Architecten dringen bij publieke opdrachtgevers aan op faire wedstrijdvoorwaarden

Brussel 29 september 2014

Steeds meer architectenbureaus hebben het moeilijk om het hoofd boven water te houden. De economische omstandigheden en het krimpende aantal bouwopdrachten zijn daar niet vreemd aan. Minstens even fnuikend evenwel zijn de tijd, energie en kosten die architecten besteden aan architectuurwedstrijden van openbare besturen en aanverwante organisaties of instellingen. De hoogte van die investering hangt af van de precieze wedstrijdvraag, maar loopt voor grotere projecten al snel op tot 1 000 of 1 500 werkuren. De medewerkers die deze uren presteren, moeten uiteraard worden betaald. Maar vermits er op het einde van de rit in een architectuurwedstrijd slechts één winnaar is, blijven de resterende deelnemers met lege handen achter. In het beste geval ontvangen zij een vergoeding die compleet ontoereikend is om de kosten te recupereren.

Opdrachtgevers schaden zichzelf

Architectenbureaus moeten deze investeringen dus financieren met de opbrengsten uit hun andere projecten. Dat tast op termijn de leefbaarheid van een architectenbureau aan en kan leiden tot regelrechte faillissementen. Een economisch onaanvaardbare toestand die bovendien de positie van de architect ondergraaft. Nochtans geniet die een wettelijke beroepsbescherming, precies omdat hij een belangrijke rol

vervult in de bescherming van de openbare orde en van het publiek en privaat patrimonium. Daarom dringt de Orde van Architecten – Vlaamse Raad er bij de publieke opdrachtgevers ten stelligste op aan om voortaan faire wedstrijdvoorwaarden te hanteren. Dat komt eerst en vooral die besturen en instellingen zelf ten goede. Zij kunnen dan immers blijven rekenen op een kwaliteitsvolle dienstverlening. De architecten vertalen hun programma van eisen in gebouwen die zijn afgestemd op de behoeften en het comfort van de gebruiker, op een efficiënt beheer en uitbating, en op een afgewogen balans tussen budget, randvoorwaarden en verwachtingen.

Het probleem is al langer gekend en oplossingen zijn aangekaart

Jammer genoeg verliezen publieke opdrachtgevers nog te dikwijls uit het oog welk belang zij zelf hebben bij correct georganiseerde wedstrijden. De pijnpunten in architectuurwedstrijden zijn nochtans gekend en werden al meermaals aangekaart. Om er maar enkele te noemen: onvolledige informatie, onduidelijke criteria over wat wordt gevraagd en hoe dat wordt geëvalueerd, een eenzijdige klemtoon op het ereloonpercentage als gunningscriterium. Meer zelfs, de Orde van Architecten gaf, in samenspraak met de beroepsverenigingen, al de nodige voorzetten en aanbevelingen hoe het anders en beter kan. Zo kunnen opdrachtgevers het Convenant voor organisatoren van een architectuurwedstrijd onderschrijven. Daarmee engageren zij er zich toe om in de toekomst een aantal basisprincipes voor een correcte ontwerpwedstrijd te respecteren.

Appel aan de politiek

In het Memorandum 2014, opgesteld naar aanleiding van de federale en gewestelijke verkiezingen, vroegen de Orde van Architecten – Vlaamse Raad en de beroepsorganisaties de nieuw verkozen politici om aanvullende regelgevende initiatieven. Er werd onder andere aangedrongen op een naamloze en gelijkwaardige beoordeling, een minimumvergoeding voor de kosten die de deelnemers maken, minimale erelonen en een eerlijker impact van die erelonen op de uiteindelijke beoordeling door de wedstrijdjury.

Meteen werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om meer algemeen te pleiten voor een betere vergoeding van de architect. Die krijgt vanwege de overheid almaar meer en complexere taken toegeschoven, en moet zelf uitzoeken hoe hij daarvoor van zijn opdrachtgevers een correcte betaling kan krijgen. Omdat de opdracht van de architect direct te maken heeft met de bescherming van de openbare orde, is het niet meer dan logisch dat daar een gegarandeerde minimumvergoeding tegenover staat. Dat hoeft niet in strijd te zijn met de Europese regels, zoals ons buurland Duitsland bewijst. Daar maken architecten en ingenieurs inderdaad aanspraak op wettelijk geregelde ereloonbarema’s.

Architecten denken mee

Wat de correcte behandeling van architecten in wedstrijden betreft, is er misschien een taak weggelegd voor het nog te installeren College van Bouwmeesters. Als opvolger van het huidige Team Vlaams Bouwmeester staat dat College in principe vanaf 2015 de publieke opdrachtgevers bij voor hun bouwopdrachten. Toezicht op een goede organisatie van wedstrijden lijkt een logisch verlengstuk van die opdracht.

Zelf timmert de Orde van Architecten – Vlaamse Raad, binnen haar bevoegdheden, vandaag al volop mee aan een betere structuur. Zij onderzoekt meer bepaald de haalbaarheid en mogelijke vorm van deontologische spelregels voor architecten die meewerken aan het organiseren van een wedstrijd.