Nieuwe ombudsdienst op komst voor bouw- en verbouwgeschillen
Tegen 1 januari 2027 komt er een nieuwe ombudsdienst voor de bouwsector. Consumenten zullen daar gratis terechtkunnen voor bouwgeschillen, zonder dat ze meteen naar de rechtbank moeten stappen. Dat kondigde minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) aan op woensdag 27 januari. De bouwsector reageert positief.
De nieuwe ombudsdienst wordt ondergebracht bij de Consumentenombudsdienst en krijgt een duidelijk aanspreekpunt voor conflicten over aannemingen, werken, contracten en de uitvoering ervan. De bouwkamer zal bestaan uit twee onderdelen: een bemiddelingsluik voor contractuele geschillen en een arbitrageafdeling, waarin de bestaande Geschillencommissie Bouw wordt geïntegreerd. Voor de uitbouw van de dienst worden acht extra medewerkers aangeworven.
Bedrijven worden verplicht om mee te werken aan de bemiddelingsprocedure, die maximaal drie maanden zal kunnen duren. Indien nodig, kunnen de partijen nadien nog steeds naar de rechtbank stappen. Met de nieuwe dienst wil de overheid ook de werkdruk bij rechtbanken en parketten verlichten. “Dit is een win-win-win”, aldus minister Beenders. “Consumenten krijgen sneller duidelijkheid, bedrijven vermijden lange procedures en de rechtbanken krijgen meer ademruimte.”
De uitrol van de ombudsdienst start dit jaar en moet tegen 1 januari 2027 volledig afgerond zijn.
Sector reageert tevreden, maar vraagt garanties
De bouwsector verwelkomt het initiatief. “De overgrote meerderheid van de bouw- en installatiebedrijven werkt zoals het hoort, maar wanneer er toch een technisch of juridisch geschil ontstaat, is het belangrijk dat consumenten en ondernemingen terecht kunnen bij een dienst waar specialisten ter beschikking staan”, zegt Niko Demeester, CEO van Embuild. Hij benadrukt wel dat de dienst enkel kan slagen “als er duidelijke waarborgen zijn op het vlak van rechtszekerheid, evenwicht en werkbaarheid voor alle partijen”, en waarschuwt voor het ontstaan van een parallel circuit naast de bestaande rechtbanken.
Ook bij Bouwunie blijven er vragen over de concrete uitwerking, in het bijzonder over de financiering van de nieuwe dienst. “Het kan niet de bedoeling zijn dat enkel de aannemer opdraait voor de kosten wanneer een consument een klacht indient. Dit zet de deur open voor mogelijk misbruik”, klinkt het.