Orde van Architecten hervormt tuchtprocedure
De Orde van Architecten wil komaf maken met kritiek over het gebrek aan toezicht op architecten die over de schreef gaan. Om de indruk van partijdigheid weg te nemen, zet de Orde onder meer in op een centrale tuchtraad, de optie om in beroep te gaan tegen geseponeerde klachten en de publicatie van tuchtbeslissingen. “We willen transparanter werken”, zegt voorzitter Anton Draye in een gesprek met Apache.
In het kort
- In een driedelig dossier van Apache getuigden bouwheren over hun ervaring met malafide architecten en uitten ze kritiek op de werking van de Orde van Architecten. Die behandelt klachten van architecten over collega-architecten, volgens sommigen te vaak zonder resultaat.
- Dat er geen tuchtonderzoek is opgestart, betekent niet dat de klachten niet zijn bekeken, reageert de Orde op deze kritiek. Toch wil de organisatie haar tuchtprocedures aanscherpen om “elk gevoel van partijdigheid” weg te nemen.
- De organisatie komt uit een diep dal met veel personeelsverloop. Na een vernietigende audit begin vorig jaar wil de Orde betere schotten tussen personeel en bestuurders.
Afgelopen zomer getuigden bouwheren bij Apache over hun ervaring met malafide architecten. Het stootte hen tegen de borst dat hun klachten bij de Orde van Architecten op niets uitdraaiden.
De pijnpunten die terugkeerden in gesprekken met bouwheren, oud-leden en experts, zijn de contraproductieve organisatiestructuur van de Orde en een gebrek aan expertise en tools om rotte appels uit de sector ter verantwoording te roepen. Een driedelig onderzoek van Apache wakkerde het debat over de Orde in de sector aan en de vereniging reageerde al in de vorm van een open brief. Ondertussen kondigde de Orde ook een hervorming van de tuchtprocedures aan.
Om in dialoog te gaan met de sector organiseerde de beroepsorganisatie eind september een rondetafelgesprek over haar werking en de aanpak van tuchtdossiers. Aanwezig waren secretaris-generaal Stefan Knaepen, uittredend voorzitter van de Orde Anton Draye, architect Philip Adam, afgevaardigde bij de Nationale Raad van de Orde van Architecten, architect-expert Vincent Van Den Broecke (Metier Experten) en ingenieur Koenraad Princen.
Ook Apache was aanwezig. Netwerk Architecten Vlaanderen zegde aanvankelijk toe voor het panelgesprek, maar de raad van bestuur van de architectenvakbond vond het uiteindelijk “niet opportuun” om hun directeur te laten deelnemen aan het debat.
Onafhankelijk oordeel
Net voor de zomervakantie stemde de Vlaamse Raad van de Orde van Architecten in met een grondige hervorming van de tuchtprocedure, in het kader van een ruimere hervorming.
“De kritiek op de tuchtprocedure komt niet alleen in het artikel van Apache aan bod”, zegt uittredend voorzitter Anton Draye. “We merken zelf dat consumenten soms niet weten wat er met hun klacht gebeurd is, terwijl die wel degelijk behandeld is geweest.”
Op dit moment worden tuchtonderzoeken op provinciaal niveau behandeld, maar dat zal in de toekomst door een centrale tuchtraad gebeuren.
“Omdat de behandeling in de provinciale raad gebeurde, lijkt het soms dat klachten vanwege een ons-kent-onsdynamiek niet degelijk behandeld zijn geweest. Daarom is de idee ontstaan om tuchtuitspraken centraal te behandelen, zodat een beslissing aantoonbaar neutraal en onafhankelijk is”, zegt Draye.
Het vooronderzoek zal wel nog steeds in provinciale raden gebeuren. Wanneer feiten zwaarwichtig genoeg zijn, wordt het dossier naar de centrale tuchtraad doorgestuurd. De provinciale raden van de Orde zullen in de toekomst ook discussies over de erelonen behandelen.
Daarnaast is er nog een nieuwigheid in het voordeel van de consument. “Als een klacht geseponeerd wordt, zal een klager beroep kunnen aantekenen”, zegt Draye. “Ik denk dat mandatarissen in eer en geweten oordelen over een klacht en die onafhankelijkheid is er altijd geweest. Maar het zou goed zijn voor het imago als we kunnen aantonen dat een tweede instantie een seponering kan beoordelen. Dit is ook een antwoord op een van de zaken die in het artikel van Apache aan bod komen.”
Tot slot zullen tuchtbeslissingen geanonimiseerd gepubliceerd worden op de website. Die transparantie kan ook ontradend werken voor architecten die er de kantjes vanaf lopen.
Philip Adam, afgevaardigde bij de Nationale Raad van de Orde van Architecten, zegt dat de Orde voor de hervorming inspiratie haalde bij beroepsinstituten en de Orde van Vlaamse Balies, die toezien of advocaten zich aan hun deontologie houden.
De Vlaamse Raad kan de hervorming wel niet op haar eentje doorvoeren, daarvoor is in de overkoepelende Nationale Raad een consensus nodig met zijn Franstalige tegenhanger. “We hangen af van wat er in de wet staat, we moeten de Franstaligen meekrijgen. Ik denk wel dat we grotendeels op dezelfde lijn zitten, dat ziet er dus goed uit”, maakt Draye zich sterk.
Enkel deontologische klachten
Om geen verkeerde verwachtingen te scheppen, benadrukt Draye dat de Orde enkel over deontologische klachten kan oordelen. “We krijgen heel veel klachten binnen over technische aangelegenheden waarvoor we niet bevoegd zijn. We bekijken wel altijd of er geen andere problemen van deontologische aard zijn.”
Philip Adam vindt dat het grootste pijnpunt. “Veel consumenten die een klacht indienen, begrijpen niet dat de Orde niet kan tussenkomen voor technische zaken, zoals een koudebrug of waterinfiltratie. Als die klachten het gevolg zijn van een gebrek aan bijstand bijvoorbeeld, dan valt dat wel onder de klachten die wij behandelen.”
Vincent Van Den Broecke, architect en oprichter van expertisebureau Metier Experten, kijkt uit naar de hervorming, maar ziet nog twee pijnpunten in de samenstelling van tuchtdossiers. “De capaciteit en de ervaring die nodig zijn om zo’n dossier behoorlijk samen te stellen, liggen volgens mij niet bij mandatarissen (architecten-bestuursleden van de Orde, red.)”, zegt Van Den Broecke.
“Wij architecten zijn zeer goed in de uitoefening van ons beroep, maar heel wat mandatarissen oefenen maar zes jaar een bestuursmandaat uit. Tijdens dat mandaat komen ze plots in een semi-juridisch kader terecht waarin ze onder andere tuchtdossiers moeten samenstellen. In mijn ervaring waren dossiers vaak onvoldoende gestoffeerd om behoorlijk door de tuchtraad beoordeeld te kunnen worden.”
Dit najaar houdt de Orde van Architecten verkiezingen. “Voor het komende mandaat voorzien we verplichte opleidingen voor alle mandatarissen en assesoren (juridische experten, zoals magistraten en advocaten, red.)”, antwoordt Anton Draye.
“Deze opleidingen behandelen onder meer de wet van 1939 (die het takenpakket van de architect beschrijft), de wet van 1963 (die de structuur van de Orde vastlegt), het stagereglement, het reglement van beroepsplichten, het huishoudelijk reglement en de communicatie.”
Expertise verliezen
Daarnaast vraagt Van Den Broecke zich af of zelfregulering de beste manier is om deontologische problemen aan te pakken. “Is een architect wel de meest gerede partij om te oordelen over het deontologisch handelen van zijn of haar collega?” Zelfregulering zoals we die vandaag kennen, werkt volgens hem niet.
“Volgens mij werkt zelfregulering wel, maar de procedure moet bijgespijkerd worden, er moet onder meer externe controle komen”, zegt Philip Adam. Hij merkt wel op dat mandatarissen bijgestaan worden door een onafhankelijke assessor bij de samenstelling en behandeling van het dossier.
“Na de hervorming krijgt de assessor een meer actieve rol, hij zal ook kunnen meestemmen tijdens de behandeling van een tuchtdossier. We hopen daarmee meer expertise binnen te brengen. Het klopt dat de kwaliteit van een tuchtprocedure afhangt van de kwaliteit van het onderzoek.”
Zelfregulering is het basiskenmerk van elke orde of beroepsvereniging, merkt Adam op. “Je zou de beoordeling van mogelijke deontologische inbreuken ook door externen kunnen laten doen. Is dat aangewezen voor mensen die weinig voeling hebben met het beroep?”
Adam stelt vast dat in landen waar geen ordes of beroepsinstituten zijn, maar wel beroepsverenigingen, die organisaties zelf hun deontologische regels opstellen. “Die doen dus uit vrije wil aan zelfregulering, zoals het Royal Institute of British Architects (RIBA) in het Verenigd Koninkrijk. Je moet geen lid zijn van RIBA om het beroep uit te oefenen, een lidmaatschap van die beroepsvereniging is een soort kwaliteitslabel geworden. Wie een overtreding begaat en lid is, verschijnt met naam en toenaam, feiten en sanctie op de site van de vereniging. Hetzelfde zien we in Nederland.”
Van Den Broecke is meer voorstander van beroepsverenigingen waar leden uit vrije wil aansluiten dan het wettelijk verplichte lidmaatschap van de Orde dat nodig is om het beroep te kunnen uitoefenen.
De Belgische overheid gaf architecten een monopolie om plannen op te stellen voor en controle uit te oefenen over werven waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Voor Philip Adam is dat een cruciaal element.
“Als beroepsgroep kunnen we tegenover de maatschappij het signaal geven dat we proberen om een zeker kwaliteitsniveau te garanderen door een deontologie”, zegt Adam. “Als je dat vrijwillig doet, ondergraaf je eigenlijk die stelling.”
Bestuurlijke impasse
In de Orde van Architecten zijn mandatarissen aangesteld voor zes jaar, maar om de drie jaar wordt de helft van de groep vervangen. Die rotatieregel dient om kennis over te dragen, maar draagt tegelijkertijd ook het gevaar van het verlies aan expertise met zich mee.
“Dat is voor mij de achilleshiel, en precies daarom pleit ik voor een performante administratie die voor continuïteit kan zorgen”, zegt Van Den Broecke. “Een sterke administratie overstijgt immers de grillen van mandatarissen.”
Daar knelde het schoentje de afgelopen jaren. “We komen uit een verschrikkelijk diep dal”, zegt Adam. “Op een bepaald moment zijn drie juristen met veel ervaring opgestapt, waardoor we in feite geen juridische dienst meer hadden. We zijn een pak ervaring verloren, een verlies dat moeilijk goed te maken is. Dat is een les voor de toekomst.”
Ruim anderhalf jaar geleden schoof de Nationale Raad zijn voorzitter Jos Leyssens aan de kant. Een audit van externe preventiedienst Mensura wees op een complete bestuurlijke impasse.
Een ‘hyperconflict’ binnen de raad van bestuur had geleid tot een vertrouwensbreuk met het personeel. “Er is sprake van totale vernietiging van de organisatie. Zo is er massaal personeelsverloop, blijven cruciale functies onbezet en kunnen kerntaken moeilijk worden uitgevoerd”, schreven preventiedeskundigen begin 2025 in een audit die Apache kon inkijken.
Mensura beschreef onder meer dat het hoge personeelsverloop “heeft geleid tot een kritieke situatie waarbij cruciale kennis en ervaring verloren gaat met elk vertrekkend personeelslid, aangezien deze kennis vaak niet gedocumenteerd is of overgedragen kan worden door het abrupte karakter van de vertrekken of omdat geen vervanging gevonden werd”.
Bepaalde sleutelposities, zoals in de juridische dienst of HR, bleven langdurig onbezet.
Deugdelijk bestuur
Stefan Knaepen is sinds kort secretaris-generaal van de Vlaamse Raad. Hij leidde voorheen het beleidsteam en is nu een schakel tussen personeel en mandatarissen. “Mijn belangrijkste opdracht momenteel is het kader terug invullen met bekwame mensen”, zegt Knaepen. “Momenteel is HR goed ingevuld en onze juridische dienst terug versterkt, maar dat werk is niet af.”
Knaepens functie is eigenlijk bedoeld om lijnen op lange termijn uit te zetten. “De Orde wordt bestuurd door (tijdelijk benoemde, red.) mandatarissen die slechts even komen kijken en heel vaak van ideeën verschillen”, merkt Vincent Van Den Broecke op. “Daar moet iemand boven staan.” Knaepen beaamt dat. “Maar dat moet dan ook door de mandatarissen aan de secretaris-generaal gegund worden”, vult hij aan. "Daar kunnen de meningen ook al eens verschillen.”
Secretaris-generaal Knaepen is op zijn hoede sinds het rapport van Mensura. “We moeten voorkomen dat mandatarissen zich terug te veel bemoeien met operationele zaken, terwijl ze vertrouwen zouden moeten geven aan de secretaris-generaal en zijn ploeg.”
Knaepen wijst erop dat elke mandataris voortaan een training rond deugdelijk bestuur moet volgen. “Het is belangrijk dat elke mandataris die een bestuursfunctie opneemt goed weet wat de opdracht is, maar evengoed wat niet. In het verleden ging het daar al eens fout. Sommige mandatarissen vulden hun functie veel breder in dan wat de bedoeling was en namen de plaats van personeel in. We moeten het operationele zijn werk laten doen.”
Vincent Van Den Broecke hekelt tot slot dat de voorzitter die na een vertrouwensstemming moest vertrekken bij de Nationale Raad van de Orde van Architecten, vandaag intern nog steeds een vooraanstaande functie (als provinciaal voorzitter) heeft in de Orde. “De Orde meent te moeten oordelen over haar leden en alles te moeten regisseren in onze sector, maar laat die persoon intern nog altijd op een stoel zitten waar hij al lang niet meer hoort te zitten. Lead by example, zou ik zeggen.”
De voogdijminister van Middenstand, die toezicht houden op de ordes, hadden te weinig middelen om op te treden tegen dat soort situaties. Maar een recente wijziging aan de wet van 1963 over het instituut geeft de bevoegde minister sinds augustus meer mogelijkheden om op te treden bij conflicten.
Hervorming architectenwet
De Orde werkt momenteel mee aan een hervorming van een andere wet, die van 1939, die het takenpakket van de architect beschrijft, naast de eerdergenoemde wet van 1963, die de structuur van de Orde vastlegt. Bij die laatste wetswijziging hoort de hervorming van de tuchtprocedures en de stagehervorming.
Voorzitter Draye hoopt dat de Nationale Raad in oktober de basisprincipes goedkeuren en de leden in december. “Voor veel mandatarissen zou dat veel sneller mogen gaan, maar we zijn gelimiteerd in tijd”, zegt Draye. “Het gaat wel stap voor stap vooruit.”
Een goed werkende Orde is niet alleen belangrijk voor bonafide architecten, die erop kunnen vertrouwen dat het kaf van het koren wordt gescheiden, maar evenzeer voor bouwheren. “De consument moet beschermd worden” zegt ingenieur Koenraad Princen. “Maar die zit hier niet aan tafel.”
De oprichting van een externe adviesraad is een van de zaken die we er bij de hervorming hopen door te krijgen, zegt Draye. “In die adviesraad kunnen vertegenwoordigers zitten uit het onderwijs, de administratie of beroepsverenigingen, maar ook consumenten en aannemers. Het principe is aanvaard in de Vlaamse Raad, bij Franstaligen ligt dat wat moeilijker, maar we doen ons best om het erdoor te krijgen. Veel Ordes werken nog een beetje als de middeleeuwse gilden, maar dat werkt in 2026 niet meer. We moeten overleggen en communiceren met stakeholders.”
Ook Adam haalde aan dat het nieuwe orgaan adviezen kan geven na veelgehoorde klachten of maatschappelijke debatten, bijvoorbeeld over de afwezigheid van een architect op de werf, maar ook de werking van de Orde zelf kan evalueren.
Toch is er nog een olifant in de kamer. Veel bouwheren hebben ook verkeerde verwachtingen tegenover hun architect. “De duidelijkheid over wat een architect al dan niet doet voor zijn cliënt, die ligt niet bij de Orde maar bij de architect-ondernemer zelf”, stipt Vincent Van Den Broecke aan.
“Wettelijke hangmat”
De wet van 1939, die vastlegt wat de architect moet doen, mag voor Vincent Van Den Broecke op de schop. Die wet geeft architecten een monopolie op verplichte tussenkomsten tot de cascofase. De verdere afwerking kan door niet-architecten begeleid worden, zolang niet aan de stabiliteit van een gebouw geraakt wordt.
“De wet van 1939 is een hangmat voor architecten die geen ondernemer willen zijn”, zegt Van Den Broecke. “Het feit dat bouwheren verplicht worden om een architect onder de arm te nemen, zorgt ervoor dat veel consumenten niet op zoek gaan naar een architect omwille van de meerwaarde die hij voor hen biedt, maar enkel en alleen omdat het moet – ook al is die verplichting in zekere zin voor onze sector een goede zaak. Heel wat architecten surfen op die verplichting, zonder zich als ondernemer te moeten onderscheiden van hun concullega’s.”
Dat zorgt voor een neerwaartse druk op erelonen en de leefbaarheid van het beroep, zegt Van Den Broecke, alsook de perceptie over de sector. “Omdat consumenten verplicht zijn een architect te zoeken, zijn er die louter op zoek gaan naar de goedkoopste. En die goedkoopste kunnen hun opdracht volledig uitkleden. Als je dus de verplichting om een architect te betrekken weghaalt, vallen de cowboys er logischerwijs tussenuit.”
Vicieuze cirkel
Sinds 2003 bestaan er geen minimumtarieven voor erelonen meer in de sector, behalve voor stagiair-architecten. “Sindsdien zijn we elkaar kapot beginnen concurreren, zowel bij kleine als grote projecten”, erkent ook Draye.
“Het gevolg is allicht dat een deel van de architecten altijd maar onder de prijs ging, waardoor ook hun dienstverlening verslechterde. Als Orde kunnen we niet over erelonen oordelen, maar we kunnen wel nazien of een architect zijn minimum takenpakket uitoefent”, vult hij aan. “Ik stel vaak vast dat veel van de klagende consumenten een architect in dienst namen omdat het verplicht was en nadien teleurgesteld zijn omdat de taken niet volledig uitgevoerd zijn. Dat is een vicieuze cirkel.”
Voor Vincent Van den Broecke raakt dit aan de kern van de zaak. “Als onze sector het zo moeilijk heeft om rendabel te zijn, dan is er een structureel probleem. We gaan dat niet blijven oplossen met dat monopolie. Los daarvan denk ik niet dat er te veel architecten zijn, wel dat er te veel architecten hetzelfde werk doen.”
Tekst: Apache