Vlaams Architectuurinstituut toont vergeten feministische strijd in architectuur
Het Vlaams Architectuurinstituut kijkt met de expo 'Unfolding the Archives #9: Feministische perspectieven 1980-1990' naar een blinde vlek in zijn eigen archieven. Aan de hand van archiefstukken en video-interviews richt het de schijnwerpers op vrouwelijke pioniers in het debat over wonen.
Onveiligheid in de openbare ruimte, een tekort aan kinderopvang, de woon- en huisvestingscrisis. De problemen van vandaag haalden ook 45 jaar geleden de voorpagina’s. Alleen zat toen nog geen enkele vrouw rond de tafel om ze mee aan te pakken. Met de negende tentoonstelling in de reeks archiefexpo's buigt het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) zich over de Belgische vrouwelijke pioniers in het ruimtelijk debat over wonen. De expo focust op thema’s als woontypologieën, de indeling van de publieke ruimte en de positie van de vrouwelijke architect.
Curator Bart Decroos dook eind 2024 in de archieven van de jaren 80 en 90 van het VAi, en daar viel hem iets op. Van de meer dan 200 verzamelde architectuurarchieven bleken er slechts vier toegeschreven aan vrouwelijke ontwerpers. In een voetnoot ontdekte hij de naam Danie Staut. Zij richtte in 1974 de Architektenwerkgroep op met de eerste Vlaamse bouwmeester Bob Van Reeth - zelf schreef hij zijn naam als bOb - en werkte en leefde jaren aan zijn zijde. Tot ze in 1981 de werkgroep Vrouwen en Wonen begon in het Leuvense vrouwenhuis.
Staut nam het woord tijdens de vernissage van de expo in het VAi. Ze twijfelde aanvankelijk aan haar aandeel in het onderzoek van Decroos. 'Hoe kan ik een jonge man als hij immers meenemen in de tijdsgeest van 40 of 45 jaar geleden?'
Uiteindelijk ging ze overstag. Ze diepte de bijna verloren gegane geschiedenis van het feminisme en de architectuur uit de jaren 80 op. 'Toen ik afstudeerde, was slechts 7 procent van de architecten een vrouw. Nu is dat 50 procent bij het afstuderen. We voerden een eenzame maar broodnodige strijd, die na jaren helaas wat vergeten werd.'
Matriarchale samenleving
Gestuwd door de tweede feministische golf ontstonden in de jaren 80 in heel Europa initiatieven rond feminisme en architectuur. Van de Matrix Feminist Design Co‑operative in Londen tot Vrouwen Bouwen Wonen in Nederland. In Vlaanderen bleef het debat over wonen en gender echter lange tijd uit. Tot Staut met haar werkgroep op 13 oktober 1984 in de Warande in Turnhout een studiedag organiseerde met als titel 'Wonen en woonomgeving vanuit vrouwen bekeken'.
Samen met vormingswerkster Gerd Van Limbergen, interieurarchitecte Leen De Becker en ruimtelijk planner Els Huigens keek Staut kritisch naar de eengezinswoning en vrijstaande verkavelingen. Die linkten ze aan het patriarchale gezin met de man als kostwinner en de vrouw die thuisblijft. Tegelijk werd het programma gevuld met groepsdiscussies over wat dan wel nodig was en hoe die vrouwelijkere inname van de ruimte eruit zou moeten zien.
‘Tijdens mijn onderzoek stootte ik op een artikel van een Franse archeologe die de ruïnes van de lemen huizen van de Hopi in Arizona onderzocht had’, vertelt Staut. ‘Dat was een matriarchale samenleving, een idee dat sterk tot onze verbeelding sprak. De woningen waren in een ronde gebouwd en op de horizontale daken vonden allerlei activiteiten plaats: vrouwen deden de was of er werden feesten georganiseerd. De ruimtelijke planning vertrok veel meer vanuit de noden van de gemeenschap. Sindsdien stelde ik me de vraag hoe we in Vlaanderen uit ons enge denken over wonen kunnen breken.’
De vraag vormt een van de kapstokken van de tentoonstelling. Maar een pasklaar antwoord krijg je niet. ‘De expo is niet af’, benadrukt Decroos. ‘We presenteren ze aan het publiek als een startpunt voor verder onderzoek, zowel bij het VAi als bij mensen in het veld. In de tentoonstelling staat bijvoorbeeld een tijdslijn met duidelijke hiaten. Bezoekers kunnen zelf suggesties doen over wat ontbreekt en zo helpen de blinde vlekken mee weg te werken.’
Flexibele woningen
De tentoonstelling leidt je verder langs getuigenissen van de bovengenoemde spilfiguren. Archiefstukken aan de wanden scheppen een beeld bij hun woorden. Er hangen foto’s van een van de vele workshops die Staut in de jaren 80 gaf. Deelnemers tekenden hun woonruimte als taartdiagrammen om aan te geven hoeveel plaats ze als kind innamen, hoeveel ze vandaag hebben en hoeveel ze in de toekomst wensen. De cursussen waren bedoeld als oefeningen in bevraging en bewustwording. Zo werd zichtbaar op welke manieren genderongelijkheid in de gebouwde ruimte verankerd was.
Een krantenartikel over de eerder genoemde studiedag leert ook welke oplossingen toen naar voren werden geschoven. Er werd gepleit voor flexibele woonmodellen, waarbij ruimtes verschillende functies konden krijgen naarmate een gezin groeit of krimpt. Ook gemeenschappelijke voorzieningen, zoals betaalbare restaurants en kinderopvang, moesten het huishoudelijk werk verlichten. Daarnaast lag de focus op de onveiligheid in de straten en de parken.
Huigens was zich 45 jaar geleden al bewust van die problematiek. Ze organiseerde lezingen rond sociale veiligheid en stelde enkele jaren later op vraag van toenmalig minister van Arbeid en Tewerkstelling Miet Smet (destijds CVP, later CD&V) toetsingslijsten op over de veiligheid in stations.
‘Die lijsten zijn vandaag helaas nog steeds relevant’, zegt Evelien Pieters, de bezielster van het Platform voor Architectuur & Feminisme (PAF), dat zich over het hedendaagse luik van de tentoonstelling buigt. ‘De aanbevelingen over de sociale veiligheid gingen onder andere over informeel toezicht, meer overzicht, meer verlichting en het vermijden van blinde muren naar de straatkant. Als we de lijsten van Huygens er vandaag bij nemen, is het behoorlijk teleurstellend hoe weinig aanbevelingen je nu kan afvinken.’
Leaky pipeline
Pieters stipt ook het fenomeen van de leaky pipeline aan. '40 procent van de ingeschreven architecten is een vrouw, maar na hun 35ste vertrekken vrouwen massaal, terwijl de instroom vanuit de studierichting al jaren fiftyfifty is. De KU Leuven deed vorig jaar in opdracht van de Orde van Architecten onderzoek naar het fenomeen. Daaruit kwam nog eens naar voren dat de gemiddelde loopbaan van een vrouwelijke architect 10 jaar is en die van een man 25 jaar. Daar liggen veel maatschappelijke en sectorspecifieke oorzaken aan ten grondslag, waaronder een systeem dat niet gericht is op zorgtaken. Het idee dat een ontwerperscarrière en moederschap moeilijk te combineren zijn, wordt nog steeds als normaal beschouwd.'
De expo eindigt aan de tafel in het midden van de zaal. Die ligt bezaaid met feministische literatuur van de jaren 80 tot nu. ‘De tafel zal het decor vormen voor debatten', zegt Pieters. 'Daarin hopen we ook de jongste generaties te kunnen aanspreken om de feministische golf waarin we nu zitten kracht bij te zetten.'
'Unfolding the Archives #9: Feministische perspectieven 1980-1990' loopt tot 28 juni in het VAi, op de site van De Singel in Antwerpen.