Opinie - S-peil: te snel, te streng

15 januari 2017- Sinds 1 januari van dit jaar moeten alle bouwaanvragen voor nieuwbouwwoningen voldoen aan een S-peil van 31. De norm S31 is te streng en de invoering komt te snel, vindt ook Marnik Dehaen, voorzitter van de Vlaamse Raad van de Orde van Architecten.

Een S-peil van 31 is realistisch, maar niet voor alle types woningen. Compacte gesloten bebouwingen halen nu al de norm, voor halfopen bebouwingen wordt het veel moeilijker om S31 te halen. En al zeker wanneer de tuin noordwest of noordoost georiënteerd is, want ook de opwarming door zonlicht speelt een rol in de berekening. Voor open bebouwingen is een S-peil van 31, met de materialen en technieken die er voor handen zijn, vandaag nog te duur om te kunnen realiseren. Alleen als er wordt geopteerd voor een vrijstaande woning in de vorm van een volmaakte kubus of wanneer er flink wordt geïnvesteerd in driedubbele beglazing en hi-tech isolatiematerialen, is S31 enigszins haalbaar.

De plotse invoering van het S-peil lijkt wel opzettelijk bedoeld om – met de betonstop en kernverdichting in het achterhoofd – iedereen nu al zoveel mogelijk richting gesloten bebouwing te duwen. Het lijkt me dus eerder een politiek statement, verborgen in een normering.

Diversiteit maakt plaats voor eenheidsworst

Een compacte, efficiënte geometrische vorm, meer isolatie en minder glas leveren volgens minister Tommelein de beste garantie op een lage S-waarde. De meest efficiënte geometrische woningvorm is de kubus, want die biedt de beste verhouding tussen volume en bouwschil. Maar dat baart ons, architecten, op vormgeeflijk vlak heel wat kopzorgen. Want op het moment dat we creatiever omspringen met woonvolumes en gaan spelen met de vormgeving van die kubus, creëren we minder volume en meer schil. En dat heeft natuurlijk meteen een negatieve impact op het S-peil. Het is dan ook geen wonder dat bouwers vaker kiezen voor een kubuswoning als meest kostenefficiënte bouwvorm om S31 te behalen. Bij het ontvangen van bouwaanvragen merken gemeenten nu al een grotere terugkeer van datzelfde type woning. Speelse volumes krijgen minder kans, saaie vlakke buitenkanten worden de norm. Diversiteit maakt stilaan plaats voor eenheidsworst, tot grote spijt van de architect als creatief ontwerper.  

Inboeten aan levenscomfort

Zeker bij kleinere kavels wordt de tuin of het terras aanzien als een verlengde van de woning. Grote glaspartijen slaan de brug tussen interieur en exterieur, zorgen voor meer lichtinval en vergroten het ruimtegevoel. Ook hier heeft het te strenge S-peil een heel ongunstige invloed: wil je een laag S-peil, dan moet je minder glas steken. We moeten dus daglicht buiten houden en inboeten aan levenscomfort om een beter S-peil te bekomen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wie toch grote glaspartijen wil, is verplicht dit te gaan overcompenseren in de rest van de woning en betaalt een dubbele factuur. Compenseert hij dit niet, dan riskeert hij een zware boete.

Voor een goed begrip: ik ben niet tegen het S-peil. Wel kwam de invoering van het S-peil van 31 veel te snel – er was amper 2 maanden tussen de lancering van het idee en de verplichting. Tijdens voorafgaandelijk overleg met het kabinet werd er bovendien ook altijd gesproken over S38. Waarom werd er geen overgangsperiode voorzien zodat alle betrokken partijen, architecten, maar ook bouwheren en fabrikanten konden wennen aan het idee en naar oplossingen konden zoeken? Men doet dit wel voor de autosector. Voor veel toekomstige bouwers is het nu al een huzarenstuk om S31 te halen. Hoe we in 2021 S28 moeten halen, is een angstaanjagende gedachte. Of zal men creatiever omgaan met de formules achter de software?

Iedereen creatief met energieverbruik

Laat het aan de gebruikers over om creatief en bewuster om te gaan met zijn energieverbruik. En geef de architect de vrijheid om met oplossingen te komen: compartimentering met temperatuurzones, werken met energiebegrenzers. Persoonlijk pleit ik ervoor om energie ook meetbaar te maken. We moeten afstappen van het theoretisch model en ons energieverbruik beter meetbaar maken en tussentijds evalueren – de woningpas kan daar een uitstekend hulpmiddel voor zijn.