening van de rechtspersoon, zijn natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van architect uit te oefenen overeenkomstig § 1 en zijn ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten;
2° haar doel en activiteit moeten beperkt zijn tot het verlenen van diensten die behoren tot de uitoefening van het beroep van architect en mogen hiermee niet onverenigbaar zijn;
3° indien zij is opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen, moeten haar aandelen op naam zijn;
4° ten minste [60 %]2 van de aandelen alsook van de stemrechten, moeten, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het bezit zijn van natuurlijke personen die ertoe gemachtigd werden het beroep van architect uit te oefenen overeenkomstig § 1 en die ingeschreven zijn op één van de tabellen van de Orde van architecten; alle overige aandelen mogen slechts in het bezit zijn van natuurlijke of rechtspersonen, die een niet-onverenigbaar beroep uitoefenen en gemeld zijn bij de Raad van de Orde van architecten;
5° de rechtspersoon mag geen deelnemingen bezitten in andere vennootschappen en/of rechtspersonen dan van uitsluitend professionele aard. Het maatschappelijk doel en de activiteiten van deze vennootschappen mogen niet onverenigbaar zijn met de functie van architect;
6° de rechtspersoon is ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten.
Als wegens het overlijden van een natuurlijke persoon bedoeld in 1° of 4°, de rechtspersoon niet meer beantwoordt aan de vereiste voorwaarden om het beroep van architect uit te oefenen, beschikt deze over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Gedurende die termijn mag de rechtspersoon het beroep van architect verder uitoefenen.
§ 3. De stagiair kan slechts een rechtspersoon in de zin van deze wet oprichten of er vennoot, zaakvoerder, bestuurder, lid van het directiecomité van zijn, indien het een rechtspersoon betreft waarin hij het beroep samen met zijn stagemeester of een architect ingeschreven op één van de tabellen van de Orde van architecten uitoefent.
§ 4. Niemand mag het beroep van architect uitoefenen zonder door een verzekering gedekt te zijn, overeenkomstig [de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.]3
[§ 5. De begunstigden van de erkenning van beroepskwalificaties moeten beschikken over de talenkennis die voor de uitoefening van het beroep van architect in België vereist is.]4
[De controles bedoeld om de talenkennis bedoeld in het eerste lid na te gaan kunnen worden opgelegd indien er een ernstige en concrete twijfel over bestaat of de beroepsbeoefenaar over voldoende talenkennis beschikt voor de beroepswerkzaamheden die hij wil uitoefenen.
Deze controles mogen slechts worden uitgevoerd na de erkenning van de beroepskwalificatie.
De Orde van architecten verzekert zich ervan dat de controle evenredig is met de uit te oefenen activiteit.]5

Wetshistoriek
1 Art. opgeheven bij art. 13, § 1 W. 18 februari 1977 (B.S., 12 maart 1977) en opnieuw opgenomen bij art. 3 W. 15 februari 2006 (B.S., 25 april 2006 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juli 2007 (art. 8 K.B. 25 april 2007 (B.S., 23 mei 2007));
2 Gewijzigd bij art. art. 169 W. 20 juli 2006 (B.S., 28 juli 2006 (tweede uitg.)), met ingang van 1 oktober 2006 (art. 171);
3 Gewijzigd bij art. 20 W. 31 mei 2017 (B.S., 09 juni 2017), met ingang van 01 juli 2018;
4 Ingevoegd bij art. 3 Wet 21 november 2008 (B.S., 11 februari 2009 (ed. 2));
5 Ingevoegd bij art. 3 Wet 21 juli 2017 (B.S., 10 augustus 2017), met ingang van 11 augustus 2017.

Art. 3

[...]¹
Wetshistoriek
¹Opgeheven bij art. 13, § 2 W. 18 februari 1977 (B.S., 12 maart 1977).

Art. 4

De Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren moeten een beroep doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plans en de controle op de uitvoering van de werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd. Wat betreft de openbare instellingen en de particulieren, mogen er afwijkingen toegestaan worden door de Gouverneur, op voorstel van het Schepencollege van de gemeente waar de werken moeten uitgevoerd worden. Bij een koninklijk besluit worden de werken aangeduid waarvoor de medewerking van een architect niet verplichtend zal zijn.
Verwerping van beroep
Artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet in zoverre de aansprakelijkheid van de architect, die uit die bepaling voortvloeit, moet worden gedragen door de natuurlijke persoon die de titel van architect voert (Arbitragehof nr. 121/2001, 10 oktober 2001 (prejudiciële vraag) (B.S., 1 december 2001)).
Uitvoeringsbesluiten
Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect (B.S., 16 juli 2003)
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 november 2008 tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente of van de koninklijke commissie voor monumenten en landschappen of van de medewerking van een architect (B.S., 2 december 2008)

Art. 5

[De ambtenaars en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen mogen, buiten hun functie, niet als architect optreden.
Van die bepaling wordt afgeweken ten behoeve van de architecten die een der voornoemde hoedanigheden slechts verkrijgen op grond van een onderwijstaak voor een vak dat verband houdt met de architectuur of de bouwtechniek.]¹
[Van die bepaling wordt eveneens afgeweken ten voordele van de architecten-ambtenaren die de plannen van hun persoonlijke woning willen opstellen en ondertekenen en toezicht willen uitoefenen
op de desbetreffende bouwwerken.]2
Wetshistoriek
2Gewijzigd bij enig art. W. 12 juni 1969 (B.S., 30 september 1969) en bij enig art. W. 2 april 1976 (B.S., 2 juni 1976).

Art. 6

Het uitoefenen van het beroep van architect is onverenigbaar met dat van aannemer van openbare of private werken.

Art. 7

De personen van Belgische nationaliteit, die geboren zijn vóór 1 januari 1907, mogen:
1° Indien zij algemeen bekend staan als het beroep van architect uitoefenend, de titel van architect blijven voeren en het beroep ervan blijven uitoefenen;
2° Indien zij gedurende ten minste tien jaar als tekenaar werkzaam zijn geweest bij een of meer architecten, welke als zodanig algemeen bekend staan of in de kantoren waar inzonderheid ontwerpen van architectuur worden opgemaakt, ertoe gemachtigd worden de titel van architect te nemen en het beroep ervan uit te oefenen, onder voorbehoud dat zij voor de centrale examencommissie een bijzondere proef tot het vaststellen van hun beroepskwaamheid afleggen. De voorwaarden der bijzondere proef worden bepaald door de Koning. De Belgen, die geboren zijn gedurende de periode van 1 januari 1907 tot 31 december 1916, zijn ertoe gemachtigd de titel van architect te voeren en het beroep ervan uit te oefenen, op voorwaarde dat zij het bewijs leveren van voldoende vakkennis. Dit bewijs zal moeten geleverd worden voor een commissie, ingesteld door de Minister van Openbaar Onderwijs en binnen een termijn van één jaar, ingaande op de datum waarop het besluit tot samenstelling der commissie in het Belgisch Staatsblad is bekend gemaakt. De Belgen, die geboren zijn gedurende diezelfde periode van 1 januari 1907 tot 31 december 1916 en die in het bezit zijn van een diploma of een getuigschrift van het einde der studies in de bouwkunst, uitgereikt door een instelling welke ingericht of erkend is door de Minister van Openbaar Onderwijs of door de Dienst voor het technisch onderwijs, zijn er van vrijgesteld dit bewijs te leveren, mits voorlegging, evenwel, aan bedoelde commissie, van de bekwaamheidsakte welke hun werd uitgereikt. Deze akte moet voorzien worden van het zegel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs. De houders van een diploma of van een getuigschrift van het einde der studies in de bouwkunst, door dezelfde instellingen uitgereikt aan de leerlingen die hun studies doen op het ogenblik dat deze wet wordt afgekondigd, zijn onderworpen aan de bepalingen der vorenstaande paragraaf van dit artikel.

Art. 8

De architecten van derde landen mogen in België het beroep van architect uitoefenen en het voordeel genieten van de bepalingen van deze wet, voor zover de wederkerigheid in hun land van oorsprong aangenomen is. De voorwaarden van de wederkerigheid zullen geregeld worden door diplomatieke overeenkomsten. 
Bovendien mag aan de personen van derde landen bij koninklijk besluit de toelating verleend worden om als architect in België op te treden. De aanvragen om toelating dienen gericht te worden aan de Minister van Openbaar Onderwijs; de toelating zal mogen beperkt worden.
Wetshistoriek
Gewijzigd bij art. 2 K.B. 6 juli 1990 (B.S., 28 juli 1990) en bij art. 2 K.B. 29 maart 1995 (B.S., 26 juli 1995).

Art. 9

[...]¹
Wetshistoriek¹ Opgeheven bij art. 20 W. 31 mei 2017 (B.S., 09 juni 2017), met ingang van 01 juli 2018.

Art. 10

Wie zich zonder daartoe gemachtigd te zijn, in het openbaar de titel van architect toekent, wordt gestraft met een geldboete van 200 tot 1.000 [euro]³. Wordt gestraft met een geldboete van 100 tot 500 [euro]³, hij die in het openbaar de door hem gevoerde titel verandert door een schrapping of toevoeging van woorden. ¹[Overtreding van artikel 4, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van tweehonderd tot duizend [euro]³.]¹

Wetshistoriek

Gewijzigd bij enig art. W. 4 juni 1969 (B.S., 30 september 1969) en bij art. 5 W. 15 februari 2006 (B.S., 25 april 2006 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juli 2007 (art. 8 K.B. 25 april 2007 (B.S., 23 mei 2007)).

Voorgeschiedenis

Gewijzigd bij art. 2 W. 26 juni 2000 (B.S., 29 juli 2000), met ingang van 1 januari 2002 (art. 9).

 

Art. 11

Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 200 tot 1,000 [euro]1, of met een van die straffen alleen, hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, uitreikt of zich aanbiedt voor het uitreiken van de diploma's, getuigschriften of om het even welke attesten, welke den titel van architect, met of zonder nadere bepaling, toekennen, of welke door de bewoordingen waarin zij zijn opgesteld, het uiterlijk voorkomen hebben van het diploma van architect.
De diploma's of getuigschriften worden verbeurdverklaard en vernietigd.
Hoofdstuk VII van het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht alsmede artikel 85 van hetzelfde Wetboek zijn toepasselijk op dit misdrijf.
[...]2

Wetshistoriek
1 Gewijzigd bij art. 5 W. 15 februari 2006 (B.S., 25 april 2006 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juli 2007 (art. 8 K.B. 25 april 2007 (B.S., 23 mei 2007));
2 Opgeheven bij art. 20 W. 31 mei 2017 (B.S., 09 juni 2017), met ingang van 01 juli 2018.

Art. 12

[De rechtspersonen die overeenkomstig deze wet het beroep van architect uitoefenen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de boetes en de uitvoering van de herstelmaatregelen waartoe hun organen en aangestelden werden veroordeeld.]¹
Wetshistoriek
¹Vervangen bij art. 7 W. 15 februari 2006 (B.S., 25 april 2006 (eerste uitg.)), met ingang van 1 juli 2007 (art. 8 K.B. 25 april 2007 (B.S., 23 mei 2007)).

Overgangsbepaling

Art. 13

De gemeentebeambten die, vóór de afkondiging van deze wet, niet ten uitsluitende titel benoemd zijn, mogen tot de Minister van Openbaar Onderwijs een verzoekschrift richten tot het bekomen van een afwijking van de bepaling van de eerste alinea van artikel 5. De Minister doet uitspraak over elk geval in het bijzonder, rekening houdend met al de voorhanden zijnde gegevens en na het advies der betrokken gemeenten ingewonnen te hebben.
 

Bijlage [1a]¹

Wetshistoriek

Bijlage genummerd tot bijlage 1a en vervangen bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

Voorgeschiedenis

Gewijzigd bij K.B. 6 juli 1990 (B.S., 28 juli 1990), zelf vernietigd bij arrest R.v.St. nr. 47.482, 17 mei 1994 (B.S., 29 juli 1994) en bij art. 1 K.B. 3 oktober 1990 (B.S., 9 oktober 1990), zelf vernietigd bij arrest R.v.St. nr. 37.308, 25 juni 1991 (B.S., 21 augustus 1991).

(...)

Wetshistoriek

Vervangen bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

[Bijlage 1b]¹

Wetshistoriek

Bijlage 1b ingevoegd bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

(...)

Wetshistoriek

Ingevoegd bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

[Bijlage 2a]¹

Wetshistoriek

Bijlage 2a ingevoegd bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

(...)

Wetshistoriek

Ingevoegd bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

[Bijlage 2b]¹

Wetshistoriek

Bijlage 2b ingevoegd bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).

(...)

Wetshistoriek

Ingevoegd bij art. 4 Wet 21 november 2008 (BS 11 februari 2009 (ed. 2)).