Architecten vragen loon naar werk

Onderzoek toont aan: beroep van architect veel arbeidsintensiever dan algemeen aanvaard

Brussel, 26 februari 2016 – Op Batibouw maakte de Orde van Architecten – Vlaamse Raad de resultaten bekend van het grootschalig onderzoek dat werd gevoerd naar het aantal uren dat de architect besteedt aan een bouwproject. Uit het onderzoek bleek duidelijk dat de workload van de architect in werkelijkheid een pak hoger ligt dan algemeen wordt aangenomen. Architecten vragen dan ook meer loon naar werk.

Wat kost een architect? Om op deze vraag een gefundeerd antwoord te kunnen bieden, moeten we het antwoord kennen op een andere vraag: hoeveel uren besteedt de architect gemiddeld aan een bouwproject? 

Met bovenstaande vraag als uitgangspunt voerde de faculteit architectuur, vakgroep mens en wetenschap en vakgroep management van de KU Leuven op initiatief van de Orde van Architecten – Vlaamse Raad een onderzoek uit naar architectenprestaties. Met medewerking van beroepsverenigingen BVA en NAV en verzekeraars Protect en AR-CO werden architecten opgeroepen om hun tijdsregistraties ter beschikking te stellen. 687 architecten, of bijna 1 op de 10 architecten werkzaam in Vlaanderen, gaven gehoor aan de oproep. Het onderzoeksteam van de KU Leuven, onder leiding van hoofddocent Johan Rutgeerts, wist in totaal 2001 bouwdossiers te onderzoeken. Het team zorgde meteen ook voor een Europese primeur, want nog nooit werd in Europa zulk een grootschalig onderzoek gevoerd naar architectenprestaties. 

De studie resulteerde in een overzicht van het aantal geregistreerde uren per vierkante meter bebouwde oppervlakte in functie van de bouwvorm (eengezinswoning, meergezinswoningen, sociale huisvesting, …) en de grootte van het bouwbudget. Per categorie werd ook een onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en renovatie. 

Workload architect veel hoger dan verwacht 

Meest opvallende conclusie die voortvloeide uit de studieresultaten is dat de workload, meer bepaald het aantal werkuren dat wordt gespendeerd aan een bouwproject, door de band genomen een stuk hoger ligt dan algemeen wordt aangenomen. Niet alleen bouwheren en overheden, ook architecten zelf schatten de workload van een bouwproject veel te laag in. En dat heeft natuurlijk een rechtstreekse impact op (de berekening van) het ereloon van de architect. 

“Een architect die enkel en alleen gebouwen ontwerpt en werven controleert, is vandaag een zeldzaamheid. Toch leeft dit idee nog bij de meeste mensen”, weet Marnik Dehaen, voorzitter van de Orde van Architecten – Vlaamse Raad. “Bouwen en verbouwen is complexer dan vroeger en bijgevolg ook een pak arbeidsintensiever voor de architect. Het pakket normen en regels waaraan moet worden voldaan neemt elk jaar toe, de eisen worden strenger en het is vaak de architect die hiervan de eindverantwoordelijkheid draagt. Een mooi voorbeeld hiervan is de EPB-wetgeving. We staan volop achter het idee dat we zuiniger met onze energie moeten omspringen, maar het is alweer de architect die de volledige verantwoordelijkheid in de schoenen krijgt geschoven.” 

Takkenpakket steeds omvangrijker 

Het fors toegenomen takenpakket maakt dat een gelijkaardig bouwproject vandaag soms bijna dubbel zoveel werkuren in beslag neemt in vergelijking met pakweg twintig jaar geleden. “Lastenboeken van wat grotere projecten zijn tegenwoordig bijna een vuist dik. Komt daarbij dat de architect zich continu moet aanpassen aan de veranderende normeringen en formaliteiten.” Ook het gebrek aan visie in regelgeving vanuit de diverse overheden maakt bepaalde zaken nodeloos ingewikkeld. “Reken zelf maar uit wat dit allemaal kost aan extra werkuren. Extra werkuren waarvan men zich nauwelijks van bewust is of wil zijn, en dan ook amper in rekening worden gebracht.” 

Dit is ook vaak het geval bij het uitschrijven van architectuurwedstrijden. Meestal staan de gevraagde prestaties in schril staan met de vergoeding die daar tegenover wordt geplaatst. “Architectuurwedstrijden van overheden, gemeentebesturen, huisvestingsmaatschappijen, en dergelijke eisen vergaande, uitgewerkte studies – soms lijken het bijna complete opdrachten – zonder daar ook maar enige vorm van vergoeding tegenover te stellen. Dat is vragen om een faillissement van de hele sector.” 

Wat is een correct ereloon? 

Blijft natuurlijk de hamvraag: wat is een correct ereloon? Tegenwoordig vraagt een doorsnee architect 8% erelooncommissie op een nieuwbouwwoning en 12% op een renovatie. Aan een kostprijs van pakweg 300.000 euro voor een nieuwbouwwoning en 150.000 euro voor een renovatie betekent dit een ereloon van respectievelijk 24.000 en 18.000 euro. “Op het eerste zicht aanzienlijke bedragen, maar wanneer je er de gepresteerde werkuren bijneemt, gebaseerd op reële onderzoekscijfers voortvloeiend uit de praktijk, dan krijg je een heel ander beeld,” stelt Marnik Dehaen. “Aan dat nieuwbouwproject van 300.000 euro en dat renovatieproject van 150.000 euro spendeert de architect gemiddeld 503 werkuren. Delen we het ereloon door dit aantal, dan komen we uit bij een gemiddeld uurloon van 47 euro voor nieuwbouw en 36 euro per uur voor renovatie. Bruto, welteverstaan. Trek daar alle kosten van af en je houdt niet overdreven veel meer over. Vergeleken met andere vrije beroepers zoals advocaten, deurwaarders en vooral notarissen, is het netto-inkomen van een doorsnee architect bescheiden te noemen, en dan drukken we ons nog voorzichtig uit.” 

Faire erelonen versus dumpingprijzen 

“De studie leert ons dat een uurloon tussen de 65 en 95 euro - afhankelijk van diverse parameters, zoals ervaring, de grootte van het bureau, - als eerlijk en correct mag worden beschouwd. Meer dan de helft hoger dus dan wat architecten vandaag in realiteit verdienen. Men geeft het niet graag toe, maar het is wel een feit dat sommige confraters aan dumpingprijzen werken. Of beter gezegd: moeten werken. Omwille van de hoge druk op de arbeidsmarkt, de toenemende concurrentie en het ontbreken van wettelijk vastgelegde minimum erelonen hebben opdrachtgevers vrij spel. En opvallend hierbij: het zijn niet enkel de particulieren, maar eveneens overheden of openbare instellingen die architecten vragen om aan bodemtarieven te werken. Voorbeelden hiervan zijn er legio. Men schaamt er zich zelfs niet voor om concreet bij de opdracht te vermelden dat deze zal vergund worden aan de architect die het hoogste kortingspercentage geeft op het ereloon dat hij voor de opdracht zal ontvangen. Sensibilisering is hier dus zeker en vast aan de orde.” 

What you pay, is what you get 

Te lage erelonen zijn niet alleen nadelig voor de architect, ze zijn ook nadelig voor de bouwheer. Want net zoals in elke andere branche geldt ook hier het principe van ‘what you pay, is what you get’. Kwaliteit heeft zijn prijskaartje: wie té goedkoop is, levert vaak maar half werk. Het is uiteindelijk de bouwheer die hiervan de dupe is. “Bouwers en verbouwers moeten overtuigd zijn van de echte meerwaarde van een architect: denk maar aan een vlotter verloop van de bouwwerkzaamheden, een gedreven werfopvolging, kwaliteitscontrole, budgetcontrole en een stevige onderhandelingspositie tegenover aannemers.” 

Vergeleken met de lonen mogen bouwprijzen dan wel een hogere vlucht genomen hebben, het wonen zelf is niet noodzakelijk duurder geworden. Het feit dat we tegenwoordig kleiner wonen, compenseert de groter wordende bouwkost. Kleiner wonen betekent wel dat er creatiever moet worden omgesprongen met de ruimte die voor handen is. Ook hier bewijst de architect zijn grote meerwaarde. Besparen op het ereloon van de architect is dan ook allesbehalve een goed idee. Meer nog: op langere termijn zal de ‘meerkost’ van de architect zich vertalen in een grote meerwaarde voor je woning. 

Invoering van minimum ereloonbarema’s 

De Orde van Architecten wil deze studie aangrijpen om te ijveren voor de invoering van wettelijk vastgelegde minimumbarema’s voor erelonen. Die invoering moet bijdragen tot een gezondere competitiviteit en voor een eerlijke vergoeding van de aansprakelijkheden die architecten worden toebedeeld. In de nabije toekomst wil de Orde van Architecten hierover aan tafel zitten met de diverse consumentenverenigingen, belangengroepen en overheden. Laat dit ‘meten is weten’ het debat openen in een gezonde en constructieve sfeer met het algemeen belang als doel. Voor de Orde van Architecten zelf kan de studie dienen als instrument om te bemiddelen in ereloongeschillen tussen architecten en opdrachtgevers. 

De studie staat ter beschikking van het architectenkorps.