Visie Orde van Architecten - Vlaamse Raad betreffende de tussenkomst van een niet-opdrachthoudende architect als technisch raadgever-architect

Een architect die voor technisch advies wordt geraadpleegd in het kader van een project waar een ander architect ingevolge artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 instaat voor de opmaak van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, is gehouden artikel 25 van het beroepsplichtenreglement na te leven.

De architect geeft blijk van collegialiteit en loyauteit. Hij beoordeelt het werk van zijn confraters in alle objectiviteit en moet eveneens aanvaarden dat zijn werk in dezelfde geest door zijn confraters beoordeeld wordt. In het algemeen onthoudt hij zich van elke praktijk die zijn confraters in hun beroepssituatie zou schaden (art. 25 Reglement van beroepsplichten).

De Vlaamse raad van de Orde van architecten heeft een visie betreffende de tussenkomst van een technisch raadgever-architect uitgewerkt. Middels deze visie geeft de Orde van architecten invulling aan artikel 25:

  1. Een technisch raadgever-architect is een architect die voor technisch advies wordt geraadpleegd inzake een project waar reeds een opdrachthoudende architect conform artikel 4 van de Wet van 20 februari 1939 is betrokken.

Alvorens zijn opdracht aan te vatten, vergewist de technisch raadgever-architect zich ervan of er een opdrachthoudende architect is aangesteld. De technisch raadgever-architect stelt de raad van de Orde, in wiens rechtsgebied het project is gelegen, in kennis van de aan- of afwezigheid van een opdrachthoudende architect. In geval van afwezigheid van een opdrachthoudende architect kan de technisch raadgever-architect zijn opdracht niet aanvaarden.

Indien er wel een opdrachthoudende architect is gelast met de opmaak van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, brengt de technisch raadgever-architect voorafgaand aan de uitoefening van zijn opdracht de opdrachthoudende architect, de bouwheer en de raad van de Orde, in wiens rechtsgebied het project is gelegen, schriftelijk op de hoogte van zijn tussenkomst.

  1. Bij beëindiging van zijn opdracht levert de technisch raadgever-architect schriftelijk verslag af aan diegene (bouwheer, aannemer, koper,…) die hem heeft geconsulteerd, waarin hij:

a) de bezorgdheden en/of bezwaren van zijn opdrachtgever weerlegt indien geen wezenlijke technische problemen worden vastgesteld;

b) de technische problemen beschrijft en een verder onderzoek aanbeveelt, onverminderd zijn verplichting tot vrijwaren van de openbare veiligheid, indien wezenlijke technische problemen worden vastgesteld;

De technisch raadgever-architect brengt de opdrachthoudende architect schriftelijk op de hoogte van zijn conclusies.

Indien de technisch raadgever-architect door iemand anders dan de bouwheer voor technisch advies wordt geconsulteerd, ontvangt de bouwheer steeds kopie van het verslag dat de technisch raadgever-architect aan zijn opdrachtgever bezorgt.

  1. Indien, aansluitend op het bepaalde onder punt 2, b), de aanbeveling tot verder onderzoek wordt opgevolgd, brengt de technisch raadgever- architect zijn opdrachtgever, de bouwheer (voor zover dit niet de opdrachtgever is) en de opdrachthoudende architect schriftelijk op de hoogte van het verdere geplande verloop. Hij nodigt hen uit om aanwezig te zijn bij de onderzoeksverrichtingen. De technisch raadgever-architect beperkt zich tot het geven van technische adviezen. Hij doet dit in overleg met de opdrachthoudende architect om tot een oplossing van het probleem te komen. De technisch raadgever- architect maakt in elk geval een verder schriftelijk verslag van zijn bevindingen en raadgevingen over aan de opdrachtgever, de bouwheer (voor zover dit niet de opdrachtgever is) en de opdrachthoudende architect.

Indien tussen de opdrachtgever, de bouwheer (voor zover dit niet de opdrachtgever is) en de opdrachthoudende architect een meningsverschil blijft bestaan betreffende de voorgestelde technische oplossing, neemt de technisch raadgever- architect dit in een schriftelijk eindverslag op.

  1. Wanneer de technisch raadgever-architect instaat voor de opvolging van de opdrachthoudende architect, dan voegt hij steeds zijn technisch verslag toe aan de nieuwe architectuurovereenkomst. In geval van opvolging dienen de opvolgingsregels te worden gerespecteerd.