Aanbeveling naamaanduiding op de bouwplaats

Goedgekeurd door de Nationale Raad in de zitting van 25 september 1987.

Gelet op

  • de noodzaak om het belang van de tussenkomst van de architecten en hun dienstverlening beter bekend te maken,
  • de noodzaak voor de architecten om hun werken, met inbegrip van deze die in uitvoering zijn, bekend te maken,
  • de groeiende noodzaak voor de architecten zich sterker met hun verwezenlijkingen te vereenzelvigen en er dus openlijk, ten volle en op directe wijze de verantwoordelijkheid voor op te nemen,
  • de noodzaak die werken te ontdekken die zonder tussenkomst van een architect zouden uitgevoerd worden en de belangrijkheid en de gevolgen ervan te peilen (bv. in verband met de omgeving, enz...),
  • de noodzaak tot het instellen van een zekere normalisatie in de manier van voorstellen van de wettelijke tussenkomst van de architect(en) die op enigerlei wijze verantwoordelijkheid dragen in het project opdat ze naar behoren zouden gesitueerd worden in het totaalbeeld van alle bouwpartners,
  • de wil om beter tegemoet te komen aan de wet van 20 februari 1939 die mede uit overwegingen van openbare veiligheid de tussenkomst van een architect bij het bouwen heeft opgelegd,
  • en tenslotte, het recht van de auteur om zijn werk te naamtekenen,

heeft de N.R.O.A. beslist de naamaanduiding op de bouwplaats verplichtend te stellen, zoals hierna bepaald:

Aanbeveling

a) Plaats van de naamaanduiding:

De naamaanduiding van de architect die belast is met een of meerdere opdrachten moet verplichtend opgesteld worden tegenaan de rooilijn en, om de goede leesbaarheid te verzekeren, zich in de nabijheid van de voornaamste toegang tot de bouwplaats bevinden.
Zij mag herhaald worden nabij de zijingangen, a fortiori wanneer deze op een andere openbare weg aansluiten.

b) De ondergrond waarop de naamaanduiding wordt aangebracht:

Deze ondergrond moet een afzonderlijk oppervlak zijn of, in elk geval, afgescheiden van ieder ander publicitair of informatiebord bv.: kader, open ruimte, enz...
Hij moet een oppervlakte beslaan die in verhouding staat tot de belangrijkheid van de werken en tot zijn opstelling ten opzichte van het (waarnemend) publiek.

c) Vermeldingen:

De vermeldingen zullen omvatten:

  • de naam of namen van alle architecten belast met een opdracht, zelfs indien het een gedeeltelijke opdracht betreft, eventueel met vermelding van hun academische titels of functies op grond waarvan zij tussenkomen;
  • hun onderdeel van de opdracht in geval de opdracht gedeeld of verdeeld wordt;
  • een referentieadres (bureau) met telefoonnummer;
  • evenals in voorkomend geval en in bijkomende orde, de firmabenaming met aanduiding van de vennootschapsvorm en het eventueel eigen logo. Tenslotte moeten de leden van de Orde van Architecten, zich kenbaar maken door:
  • hetzij hun naam te laten voorafgaan van het embleem van de Orde, met de vermelding “Orde van Architecten”,
  • hetzij na hun naam de vermelding “ingeschreven in de Orde van Architecten” te plaatsen.

Commentaar

De afmetingen van het naamaanduidingsbord zullen worden aangepast:

  • aan de plaats van zijn opstelling;
  • aan de belangrijkheid van de bouwplaats.

Voorbeeld: Het zou logisch zijn de naamaanduiding op de bouwplaats van een eengezinswoning verschillend te maken van deze die bij de bouw van een ziekenhuis wordt gebruikt. De betrokken architect moet redelijke en correcte verhoudingen in acht nemen.

Bij gegroepeerde naambordenensembles moet het naamaanduidingspaneel van de architect door een open ruimte of een omlijning duidelijk te onderscheiden zijn van de andere mededelingen of vermeldingen met betrekking tot de bouwpartners zoals de uitvoerende ambachten.
Alleen vanwege het grote verschil in verantwoordelijkheid is dit onderscheid wenselijk.
Hiermee is niet bedoeld dat bijvoorbeeld het gebruikte lettertype groter moet zijn maar wel dat een ondubbelzinnige afscheiding tussen de leiding van het werk, de diverse ambachten, de medewerkende firma's en de “architect”, tot stand komt.

De tekst moet verplichtend de naam van de architecten bevatten die verantwoordelijkheid dragen als ontwerper en/of controle houdende architect bij de verwezenlijking van het werk.
Ze moeten duidelijk identificeerbaar zijn; daarom is de vermelding noodzakelijk van hun academische titels, hun functies en het onderdeel waarvoor ze verantwoordelijk zijn in het betrokken ontwerp.
De afmetingen en het lettertype van de tekst zullen aangepast zijn aan de plaats of inplanting van het naamaanduidingsbord.

Praktische schikkingen

De betrokken architect(en) moet(en) er zorg voor dragen:

  • van bij de ondertekening van het contract de aandacht van hun cliënt te vestigen op de deontologische verplichting van eerstgenoemde(n) inzake de naamaanduiding op de bouwplaats en de uitvoeringsmodaliteiten ervan;
  • aan de verantwoordelijken tijdig alle aanwijzingen te verstrekken om een correcte naamaanduiding te verwezenlijken van bij de aanvang der werken, ofwel zelf alle schikkingen te treffen om de naamaanduiding tot stand te brengen.

Deze aanbeveling trad in werking op 1 maart 1988.

Laatste aanpassing: .