Véronique Claessens wordt nieuwe Vlaamse Bouwmeester
De Vlaamse Regering heeft op dinsdagavond 8 juli via een elektronische procedure vier belangrijke aanstellingen goedgekeurd binnen de Vlaamse administratie en agentschappen. Véronique Claessens wordt de nieuwe Vlaamse Bouwmeester.
De Vlaamse Regering heeft een nieuwe Bouwmeester aangesteld voor de volgende vijf jaar. Op 1 oktober 2025 neemt Véronique Claessens de functie op. Véronique Claessens is burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner en heeft als directeur van het departement Ruimte bij Stad Genk een rijke ervaring opgebouwd met stadsontwikkeling en publiek opdrachtgeverschap.
Voorheen bouwde ze ervaring op in een Hasselts architectenbureau en maakte ze de schaalsprong naar het stedenbouwkundig ontwerp als consultant bij een studiebureau. Eerder dit jaar werd Véronique Claessens aangesteld als Fellow van de Faculteit Architectuur en Kunst van de Universiteit Hasselt.
De Vlaamse Bouwmeester treedt op als adviseur van de hele Vlaamse Regering. Véronique Claessens volgt Erik Wieërs op, die op 30 juni 2025 zijn vijfjarig mandaat heeft afgerond.
Naast de aanstelling van de nieuwe Vlaamse Bouwmeester worden drie andere mandaten van kracht vanaf 1 augustus 2025:
- Piet Demunter wordt aangesteld als gedelegeerd bestuurder bij het Agentschap Flanders Investment and Trade (FIT). Hij krijgt een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur voor de duur van het mandaat.
- Benediekt Van Damme wordt administrateur-generaal bij het Agentschap Wonen in Vlaanderen, eveneens met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur.
- Bart De Schutter wordt aangesteld als gedelegeerd bestuurder bij de Vlaamse Landmaatschappij, met een gelijkaardige arbeidsovereenkomst.
Met deze benoemingen bevestigt de Vlaamse Regering haar inzet voor sterk leiderschap en continuïteit binnen haar strategische diensten en agentschappen.
Wat doet het Team Vlaams Bouwmeester?
De Vlaamse Bouwmeester en diens Team hebben als missie het bevorderen van de architectuurkwaliteit van de gebouwde omgeving. Ze staan daarbij een integrale benadering voor, met aandacht voor de stedenbouwkundige omgeving, gebruik en beleving, beeldwaarde, bouwtechniek, energie- en kostenbeheer, integrale toegankelijkheid, enzovoort.