Permanente vorming: waarom niet voor architecten?

De Federatie van Architectenverenigingen van België (FAB) maakte samen met haar leden BVA,UWA en AriB onlangs bekend kritisch te staan tegenover het voorstel tot permanente vorming. De Orde van Architecten - Vlaamse Raad wenst hierop toch even te reageren.

 

12 april 2016

Het bericht van de FAB kwam er naar aanleiding van een communicatie vanuit de Cfg-OA naar de leden van zijn architectenkorps. In deze communicatie, die werd uitgestuurd zonder medeweten van de Vlaamse Raad, liet de Cfg-OA uitschijnen dat het behalen van een minimum aantal vormingspunten op dit moment reeds verplicht is. Deze verplichting is op heden echter nog niet van toepassing, hiervoor moet eerst de wet van 1963 worden aangepast.

De verplichte vorming voor architecten zoals ze nu voorzien is, bestempelen als een maat voor niets, zoals de FAB in haar schrijven doet, is naar onze mening onterecht. In maart 2014 begon de Orde van Architecten - Vlaamse Raad met de oprichting van een databank voor vormingen, iets wat voorheen nog niet bestond. De beroepsverenigingen werden van bij het begin bij dit initiatief betrokken, alle partijen erkenden de voordelen van wat een dergelijk platform te bieden zou kunnen hebben.

Potentiele aanbieders werd en wordt nog steeds gevraagd hun vormingsactiviteiten aan te bieden, met positief en groeiend gevolg. De oproep hiervoor werd en wordt ook steeds en bij herhaling gericht aan alle beroepsverenigingen via onder meer de overlegvergaderingen die door de Vlaamse Raad van de Orde op regelmatige basis worden georganiseerd.

We kunnen begrip opbrengen voor het standpunt van de FAB, maar het opleggen van een permanente vorming kwam er onder impuls van Europa, het opleggen van de verplichting tot het behalen van een minimaal aantal vormingspunten op vraag van Sabine Laruelle en, vooral, Willy Borsus, de vorige en huidige minister van middenstand en zelfstandigen.

Het verplicht volgen van permanente vorming is trouwens reeds van toepassing op diverse vrije beroepers zoals advocaten, notarissen, landmeter-experts, bedrijfsrevisoren en accountants. De vorming zoals voorgesteld is daarbij zeer liberaal. Architecten zijn bovendien helemaal vrij in de keuze van de voor hen relevante vormingen, ook het aantal opgelegde punten blijft beperkt.

De Orde zelf biedt geen vormingsactiviteiten aan, maar door deze te bundelen en punten toe te kennen werd reeds een aanvang gemaakt met een overzichtelijke databank van relevante vormingen en wordt gestreefd naar een optimale kwaliteitszorg.

Het is tevens een taak van de beroepsverenigingen om hun leden op professioneel vlak te informeren en bij te staan. Sommige beroepsverenigingen stellen reeds een kruispuntdatabank met relevante informatie ter beschikking.
Op dit moment ijvert de Orde van Architecten voor een verdere versoepeling van de accreditatie, zodat nog meer activiteiten in aanmerking komen voor punten voor permanente vorming.