Orde van Architecten reageert op opiniestuk rond herziening architectenwet: "Schrijver maakt karikatuur van de nota"
Op de website nav.be verscheen een opiniestuk van architect Diederick Verhaeghe waarin hij zich kritisch uitlaat over de 'Visienota van de architectenwet' die werd voorgesteld door de Orde van Architecten. Hieronder leest u de reactie daarop van de Orde van Architecten - Vlaamse Raad.
De kritiek van Diederick Verhaeghe vertrekt van een fundamentele misvatting over wat in de visienota onder ‘architecturale kwaliteit’ wordt verstaan en over de rol die de architect daarin opneemt.
Architecturale kwaliteit kan onmogelijk herleid worden tot louter esthetiek. Esthetiek is daar slechts één component van. Architecturale kwaliteit omvat net de samenhang van ruimtelijke inpassing en relatie tot de omgeving, functionaliteit en gebruikskwaliteit, integratie van technieken, duurzaamheid en toekomstwaarde, en binnen dat geheel ook de esthetische dimensie. Het gaat dus niet om een subjectief begrip, maar om een integraal en toetsbaar kwaliteitskader dat verschillende objectieve en toetsbare parameters samenbrengt..
De visienota stelt geenszins voor om de technische kwaliteit los te laten. Integendeel: technische kwaliteit is een essentieel middel om architecturale kwaliteit te realiseren.
De bescherming van de bouwheer staat centraal in de visienota.
Ze stuurt niet aan op een beperking van de controle maar op een verbreding vanuit de vaststelling dat de bouwpraktijk fundamenteel geëvolueerd is. Het bouwproces wordt vandaag gedragen door een veelheid aan gespecialiseerde actoren . Tegenover die realiteit staat een juridisch kader dat vaak nog vertrekt vanuit een verouderd model, waarbij de architect een ruim en weinig gedifferentieerd monopolie draagt, en in de praktijk ook aansprakelijk blijft voor aspecten waarover hij geen feitelijke controle heeft.
Dat leidt tot een structureel onevenwicht tussen aansprakelijkheid, beslissingsmacht en vergoeding
De visienota beoogt precies dat onevenwicht te corrigeren, niet door een afbouw van de kwaliteit maar door een helderdere en meer realistische organisatie van verantwoordelijkheden. Daarbij wordt voorgesteld om de rol van de architect expliciet te herdefiniëren als die van algemeen regisseur van het bouwproces.
Dat betekent dat de architect de globale samenhang bewaakt, de integratie van de verschillende disciplines verzekert en instaat voor de bewaking van de integrale architecturale kwaliteit. Tegelijk sluit dit model uitdrukkelijk niet uit , integendeel, dat de technische controle en uitwerking van deelaspecten wordt toevertrouwd aan gespecialiseerde actoren die daarvoor het best geplaatst zijn. Dit verhoogt net de kwaliteit en betrouwbaarheid van het bouwproces.
De architect behoudt daarbij een coördinerende en toetsende rol op het geheel, maar draagt niet langer automatisch de exclusieve verantwoordelijkheid voor technische aspecten waarover hij geen effectieve beslissingsmacht heeft.
De bescherming van de bouwheer staat daarbij centraal.
De visienota stuurt niet aan op een vermindering van controle, maar op een verbreding en verduidelijking ervan, door een transparante toewijzing van verantwoordelijkheden, erkenning van de rol van elke actor en de invoering van een algemene verzekeringsplicht.
Wat het monopolie betreft, stelt de visienota dus geen eenvoudige afbouw voor, maar een herijking in functie van de actuele bouwpraktijk.
De architect blijft een centrale actor, maar zijn legitimiteit wordt niet langer uitsluitend ontleend aan een exclusief monopolie, maar aan zijn vermogen om het geheel te overzien, te sturen en te integreren.
Dat is geen verzwakking van de positie van de architect, maar net een versterking ervan.
Een geloofwaardige positie in het bouwproces veronderstelt immers dat verantwoordelijkheid, bevoegdheid en aansprakelijkheid op elkaar afgestemd zijn.
Een systeem waarin aansprakelijkheid losgekoppeld is van beslissingsmacht, ondergraaft net die geloofwaardigheid.
De visienota wil precies inspelen op de realiteit van het hedendaagse bouwproces, waarin samenwerking en specialisatie centraal staan, zonder afbreuk te doen aan de noodzaak van een overkoepelende kwaliteitsbewaking.
In die zin evolueert de rol van de architect niet naar een marginale positie, maar naar die van een regisseur van een complex geheel, waarin elke actor zijn verantwoordelijkheid draagt binnen een duidelijk en evenwichtig kader.
De architect verliest in dit model geen rol, maar wint aan duidelijkheid en geloofwaardigheid, doordat zijn kernopdracht, het bewaken van de integrale kwaliteit van de gebouwde omgeving, opnieuw centraal wordt gesteld.
Orde van Architecten - Vlaamse Raad